Koning van Groningen heeft zijn beker

Hans Nijland staat bijna 20 jaar aan het roer bij Groningen. Hij won nooit een prijs, tot nu. „Al negentien jaar trek je er aan.”

Feestelijke ontlading op de Grote Markt in Groningen na de winst op PEC. De huldiging van bekerwinnaar vindt woensdag in het Stadspark in Groningen plaats.
Feestelijke ontlading op de Grote Markt in Groningen na de winst op PEC. De huldiging van bekerwinnaar vindt woensdag in het Stadspark in Groningen plaats. Foto VINCENT JANNINK/ANP

Groningen-directeur Hans Nijland greep invaller Hans Hateboer uit Beerta stevig vast na het eindsignaal. Streekgenoten onder elkaar, die zich na een innige omhelzing richtten tot de dankbare groenwitte massa die de bekerwinst in het schijnsel van de avondzon vierde.

Dat onbeschrijfelijke gevoel op de tribune, schaars als die sensatie is voor supporters van vele clubs. Proeven aan succes temidden van kameraden voor het leven in een roes van drank en wat dies meer zij. Ruim vier uur nadat de colonne van bussen aankwam in Rotterdam, met al die koppies gefixeerd op de Kuip, de voetbaltempel die bij het passeren van de Van Brienenoordbrug opdoemt.

Vergreld, zo omschreef Nijland in het Gronings de vurige hunkering die zich van zijn volk meester had gemaakt in de aanloop naar de finale. Het bestaan als eeuwige middenmoter, zo gaf de langstzittend directeur in het betaald voetbal toe, stond hem ook wel eens tegen. Was dit het dan?

Nu dus de beker, na een 2-0 overwinning op PEC Zwolle in een finale vol vlijt en enthousiasme, doch kwalitatief zo-zo. „De enige prijs die we tot nu toe hebben gewonnen was de Polar Cup op Curaçao. Dat is het grootste biermerk daar”, zei Nijland, tapbiertje in de hand, na de wedstrijd in het Maasgebouw bij de Kuip.

Nijland is als Gronings roerganger al bijna twintig jaar de baas bij de zelfverklaarde trots van het Noorden. Verhuizing naar de Euroborg, verdubbeling van de omzet, toptalenten kwamen en gingen maar altijd was daar die vloekende lege prijzenkast. Met jaloezie bezag hij het instant succes van PEC, bekerwinnaar van 2014.

In een interview vorige week verwierp hij de voorzichtige vaststelling dat de ligging in een krimpregio nu eenmaal ook voor het voetbal zijn beperkingen heeft. Nijland wees op de ontwikkelingen bij de Eemshaven, de bloeiende energiesector en het bruisende studentenleven dat jaarlijks „duizenden ambassadeurs” van de club oplevert. Mogelijkheden zat, zeker als je Arjen Robben straks na diens carrière kan binden als ambassadeur. „Wie is nou Nijland?”, zei Nijland. „Maar als Arjen belt zit ie morgen bij KLM of Mercedes aan tafel.”

Maar ja, die lege prijzenkast detoneerde bij de indrukwekkende bijdrage van FC Groningen aan het profvoetbal. Klaas Nuninga, Tonny van Leeuwen (GVAV, maar toch). Robben en Luis Suárez, twee van de beste spelers ter wereld van dit moment. En de familie Koeman, van wie telg Erwin de beker uitreikte aan aanvoerder Maikel Kieftenbeld. Noem ze maar op, ze speelden in het groenwit, maar wonnen geen prijs. AZ, Utrecht en Twente wel, qua grootte vergelijkbare clubs.

Dus gisteren, 3 mei 2015, werd clubgeschiedenis geschreven door een selectie die kwalitatief echt niet de sterkste ooit is. Maar dat is bekervoetbal: het kan fraai rollen. De KNVB-beker werd als ambitie op de muur gespijkerd, al na de winst op Barendrecht in de eerste ronde, zei coach Erwin van de Looi. Met gevoel voor ego-tempering zei de trainer – in reactie op de vraag of nu een tribune of standbeeld voor hem weggelegd is – dat er mannen zijn die „heel wat meer voor Groningen hebben betekend”.

Nijland bijvoorbeeld, die Van de Looi ondanks gemor uit de achterban over het stugge spel begin februari contractverlenging aanbood. „Daar hoef je niet ingewikkeld over te doen. We zaten toen duidelijk in een mindere fase”, zei de directeur. „Als je dit als trainer flikt, eerst play-offs vorig jaar, nu dit. Hij is in één klap de meest succesvolle coach van Groningen.”

Goudhaantje, bijna letterlijk met zijn kuif, is Albert Rusnák, die twee keer scoorde. Tegen een achtergrond van spetters bier uit het vak van Groninger fans was de Slowaak dankzij zijn geblondeerd kapsel eenvoudig te ontwaren als middelpunt van de feestvreugde. Symbolisch voor de nooit aflatende assertiviteit van Nijland, die de huurling van Manchester City na veel getouwtrek overnam van Cambuur en zo in de voorbije winter, kun je zeggen, het succes aankocht.

Rusnák verdiende zichzelf gisteren ruimschoots terug door de 2,4 miljoen euro veilig te stellen die Groningen voor plaatsing door de groepsfase van de Europa League bij mag schrijven. En zo balde de directeur na de finale de vuisten. Keizerlijk schreed Nijland over het veld na het eindsignaal, als koning van Groningen. „Al negentien jaar trek je er aan. Misschien wel eens tegen beter weten in, heeft zowel mijn ex-vrouw als mijn huidige echtgenote wel eens gezegd.”