Kernoorlog met Rusland niet meer ondenkbaar

Illustratie Illustratie Aron Vellekoop León

Militair staat Rusland sterker dan economisch, dus steeds meer Russen willen militair reageren op het Westen. Wij zijn nu bezorgder dan tijdens de Koude Oorlog, schrijven de Amerikaanse experts Graham Allison (oud-onderminister van Defensie) en Dimitri Simes (Kremlinoloog).

Na de val van de Sovjet-Unie merkte Richard Nixon op dat Amerika wel de Koude Oorlog, maar nog niet de vrede had gewonnen. Sindsdien hebben drie presidenten die taak nog altijd niet volbracht. Integendeel, de vrede lijkt steeds verder buiten bereik. Het gevaarlijkst zijn de meningsverschillen over het internationale bestel en over de voorrechten van de grootmachten in hun directe omgeving – twistpunten die in het verleden tot de grootste conflicten hebben geleid. Deze vormen ook de kern van de westerse spanningen met Rusland en – nog onheilspellender – met China. Nu is de meest nijpende uitdaging de aanhoudende crisis in Oekraïne. Daar zijn de griezelige echo’s te horen van de gebeurtenissen die een eeuw geleden leidden tot de ramp die we kennen als de Eerste Wereldoorlog. Vooralsnog houdt het dubbelzinnige tweede akkoord van Minsk stand en is te hopen dat dit leidt tot verdere akkoorden die de terugkeer van een hete oorlog tegengaan.

In de VS en Europa vinden velen dat een hervatting door Rusland van zijn historische imperialistische missie het beste kan worden voorkomen door het garanderen van de onafhankelijkheid van Oekraïne. Anders zou Rusland het voormalige Sovjetrijk weer opbouwen en heel Europa bedreigen. Omgekeerd zijn veel Russen wel bereid om de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne te erkennen (met uitzondering van de Krim), maar de veiligheid aan de westgrens vergt wel een speciale relatie met Oekraïne en een zeker respect dat in de invloedssferen van grootmachten te verwachten is. Meer in het bijzonder behelst het sentiment van de Russische gevestigde orde dat het land nooit veilig kan zijn als Oekraïne tot de NAVO toetreedt of lid van een vijandige Euro-Atlantische gemeenschap wordt. Uit dit oogpunt valt voor een Rusland dat machtig genoeg is om zijn nationale veiligheidsbelangen te verdedigen, niet te onderhandelen over een neutrale status van Oekraïne.

Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 lag Rusland op zijn knieën en was het afhankelijk van Westerse hulp, terwijl het de handen vol had aan interne zaken. In die context was het niet verwonderlijk dat de Westerse leiders gewoon werden om aan de Russische perspectieven voorbij te gaan. Maar sinds Vladimir Poetin in 1999 de macht heeft overgenomen, gaat hij voor in een hernieuwd besef van Rusland als grootmacht. Gesteund door groeiende olie- en gasproductie die in de vijftien jaar van zijn bewind tot een verdubbeling van het Russische bbp leidden, laten de Russen zich steeds minder welgevallen.

Lees verder (€)

Graham Allison is verbonden aan het Belfer Center for Science and International Affairs van de Harvard Kennedy School, voormalig onderminister van Defensie en schreef een klassieker over de Cubaanse raketcrisis in 1962. Dimitri K. Simes emigreerde in 1973 uit Moskou naar de VS, waar hij gezaghebbend Kremlinoloog werd. Hij is uitgever van het blad The National Interest, waar dit artikel in verkorte vorm uit is overgenomen.