Dit ongewone Nederlandse bedrijf is een voorbeeld op Harvard

Foto ANP

In de meeste ict-bedrijven hebben ict’ers weinig te zeggen. Managers bepalen de targets, ict’ers voeren de opdrachten uit. Philip Dries (45) werkte jarenlang bij zo’n bedrijf. “We moesten telkens weer opboksen tegen de Raad van Bestuur”, herinnert hij zich. “Zo frustrerend.”

Hij zag dat het anders kan en richtte in 2003 samen met twee collega’s Schuberg Philis op, een ict-dienstverlener waar geen managers werken, ict’ers zelf bepalen wat ze doen en waar beslissingen over de richting van het bedrijf pas doorgaan als het voltallige personeel ermee instemt.

Inmiddels heeft Dries tweehonderd “collega’s”. Het woord werknemer vermijdt hij liever. “Het voelt zo denigrerend, zo hiërarchisch.” Schuberg Philis heeft grote klanten als Rabobank, Eneco en Air-France/KLM en die zijn heel tevreden: bij het jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek van it-onderzoeksbureau Giarte eindigt Schuberg Philis steevast bovenaan.

Zelf bepalen wat je doet

Het Schuberg-motto: laat werknemers zelf bepalen wat ze doen, dan presteren ze beter. Des te opvallender gezien de specialisatie van het bedrijf: het beheren van computernetwerken waar een Rabobank of Air France/KLM direct van afhankelijk is. En die miljoenen euro’s schade veroorzaken wanneer ze vastlopen. Falen is dus geen optie.

Besluitvorming gaat binnen het bedrijf op basis van overeenstemming. “Bij grote en kleine beslissingen gaan we het hele bedrijf langs. Als iemand zwaarwegende bezwaren heeft, stopt het hele proces”, zegt Dries.

“Niemand kan bij ons uit hoofde van zijn functie een besluit doordrukken. Of dat de boel niet hopeloos vertraagt? Nee, gelukkig zijn zelfs de koppige mensen altijd met rationele argumenten te overreden.”

En, werkt het? Sommigen denk van wel. Zo ontving Schuberg Philis vorige week de Good Practice Award, een prijs van de Europese Unie voor bedrijven die succesvol werkstress verminderen. Een misschien nog een groter compliment is dat Schubergs organisatiestructuur wordt onderwezen aan de Harvard Business School. Hoogleraar organisatiepsychologie Thomas DeLong vertelt waarom:

Minder stress

Essentieel in de Schuberg-filosofie: de ict-engineers doen zelf beloftes aan klanten. Dries:

“We hebben geen sales managers dus de ict-jongens zitten met de klant om de tafel. Dat is fijn voor de klant, want die krijgt geen valse beloftes te horen. Maar het is ook beter voor de ict’ers, omdat ze hun werk naar eigen inzicht kunnen invullen.”

Schubergs ict’ers hebben meer vrijheid, maar ook meer verantwoordelijkheid. Juist die combinatie maakt mensen gelukkig, zegt Dries.

“Je hebt minder stress als je het gevoel hebt zelf aan het roer te staan.”

Dat blijkt ook uit de cijfers. Het ziekteverzuim is opvallend laag: 0,9 procent, tegenover een gemiddelde van 3,8 procent in de ict-sector. Ook is er nauwelijks verloop onder de werknemers: de meeste engineers die twaalf jaar geleden begonnen, zitten er nog steeds.

Dat laatste kan ook te maken hebben met de secundaire arbeidsvoorwaarden. Wie bij Schuberg werkt, mag zelf zijn werktijden bepalen. Hoe lang je op vakantie gaat, is je eigen keuze. En het bedrijf investeert een kwart van de winst in het welzijn van de werknemer. Denk aan een haptonoom en bedrijfspsycholoog in vaste dienst, trainingen, luxueuze gezinsdagen en een vaste kok die van experimenten houdt:

Schuberg Philis is niet de enige…

Te mooi om waar te zijn?

Klinkt mooi, zo’n egalitair bedrijf, maar hebben mensen niet gewoon behoefte aan leiders? “Dat hebben ze zeker”, zegt Dries. “En die hebben we hier ook rondlopen. Maar niemand kan bevelen uitdelen. Als je iets gedaan wil krijgen van je collega’s, zal je ze moeten overtuigen.”

En die eigen verantwoordelijkheid van werknemers, veroorzaakt die niet juist meer spanning? “Wij merken het niet”, zegt Dries.

“Natuurlijk gaat niet altijd alles goed. Wij hebben hier ook burn-outs gehad. Maar ik geloof in het principe dat iedereen invulling moet kunnen geven aan zijn eigen leven. Als je dat in je werk hebt, is dat in ieder geval één belangrijke stressfactor minder.”

    • Reinier Kist