Zo voelde de oorlog dus, als je jong was

Twee historici selecteerden fragmenten uit dagboeken van meisjes die opgroeiden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarvan maakten ze een boek dat je het Anne Frank-gevoel geeft.

Je bent jong en je wilt wat. Dat er eens iets gebeurt, bijvoorbeeld. ‘Ik hoop dat het sneeuwt. Allicht gebeurt er dan meer. Dan zijn er veel jongens op straat. Wat een flirt ben ik, hè dagboek?’ Dat schrijft Esther op 8 januari 1942 in haar dagboek. Elf dagen later lijkt er nog niets veranderd, behalve dan dat niet alleen het weer haar dwarszit. Dan schrijft het 15-jarige meisje uit Gorinchem: ‘Op de ijsbaan voel ik me ook zo alleen. Jongens en meisjes van de hbs rijden allemaal op de Gorinchemse IJsclub. Maar natuurlijk: verboden voor joden.’

De woorden van Esther hebben meteen dat effect dat Anne Franks beroemde dagboeknotities ook hebben. Je hoeft maar een paar woorden te lezen en meteen word je het verleden in gekatapulteerd, alsof het meisje van toen nu voor je zit. Het leven spat uit haar woorden, zowel haar lijden als haar lust en lol, en daarboven voel je dan nog de dreiging van haar onvermijdelijke lot. Want inderdaad: op 5 oktober 1942 wordt de vijftienjarige Esther van Vriesland omgebracht in Auschwitz.

Zo bezorgt het boek Meisjes in de oorlog je nog veel vaker dat Anne Frank-gevoel – al gaat het zeker niet alleen over meisjes met wie het zo slecht afliep. De samenstellers, historici Pieter Eckhardt en Marscha Holman, verzamelden de dagboeken van 46 meisjes die in de oorlogsjaren tussen de 15 en 25 waren. Een aantal van die dagboeken is al eerder als boek gepubliceerd, sommige lagen te verstoffen in musea, als documentnummer 7911 of D005819. Eckhardt en Holman ontsloten die schatkamer. Ze selecteerden fragmenten en zetten die chronologisch achter elkaar: dan weer een stukje Edith, Els of Esther, dan even Jane, dan weer Fien, Mieke, Meta.

Een beetje verliefd

Hun verhalen zijn daardoor versnipperd, en dat zou je een nadeel kunnen vinden. Op sommige meisjes word je nu eenmaal een beetje verliefd en het liefst blader je dan meteen door naar de volgende dagboeknotitie. Of je wilt weten of de dagboeknotitie van Esther op 11 augustus 1942 echt haar laatste was, of dat ze voor haar dood nog iets anders schreef.

Meelevend lezen met je favoriete ‘personages’ kan daardoor eigenlijk niet met deze chronologische opbouw, of het wordt een hels zoekwerk. Maar de fragmenten per meisje bijeenzetten had misschien een nog veel warriger boek opgeleverd. Dat de naam van de schrijfster telkens pas ónder het fragment staat is wel een ongelukkige keuze: daardoor moet je of heen en weer bladeren, of je weet pas na afloop uit wiens dagboek je nu weer las.

Wat in elk geval overeind blijft, is de geweldige keuze om te verzamelen en selecteren: daardoor zijn alle fragmenten raak, zelfs als ze banaal lijken. Het blijven gewone meisjes met gewone meisjesbeslommeringen – maar hoe gewoner hun levens, hoe harder de alledaagse details van de oorlog ook binnenkomen.

Op 28 mei 1940, de oorlog was nog geen maand oud, schrijft Mieke uit Voorburg bijvoorbeeld over een tochtje naar zee. Zoals alle meisjes die dagboeken schrijven heeft ze het dan over het weer. Het levert deze bevreemdende zinnen op: ‘De zon scheen heerlijk en er stond nog een aardige wind. We kwamen nog langs de Alexanderkazerne, waar haast geen dakpannen meer op liggen en na een goed drie kwartier waren we aan het strand.’ De zon en de tragedie in één beeld: zulke contrasten komen vaker langs in Meisjes in de oorlog en die raken je – niet in het minst omdat er dus óók nog zo veel opgewektheid in zit. In mei was de kazerne gebombardeerd, maar het leven is gewoon doorgegaan.

Op papier gekwakt

En ja, dat het leven ook in oorlogstijd doorgaat is een enorm cliché. Geen nieuws. Dat gevoel maakt veel achteraf vertelde oorlogsherinneringen soms sleets en meer van hetzelfde: de tijd is eroverheen gegaan. De kracht van Meisjes in de oorlog is dat deze meisjes die clichés echt voor het eerst voelen en rechtstreeks op papier kwakken wat hen bezighoudt, zonder er al te diep over na te denken.

Daardoor lees je over de rauwe ervaringen en gevoelens in al hun grilligheid, waarvan je soms niet weet wat je ervan moet denken. De banaliteit ervan is soms bijna pijnlijk. ‘Op de Herengracht begon het al’, schreef een anoniem meisje uit Den Haag op 3 maart 1945 in haar dagboek. ‘Overal waar je keek brand. De Boskantkerk was prachtig om te zien.’ Zo voelde het dus om in oorlogstijd te leven, als je jong was. Alles stond in brand. Best mooi eigenlijk. Er gebéúrde iets.