Kindermishandeling? De huisarts lost ’t niet alleen op

Huisarts

Artsen willen mishandeling van kinderen beter kunnen aanpakken. Recept: uitwisseling van expertise.

Kindermishandeling is voor huisartsen een ingewikkeld onderwerp. Zij kennen de gezinnen, ook als die niet bij andere hulpverleners in beeld zijn. Zij weten het als vader depressieve klachten heeft en daardoor soms agressief is. Zij zien de kinderen met vage klachten of onverklaarbare verwondingen. Maar huisartsen melden niet vaak vermoedens van kindermishandeling bij autoriteiten – veel minder dan andere beroepsgroepen die met kinderen werken.

De politiek zit hen daarom op de huid. In de Kamer hamert de VVD al jaren op een meldplicht voor huisartsen als het aantal meldingen niet omhooggaat. Onlangs kwamen de huisartsen met een nieuwe aanpak, samen met de vertrouwensartsen, kinder- en jeugdartsen, spoedeisendehulp- (SEH) en forensisch artsen.

Huisarts Geert-Jan van Loenen, tevens bestuurslid van huisartsenvereniging LHV, heeft zelf ook ervaring met meldingen.

Waarom melden huisartsen zo weinig kindermishandeling?

„Daar zijn diverse redenen voor. Huisartsen zijn op allerlei manieren bezig zaken voor gezinnen in goede banen te leiden. Ze helpen ouders met depressieve gevoelens, verwijzen bij twijfel kinderen naar jeugdartsen, verwijzen door met leerproblemen.

„De ervaring met het AMK [meldpunt kindermishandeling] was dat je er eigenlijk niet goed terecht kon voor advies. Na een gesprek van vijf minuten was het: als je meer wilt, moet je een melding doen.

„En daar deinsden veel huisartsen voor terug, omdat ze bang waren dat hun vertrouwensband met de patiënt daardoor geschaad werd.”

Maar een melding door een huisarts ís toch ook een breuk van de vertrouwensband?

„Misschien. Maar tegelijk is het een illusie om te denken dat huisartsen alles goed inschatten, alleen omdat ze al heel lang betrokken zijn bij een gezin. Ik ben als huisarts een stuk bescheidener geworden. Ik heb bijvoorbeeld een jong stel in de praktijk, waarvan de vrouw psychische problemen heeft. Ze kwamen regelmatig langs, ik dacht dat ik wist wat er speelde. Tot ik op een dag nadrukkelijk vroeg hoe haar situatie hun twee kinderen beïnvloedde. De leidde tot een emotionele reactie; ze bleken daar grote zorgen over te hebben.

„Je kunt een vertrouwensband hebben, maar dat betekent niet dat mensen uit zichzelf vertellen dat het niet goed gaat met de kinderen. Je moet ernaar vragen, vooral bij mensen die worstelen met psychische problemen, armoede en drugsgebruik.

„Ik sprak een vertrouwensarts die een ochtend met een huisarts mee liep. Na afloop zei ze: ik heb vandaag vier kinderen gezien over wie zorgen zijn. Die huisarts had dat niet gezien. Daaruit blijkt maar weer dat artsen elkaars expertise kunnen gebruiken.”

Kunnen huisartsen die hulp niet zoeken zonder een melding?

„Het gaat ons niet om meer meldingen. Het gaat om minder kindermishandeling. En de vertrouwensartsen van het voormalig AMK, nu ‘Veilig Thuis’, zijn in wezen artsen, gespecialiseerd in kindermishandeling. Net als veel kinder- en jeugdartsen weten ze kindermishandeling beter te herkennen. Is het kind gewoon druk, of is er meer aan de hand? Onverklaarbare buikpijn bij een kind, doorsturen naar de kinderarts, of toch ook met de vertrouwensarts bellen? Ik heb ook wel gevallen gehad waarin ik twijfelde. ‘Dat kind is heel druk en kruipt bij iedereen op schoot, klopt dat wel?’ Ik heb daar toen niets mee gedaan, en dat voelde toch niet goed.

„Het is voor huisartsen belangrijk dat ze met andere artsen kunnen overleggen, zodat ze met een veilig gevoel kunnen beslissen bijvoorbeeld een melding achterwege te laten of specifieke hulp te zoeken. De tijd van alles in je eentje oplossen is voorbij. Huisartsen en vertrouwensartsen willen dan ook dat er meer ruimte komt voor adviesgesprekken, die niet direct tot een melding hoeven leiden.”

Daar kan toch niemand tegen zijn?

„Nee, maar voorwaarde is dan wel dat er voldoende vertrouwensartsen beschikbaar zijn, en dat ze ook buiten kantooruren bereikbaar zijn. In lang niet alle gemeenten zijn er alle dagen vertrouwensartsen van ‘Veilig Thuis’ beschikbaar.

„Maar er gaat ook veel goed. Bij sommige huisartsenposten heeft de vertrouwensarts één keer per maand spreekuur voor huisartsen. En ze verzorgen ook opleidingen voor huisartsen. Huisartsen zijn zich er steeds meer bewust van dat ze niet mogen wegkijken. Ik voel het zo: ik ben een gezinsarts, met een bijzondere verantwoordelijkheid voor de zwakste in het gezin.”

Heeft u wel eens een melding gedaan?

„Ja. Ik had een jong meisje in de praktijk waarvan ik de indruk had dat ze misbruikt werd. En dat klopte.”