Klassiek met een zucht naar avontuur

Bram Stadhouders enAart Strootman
Bram Stadhouders enAart Strootman

Improvisatie is een ondergeschoven kindje in de klassieke muziekcultuur. Het lijkt vooral het domein van de jazz; bij klassiek denk je al snel aan gecomponeerde muziek, met nauwkeurige noten en gedetailleerde speelaanwijzingen. Ooit was dat anders – Bach werd wijd en zijd geroemd om zijn fenomenale improvisaties op het orgel. Beethoven en Liszt creëerden regelmatig publiekelijk voor de vuist weg aan de piano. Maar ook in de hedendaagse muziek zijn er uitvoerders die experimenteren met ad-hocinventie, of die daarvan zelfs hun niche hebben gemaakt.

Het geheel geïmproviseerde Monasteria is het werk van twee boeiende jonge gitaristen, beide geboren in 1987. Bram Stadhouders heeft naam gemaakt als vrije improvisator met klankvelden en elektronica, Aart Strootman speelt in verschillende vooruitstrevende nieuwemuziekgroepen. Geprikkeld door de ruime akoestiek van een klooster besloten ze hun elektrische instrumenten in te ruilen voor klassieke exemplaren en gewoon te beginnen met spelen. Dat leidde tot een urenlange opnamesessie, waaruit ze 17 stukken hebben gekozen. De Griekse en Latijnse kloostertitels op Monasteria komen wat pretentieus over, terwijl de aftastende, ineenvlechtende of botsende gitaarlijnen juist vrijheid en zucht naar avontuur ademen. Heel sterk is de organische en responsieve wijze waarop telkens de grenzen van een idee verkend of verlegd worden en hoe de tonaliteit daarbij incidenteel wordt opgerekt of zelfs verlaten.

De Secret Key Masters zijn Michael Gees, Marion von Tilzer en Frans Ehlhart, drie pianisten die door producer Bert van der Wolf bijeen zijn gebracht voor een opname. Idiomatisch zijn er duidelijke verwantschappen, zoals een voorkeur voor consonante tonaliteit. Op Extempore spelen ze niet samen maar om beurten. Gees is de meest ambitieuze improvisator, die zijn stukken vrijwel geheel ter plekke bedenkt; doorwrocht in uiteenlopende stijlen schakelt hij moeiteloos tussen minimal, neobarok en Rachmaninov. Bij Ehlhart vind je jazzy akkoordensequenties en Von Tilzer doet nu eens aan Chopin, dan weer aan Debussy denken. Echt ruig of verrassend wordt Extempore gedurende vijf welluidende kwartieren nergens.

Aan stekeligheid juist geen gebrek bij producer Michel Banabila en altviolist Oene van Geel, die hun samenwerking voortzetten op Music for viola & electronics II. De titel doet modernistisch-zakelijk aan, maar het geluid is allesbehalve steriel: de plaat schuurt en kraakt. De soundscapes hebben een vettige, ongepolijste kwaliteit waarin veel te ontdekken valt – van vreemd kale digitale bliebjes en glissando’s tot woest oscillerende bastonen. Hephaestus is een hoogtepunt: eendreigende klanksfeer met gruizige altvioolbezweringen ontpopt zich tot een mossig-machinale beat.