De doden herdenken, ook de Marokkaanse

Ook gevallen Marokkaanse soldaten worden herdacht onder de Vrijheidsboom in Utrecht.

Bij de Vrijheidsboom in de Utrechtse wijk Hoograven hangen de vlaggen van Nederland en Marokko halfstok. De PVV Utrecht vindt dat de Marokkaanse vlag niet thuishoort bij de Dodenherdenking.
Bij de Vrijheidsboom in de Utrechtse wijk Hoograven hangen de vlaggen van Nederland en Marokko halfstok. De PVV Utrecht vindt dat de Marokkaanse vlag niet thuishoort bij de Dodenherdenking. Foto’s David van Dam

Applaus. Ongebruikelijk hard voor Dodenherdenking, rond de Vrijheidsboom in Hoograven, een multiculturele wijk in Utrecht-Zuid. De jonge vader Abdel el Dahri heeft zijn buurtgenoten toegesproken. Voor hem wapperen de Canadese, de Nederlandse en de rood-groene nationale vlag van Marokko. El Dahri roept de doden die vielen tijdens de Tweede Wereldoorlog in herinnering. Maar zijn toespraak is vooral een oproep tot verzoening: „We sluiten niemand uit, en we laten niemand uitsluiten. Erken de vrijheid van de ander. Dat begint voor ons hier en nu, onder deze Vrijheidsboom.”

Het was gisteren het vierde jaar dat Utrechters onder de Marokkaanse vlag de doden herdachten die vielen tijdens de Tweede Wereldoorlog; ieder jaar is daar ophef over. Hoograven is een gekleurde wijk, ongeveer twintig procent van de bewoners is Marokkaans. Net als voorgaande jaren was de PVV in de Utrechtse Statenfractie woedend. Fractievoorzitter René Dercksen riep de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen (VVD) in een open brief op de Marokkaanse vlag niet te tolereren tijdens Dodenherdenking: „Wij verzoeken u met klem er op toe te zien deze waardevolle Nederlandse traditie in ere te herstellen.”

De PVV stelt dat het Zeeuwse Kapelle jaarlijks aandacht besteedt aan gevallen Franse soldaten, waaronder „ook een aantal Noord-Afrikaanse soldaten die in 1940 aanspoelden aan de Nederlandse kust”, maar dat deze soldaten „geen enkele krijgsdaad in Nederland hebben verricht”. De gemeente Utrecht gaat niet op de brief in en stelt dat Hoograven de herdenking „naar eigen inzicht” mag invullen, zoals ook het Nationaal Comité 4 en 5 mei lokale invulling van Dodenherdenking voorstaat.

Kloppen de claims van de PVV? Onderzoeksinstituut NIOD bracht in 2004 een onderzoek naar buiten over, onder meer, de rol van Marokkaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog. Conclusie: zij speelden geen rol bij de bevrijding van Nederland, maar waren wel betrokken bij de bevrijding elders in Europa – als soldaat in het Franse leger. In Kapelle, schrijft het NIOD, liggen negentien Marokkaanse soldaten. Van hen zijn er twaalf in 1940 omgekomen bij gevechten om de haven van Antwerpen. De zeven anderen kwamen om bij de evacuatie van Duinkerken en spoelden aan in Nederland.

Voor de Vrijheidsboom in Hoograven staat, in donker pak met Koninklijke onderscheiding, Herman Aarsman. Hij is wijkraadvoorzitter en organisator van de herdenking. Het is net zes uur geweest en de Marokkaanse vlag is halfstok gehesen door leden van de plaatselijke scouting, plechtig in de houding. Aarsman vouwt zijn speech open: „Lees maar even.” Hij refereert aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog én aan slachtoffers van alle andere oorlogen. Hij trekt het expres een beetje breder, voor de Marokkaanse gemeenschap, zegt Aarsman: „Het zijn onze buren. Natuurlijk weten wij wel dat bijvoorbeeld de Polen veel meer hebben bijgedragen aan de Nederlandse bevrijding, maar die gemeenschap woont niet in deze buurt.”

Even voor 20.00 uur vertrekt een lange stoet vanaf de kerk naar de Vrijheidsboom. Tientallen Marokkaanse mannen, sommigen in djellaba, volgen scoutingleden die stemmig op de trom slaan. De consul van Marokko legt een krans met de Marokkaanse vlag ingelegd in bloemen. Na twee minuten doodse stilte neemt Abdel el Dhari het woord: „Deze oorlog leert ons dat geweld niet zomaar ontstaat. Het wordt voorafgegaan door jaren waarin de grens steeds iets verder opschuift, waarin iedereen denkt: ‘het waait wel over’. Daar denken wij vanavond aan.”