Te vaak sluiting van verpleeghuis

De regering wil dat de groeiende groep dementerenden langer thuis blijft wonen. Onverantwoord, meent Rob Schoemaker. Zeker alleenstaanden hebben meer dan thuiszorg nodig.

Illustratie Dario Castillejos

Dementerenden langer thuishouden, luidt de mantra van staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA). Hij is alvast begonnen verpleeghuisplaatsen af te bouwen en thuiszorg op te tuigen. En dat terwijl veel babyboomers straks dement worden. Met de groeiende groep alleenstaanden houdt hij geen rekening. Zij kunnen slecht met eenzaamheid omgaan, geen thuiszorg die daar wat aan kan doen.

„In een verpleeghuis is het geen pretje”, zei de bewindsman enkele maanden geleden in Nieuwsuur. Het zou nog onbetaalbaar zijn ook. Vandaar dat hij inzet op betere verpleeghuizen, maar ook probeert iedereen zo lang mogelijk thuis te houden. Familie, vrienden, buren en thuiszorg moeten dan de kar trekken. Ondersteund door technieken als domotica (huisautomatisering) en videobewaking. Als het dan echt niet meer gaat, belooft Van Rijn, dan zijn er nog 65.000 bedden in de psychogeriatrische zorg. Dat waren er tot voor kort 78.000.

Het beleid gaat in ieder geval voorbij aan de functies die een verpleeghuis kan hebben. Een verpleeghuis is namelijk geen hospice voor terminalen, maar een woongemeenschap met de dood als onafwendbaar einde. Volgens specialist ouderengeneeskunde Nienke Nieuwenhuizen is ‘thuis zo lang het kan’ echt iets anders dan ‘zo lang mogelijk thuis’ (NRC, 21 maart). Zij brak een lans voor verpleeghuizen die stabiliteit en veiligheid aan kwetsbare mensen bieden, gezelligheid en vaak ook gezondheidswinst. En een sociale omgeving waar dementerenden serieus worden genomen, had ze eraan toe kunnen voegen, namelijk door hun medebewoners (lees De Vergeetclub van Tosca Niterink).

Paternalistische bejegening is de laatste jaren helaas de norm: diagnose of verdenking van dementie gaat gepaard met sociale diskwalificatie, hoe lief de thuisomgeving ook is. De winst van verpleeghuizen is daarnaast dat bezoekende mantelzorgers zich ook bezig kunnen houden met ‘fun’ en niet alleen met zorgen. Vooral de eerste tijd na opname, waarin de dementie nog niet in een volgende fase is aanbeland, ervaren veel dementerenden en mantelzorgers als beter dan de situatie ervoor. Het kabinetsbeleid is er echter op gericht die eerste fase te bekorten om daarmee capaciteit in verpleeghuizen te vergroten. Het aantal bedden in verpleeghuizen is al afgebouwd. Maar zijn er nu en in de toekomst nog wel voldoende plaatsen voor de gevallen waarin het echt niet meer gaat? Regeren is vooruitzien. Dan moet de staatssecretaris een aantal dingen weten. Hoeveel dementerenden zijn er nu en hoeveel zijn er over pakweg 5, 15, 25 jaar? Hoelang duurt de ziekte gemiddeld? Wat wordt de norm voor ‘als het thuis niet meer gaat’? Hoeveel dementerenden eindigen uiteindelijk in een verpleeghuis? Wat is daar de gemiddelde verblijfsduur?

Alzheimer Nederland schat dat er in Nederland 260.000 dementerenden zijn. Een schatting, want een registratiesysteem is er nog niet. Ook over de gemiddelde verblijfsduur, bepalend voor de verpleeghuiscapaciteit, is merkwaardig genoeg niets bekend. Alzheimer Nederland schat die op 1,5 tot 2,5 jaar. Dat maakt nogal verschil: bij 1,5 jaar komen er elk jaar 45.000 plaatsen beschikbaar, bij 2,5 jaar 27.000. De gemiddelde dementieduur is wel bekend: acht jaar na diagnose. Ook weten we dat het leeftijdsgebonden is: 2,5 procent van de 65-plussers dementeert binnen vijf jaar, 5 procent van de 70-plussers, 10 procent van de 75-plussers, 20 procent van de 80-plussers, 30 procent van de 85-plussers.

We staan voor een dubbele vergrijzing. Enerzijds raken babyboomers op leeftijd, anderzijds worden we ouder dankzij een gezondere leefstijl, en laten medici ons minder sterven aan kanker en hart- en vaatziekten. Als de sleutel van leeftijd en dementie ook in de toekomst opgaat, zal het aantal dementerenden volgens Alzheimer Nederland in 2020 zo’n 310.000 zijn, in 2030 liefst 426.000 en in 2040 zelfs 538.000.

Dramatische cijfers. Maar, nuanceert Alzheimer Nederland, misschien valt het mee. Wellicht zijn er medische ontwikkelingen. Er zijn ook aanwijzingen dat een actieve, gezonde leefstijl dementie kan uitstellen. Daar staat tegenover dat de huidige medicatie in eerste instantie de duur van dementie alleen maar verlengt. Onduidelijkheid troef.

Hoe dan ook: het aantal dementerenden zal fors toenemen. Is er voor deze mensen plek? Het moment ‘dat het niet meer gaat’ is bij alleenstaanden lastiger uit te stellen, vanwege eenzaamheid en de praktische gevolgen van het dement alleen zijn. Ook met domotica en videobewaking vallen de chaos en paniek niet te bedwingen; troost en geruststelling zijn nu eenmaal niet 24 uur per dag voorhanden. Opname in een verpleeghuis is dan een opluchting, zeker voor de mantelzorgers. Een blik op de demografische statistieken leert dat het aandeel van alleenstaande huishoudens al jaren met stip stijgt, dus dat belooft wat. Van alle 65-plussers woont nu al 52 procent alleen en van alle 75-plussers ruim 64 procent.

Kortom, ondanks het optuigen van thuiszorg zal de behoefte aan verpleeghuiszorg explosief stijgen. Tegelijkertijd holt het huidige beleid de verpleeghuiszorg qua volume en functie uit. Er is plek als het nodig is, dat is beloofd. Maar zijn er nu en straks genoeg plaatsen? Gelooft u het? Ik niet.