‘Leger Israël spaarde burger niet’

Getuigenissen Israëlische militairen: Israël deed te weinig om burgerslachtoffers te voorkomen.

Israëlische militairen vorig jaar op de Gazastrook.
Israëlische militairen vorig jaar op de Gazastrook.

De instructies zijn heel duidelijk, zegt de eerste sergeant van de genie die gestationeerd was in Gaza-Stad. „Iedereen die je tegenkomt, die je met je eigen ogen kunt zien – die schiet je dood.” Het gebied waar hij opereerde, tijdens de Gaza-oorlog van vorige zomer tussen Israël en Hamas, was van tevoren gebombardeerd. Burgers zouden zijn gevlucht. Wie er toch nog rondliep, was per definitie verdacht.

Deze getuigenis is vandaag gepubliceerd door de Israëlische ngo Breaking the Silence. Ruim zestig Israëlische militairen, van soldaten tot officieren, hebben anoniem getuigd. Hun getuigenissen staan haaks op het officiële standpunt van het Israëlische leger, dat zegt er alles aan te hebben gedaan burgerslachtoffers te voorkomen. Volgens de VN kwamen 2.293 mensen om, onder wie 1.492 Palestijnse burgers.

Het Israëlische leger gebruikt diverse methoden om mensen niet meer tot burger te bestempelen. Zo werden folders rondgestrooid boven woonwijken, met het bevel dat mensen voor een vastgestelde deadline vertrokken moesten zijn. Wie toch bleef, werd beschouwd als militant en, in de woorden van een kapitein in Gaza-Stad, „veroordeelde zichzelf tot de dood”.

Ook in woonwijken werden ‘statistische’ wapens gebruikt: mortieren en granaten waarvan de baan niet precies te voorspellen is. Een luitenant : „Deze wapens slaan vijftig meter naar rechts of honderd meter naar links in.”

Bepaalde regels, zoals de afstand die het leger bij afvuren van projectielen pleegt te bewaren tot vijandige burgers, werden versoepeld. In twee gevallen werden ze bijna geheel losgelaten: in Shuja’iyya en in Rafah. In het eerste geval nadat zeven soldaten waren gedood; in Rafah nadat Hamas had gepoogd een soldaat te ontvoeren. Beide keren reageerde Israël door in enkele uren honderden granaten af te vuren. In Rafah kwamen tussen 41 en 150 Palestijnen om, in de meeste gevallen burgers.

Volgens de Israëlische hoogleraar filosofie Noam Zohar van de Bar-Ilanuniversiteit in Ramat Gan, gespecialiseerd in de ethiek van oorlogvoering, gaat het bij oorlog altijd om afwegen van risico’s. „Het leger hoeft geen extreme of suïcidale risico’s te nemen om te voorkomen dat het burgers raakt.” Maar er zijn Israëlische commandanten, zegt hij, die elk risico voor hun eigen soldaten willen uitvlakken. Met als gevolg dat er onvermijdelijk burgerslachtoffers vallen.

Zohar was betrokken bij het opstellen van de ethische code van het Israëlische leger. In sommige gevallen, zegt hij, heeft het leger zich daar niet aan gehouden. „Het gebeurt soms te makkelijk dat mensen die na een waarschuwing in hun huis blijven als militant worden gezien. En het is onacceptabel om jezelf vervolgens te ontslaan van de plicht om te controleren wie er nog in het gebied aanwezig zijn.” Zohar benadrukt: „We hebben het hier niet over oorlogsmisdaden.” Wel vindt hij dat het leger iedere burgerdode zou moeten onderzoeken.

Het leger betreurt dat Breaking the Silence het materiaal niet vooraf heeft gedeeld. „Dan hadden we eventuele fouten kunnen onderzoeken. Nu kunnen we er niet op reageren.” Volgens de ngo ging het leger niet in op een verzoek te praten met de chef-staf.