Straks luisteren de Fransen evenveel af als Amerikanen

Parlement stemt morgen over ‘Franse Patriot Act’

Premier Manuel Valls
Premier Manuel Valls Foto AFP

Daags nadat de Franse politie afgelopen maand bij toeval een jongeman had opgepakt met plannen voor terreuraanslagen bij kerken rond Parijs, liet premier Manuel Valls zich interviewen in het goed beluisterde ochtendprogramma van radiozender France Inter. Liefst vijf aanslagen waren sinds de bloedbaden in januari bij Charlie Hebdo en de kosjere supermarkt verijdeld, pochte Valls. Maar als de inlichtingendiensten meer middelen zouden hebben gehad, was ook deze verdachte beter gevolgd.

Het was voor de premier een uitgelezen kans om toe te slaan. Een nieuwe wet die de diensten meer vrijheden geeft, was net in de Assemblée Nationale behandeld en kwam steeds meer onder vuur te liggen. De nieuwe wet „heeft niets te maken met de Patriot Act”, de strenge antiterreurwetgeving die de Verenigde Staten na 11 september 2001 invoerden en die tot de door Edward Snowden geopenbaarde excessen bij inlichtingendienst NSA leidde, verzekerde Valls. „We gaan niet de totale bevolking afluisteren.”

Parlement zal ermee instemmen

Maar dat is precies waar de tegenstanders bang voor zijn. Morgen stemt de Assemblée over de wet en hoewel een ruime meerderheid dankzij steun van de Parti Socialiste (PS) van Valls en de conservatieve UMP van ex-president Sarkozy, voor is, zijn de zorgen bij de critici nog lang niet weggenomen. Want, zeggen zij, lieten de aanslagen in januari juist niet zien dat de diensten genoeg bevoegdheden hebben, maar blijkbaar te weinig capaciteit voor analyse? De broers Kouachi en Amedy Coulibaly werden allen op zeker moment in de gaten gehouden, maar werden niet als risico beschouwd.

Frankrijk gaat volgens de tegenstanders nu de kant van de Verenigde Staten op. „De tekst geeft aan de inlichtingendiensten de middelen tot massasurveillance, vergelijkbaar met die van de NSA en aan de kaak gesteld door Edward Snowden, zonder garantie voor individuele vrijheden en respect voor het privéleven”, stelt een bonte verzameling van actiegroepen en organisaties in een petitie aan het parlement. Vakbonden van rechters, politiemensen en journalisten, mensenrechtenorganisaties en brancheverenigingen van internetbedrijven steunen de oproep.

De vrees is volgens Valls en zijn minister van Binnenlandse Zaken, de onvermoeibare Bernard Cazeneuve, ongegrond. De laatste wet die de bevoegdheden van de Franse inlichtingendiensten regelde, dateert van 1991, benadrukken zij. Toen speelden internet en mobiele telefonie nog geen rol. „Het is eenvoudigweg nodig ons aan te passen”, aldus Valls. „Ons land is de laatste westerse democratie die geen wettelijk kader heeft dat de praktijken van inlichtingendiensten regelt”, zegt Jean-Jacques Urvoas, een PS-afgevaardigde die aan de wet meeschreef. Terwijl de Franse inlichtingendiensten al lang in staat waren op grote schaal internetdata te verzamelen, was anders dan in de VS niet helder vastgelegd wie de diensten controleert.

De kritiek van de tegenstanders richt zich in de eerste plaats op een virtuele ‘zwarte doos’ die internetproviders, bedrijven voor webhosting maar bijvoorbeeld ook Facebook en Twitter in hun infrastructuur moeten installeren om „een verdachte opeenvolging van verbindingsgegevens” te registreren. Alleen als er een „terroristische dreiging” is, zouden de anonieme gegevens geopenbaard moeten worden, staat in de wetstekst. Maar vaag blijft wanneer dat het geval is.

Doos van Pandora

Voor de parlementaire commissie die zich met individuele vrijheden bezighoudt, gaat Frankrijk zo „stap voor stap van doelgerichte surveillance naar gegeneraliseerde surveillance”. De ‘zwarte doos’ is volgens kritisch PS-lid Aurélie Filippetti, „een soort doos van Pandora (…) omdat we geen enkele verzekering hebben dat we het algoritme kunnen controleren”.

Een ander kritiekpunt, onder andere van de Franse internettoezichthouder is de reikwijdte van de wet. De dataverzameling dient niet alleen terrorismebestrijding, maar ook „grote belangen van het buitenlands beleid”, „economische, industriële en wetenschappelijke belangen van Frankrijk” of „het voorkomen van inbreuk op de republikeinse gedaante van instituties”. „Dit gaat dus om het gehele gemeenschapsleven”, zei de verontruste oud-minister Hervé Morin van de centrum-rechtse UDI.

Met amendementen op de oorspronkelijke wetstekst wist Valls inmiddels webhostingbedrijven, die dreigden Frankrijk te verlaten, tevreden te stellen: zij mogen om hun klanten te beschermen ook zelf de „verdachte” gegevens filteren. En er komt een klokkenluidersregeling om misstanden aan de kaak te stellen. Het ‘amendement-Snowden’ heet dit in de wandelgangen van de Assemblée in Parijs. Dit stelt de tegenstanders maar nauwelijks gerust. Zij gaan vandaag weer de straat op uit protest tegen wat zij „een aanslag op de vrijheid” noemen.