Rolstoeler belast schouders te veel

Rolstoelgebruiker wil zo energiezuinig mogelijk bewegen. Maar dat is slecht voor zijn schouders.

Wereldkampioenschap rolstoelmarathon in Lyon (2013). Bewegingswetenschapper Riemer Vegter heeft de voortbeweging van rolstoelers geanalyseerd. Nu gaat hij ook rolstoelatleten onderzoeken.
Wereldkampioenschap rolstoelmarathon in Lyon (2013). Bewegingswetenschapper Riemer Vegter heeft de voortbeweging van rolstoelers geanalyseerd. Nu gaat hij ook rolstoelatleten onderzoeken. Foto Serge Mouraret/Demotix/Corbis

Overbelasting van de schouders is een bekend probleem van rolstoelgebruikers. Nu blijkt dat mensen die voor het eerst met een rolstoel leren omgaan, zich door oefening wel steeds efficiënter gaan voortbewegen, maar tegelijkertijd daarmee de belasting op hun schouders juist verhogen. Dat ontdekte bewegingswetenschapper Riemer Vegter (34), die morgen in Groningen op zijn onderzoek promoveert.

Iemand in een rolstoel beweegt zich voort door aan de hoepel aan de buitenkant van de wielen te draaien. „Rollen op wielen is efficiënter dan lopen. Op een goede ondergrond kost het afleggen van dezelfde afstand in een rolstoel minder energie”, legt Vegter uit aan de telefoon. „Toch is het belastender, dat komt omdat alle energie uit het bovenlichaam moet komen.

Voortbewegen met je bovenlichaam is „anatomisch gezien heel onlogisch”, zegt hij. „De schouder heeft geen optimaal ontwerp voor het aandrijven van een rolstoel. In tegenstelling tot de heup is dat een heel mobiel gewricht. Daardoor heb je veel meer spieren nodig om alles om zijn plaats te houden tijdens de schouderbeweging.”

Onder de circa 250.000 rolstoelgebruikers in Nederland zijn veel mensen die een dwarslaesie hebben opgelopen waardoor hun onderlichaam is verlamd. Bijna van de ene op de andere dag moeten zij leren zich op een andere manier voort te bewegen.

Vegter onderzocht bij 70 gezonde vrijwilligers die hij in een rolstoel op de lopende band plaatste, hoe het lichaam zich instelt op een nieuwe manier van voortbewegen. De uitkomst verraste Vegter: „Het lijkt erop dat het lichaam streeft naar zuinigheid in plaats van naar een methode om de gewrichten zoveel mogelijk te sparen.”

Mensen die een rolstoel leren gebruiken gaan na verloop van tijd een langzamer ritme aanhouden: ze zetten minder vaak af, maar houden tijdens de afzet wel langer contact met de hoepel. Door die langere slag kunnen ze meer kracht overbrengen. Dat is echter wel extra belastend voor hun schoudergewrichten, en het zou op lange termijn tot overbelasting kunnen leiden.

Om dat te voorkomen denkt Vegter dat mensen zouden kunnen leren hoe zij hun romp beter kunnen gebruiken bij de stuwende beweging. Ook in de manier waarop de armen worden terugbewogen voor de volgende slag is nog winst te behalen, denkt hij.

Belangrijk is dat het onderzoek van Vegter nu een gevalideerde meetmethode heeft opgeleverd om de belasting bij rolstoelgebruikers te meten. Een meetwiel dat tijdelijk op de rolstoel gemonteerd kan worden, registreert precies hoeveel kracht iemand zet en hoe efficiënt de afzet is. Vegter: „Nu kunnen we systematisch evalueren hoe iemand vordert in het gebruik van zijn rolstoel, waardoor die veel beter kan worden aangepast aan die persoon. Rolstoelgebruikers hebben heel verschillende klachten, die sterk samenhangen met de hoogte van de dwarslaesie.”

Sommigen hebben geen functie meer in hun romp, en soms zelfs niet meer in een deel van de armen of handen, legt hij uit. „Ze kunnen bijvoorbeeld hun triceps niet meer gebruiken tijdens de aandrijving en hebben minder knijpkracht. Er zijn veel instellingen aan de rolstoel die er toe doen: het type hoepel, de grootte van de wielen, de zithoogte en de stand van de rugleuning. Idealiter wordt dat bij iedereen individueel aangepast.”

Vegter wil nu ook onderzoek gaan doen bij wheelers, rolstoelatleten die meedoen aan snelheidswedstrijden. „Nu we beter begrijpen hoe mensen aan het begin van de revalidatie leren een rolstoel te gebruiken, willen we ook graag weten hoe dat er op topniveau uitziet. Ik ben erg benieuwd wat zij nog kunnen leren om hun prestaties te verbeteren. En wellicht kan ook bij hen de rolstoelafstelling verbeterd worden.”