Rolmodel voor democratie? Dat is de EU steeds minder

De persvrijheid in Europa verslechtert. Dat kan de EU zich niet veroorloven, stellen Leon Willems en Arch Puddington.

Europa zou veel meer de treurige toestand van persvrijheid aan de kaak moeten stellen. Een van de belangrijke prestaties van de Europese Unie is immers het hoog leggen van de lat voor democratische normen. Maar helaas ontbreekt het aan een democratische meetlat binnen de EU.

De wereldwijde verslechtering van persvrijheid, die blijkt uit het Freedom of the Press Report 2015, heeft impact op vrijwel ieder werelddeel – inclusief Europa. Omstandigheden in Europa zijn duidelijk beter dan elders: ruim 66 procent van de Europeanen leeft in een samenleving waar journalisten in vrijheid hun werk kunnen doen. Toch is er een aantal zorgwekkende trends. Ruim eenderde van de landen die in vijf jaar het meest daalden is Europees. Daaronder de grootste daler Griekenland, en verder Macedonië, Servië en Hongarije. Het is meer nog als je het aanpalende Turkije meetelt. Slechts één regio, Eurazië, grofweg de voormalige Sovjet-Unie, daalde sterker dan Europa. Bovendien is rapporteren over politiek binnen Europa onderhevig aan polarisatie. De ruimte voor journalisten die naar balans en nuances zoeken, wordt ondermijnd.

De meeste landen met de grootste dalingen zijn of relatief nieuw in de EU (Hongarije) of streven (Servië, Macedonië, Turkije) naar EU-lidmaatschap. Hun dalingen passen niet bij de slagzin ‘Europe whole and free’. Landen die lid willen worden van de EU moeten voldoen aan een set van democratische normen. Helaas zijn er geen regels en is er geen infrastructuur om staten die eenmaal lid zijn, te weerhouden zich van deze normen te distantiëren. Hongarije heeft wel, in antwoord op bezwaren van de EU, een aantal aanpassingen in haar beleid aangebracht, maar de meest ingrijpende maatregelen bleven overeind. Autoritaire politici in andere Europese landen hebben dit ongetwijfeld opgemerkt.

Ook de Raad van Europa, opgericht om de mensenrechten te verdedigen als kernwaarde van Europa, heeft grote moeite een consistente persvrij- heidagenda hoog te houden. De Raad koos vorig jaar, ondanks luid protest van mensenrechtenorganisaties, Azerbeidzjan tot voorzitter. Na de uitverkiezing van deze notoire mensenrechtenschender volgde in dit land een niets ontziende aanval op iedereen die onafhankelijk journalist is.

Dit tandeloze Europa ondergraaft haar eigen geloofwaardigheid als het gaat om de verdediging van persvrijheid als Europese kernwaarde.

Met name in Hongarije is de toestand zorgwekkend. Minister-president Orban heeft zijn Fidesz-regering in staat gesteld berichtgeving over politieke zaken te beïnvloeden. De initiatieven zijn niet extreem en nog niet op het verontrustende niveau van Rusland of Turkije. Maar de regering heeft haar tweederdemeerderheid gebruikt om een aantal persmaatregelen door te drukken waar Fidesz baat bij heeft, en die ten koste gaan van democratische normen.

In Portugal wordt iets vergelijkbaars gepoogd. Een ruime meerderheid in het parlement is voorstander van een wet waarin de media verplicht worden hun plannen voor de berichtgeving rond de verkiezingen (oktober 2015) te laten toetsen. Dit is persbreidel, verstopt onder de waarborg van een meer gebalanceerde verslaggeving met evenredige aandacht voor grote en kleinere partijen. In Portugal is een storm van protest opgelaaid en commerciële en publieke media dreigen met een boycot van verslaggeving van de verkiezingen.

Onder Poetin is Rusland een propagandastaat geworden, waar informatie een oorlogsinstrument is en afwijkende meningen de mond worden gesnoerd. Ondertussen is, onder invloed van het Kremlin, onafhankelijke journalistiek zo goed als vernietigd in landen als Wit-Rusland en Azerbeidzjan, waar vrijdenkende journalisten regelmatig opgesloten of in ballingschap gestuurd worden.

De EU zou een aantal duidelijke maatregelen moeten nemen. Zij kan aan landen die streven naar lidmaatschap duidelijk maken dat er niet valt te onderhandelen over een levendige, onafhankelijke en zichzelf regulerende pers. Daarnaast moeten er instrumenten worden ontwikkeld en versterkt met sancties om de persvrijheid in de lidstaten te monitoren.

Ook moet er worden voortgebouwd op de eerste reeds genomen stappen om Europese staten te beschermen tegen het spervuur van propaganda uit Rusland. In het bijzonder moeten de Baltische staten en andere post-Sovjetstaten geholpen worden met het ontwikkelen van professionele Russischtalige media, die zich niet bezondigen aan propaganda. Zo kunnen de inspanningen van het Kremlin om informatie te gebruiken als instrument om legitieme regeringen te ondermijnen, worden tegengaan.

Maar nog belangrijker: Europa moet blijven staan voor de idealen die haar tot voor kort maakten tot een democratisch netwerk dat een rolmodel was voor de rest van de wereld. Tegenstanders van de vrijheid, die ‘Europese waarden’ in twijfel trekken, rekenen op aarzeling en twijfel vanuit Europa. We moeten hen met kracht en zelfverzekerdheid beantwoorden. Als Europa opkomt voor waarden als vrijheid van meningsuiting en ethische en eerlijke journalistiek, hoeft zij zich niet te verontschuldigen.