Het kan: 4 mei zonder heisa

Er is dit jaar opvallend weinig kabaal over de Nationale Herdenking. Dat is weleens anders geweest. Hoe kan dat? „Spanningen zijn inherent aan 4 en 5 mei.”

Foto ANP

4 mei. Wie of wat herdenken we vandaag? Kabaal is bijna traditie rond Dodenherdenking, maar dit jaar is het opvallend stil. Is iedereen het dan nu echt met elkaar eens?

Het plan van de EO voor een live uit te zenden Anne Frank-tocht (2014), het gedicht van een jongen over zijn foute oudoom dat toch maar niet op de Dam werd voorgelezen (2012), op de valreep een kort geding op 4 mei ’s middags om te voorkomen dat in het Gelderse Vorden ook Duitse gesneuvelde militairen herdacht werden (2012).

Kabaal is bijna traditie rond Dodenherdenking. Maar dit jaar is het opvallend stil. In Geffen, Noord-Brabant, zijn de grafstenen des aanstoots vorige week al verwijderd, voordat het tot een nationale rel kon komen. Niemand heeft dit jaar voorgesteld om de Duitse ambassadeur op de Dam uit te nodigen.

Zou er dan eindelijk eensgezindheid zijn over Dodenherdenking? Blijft het nu echt stil op 4 mei?

Het Comité 4 en 5 mei heeft er in elk geval zijn uiterste best voor gedaan. Vooruitlopend op het nieuwe ‘vijfjarenbeleid’, dat na de zomer officieel wordt, kwam het comité eind vorig jaar met een ‘Toekomstvisie’. Die kwam weer voort uit ‘verkenningsbijeenkomsten’ met schrijvers, historici, wetenschappers, en ‘debatrondes’ met organisaties van oorlogsslachtoffers en belangenclubs.

Dit is de lijn: op 4 mei worden de slachtoffers herdacht, en niet de daders. Dodenherdenking is geen moment voor verzoening. En we blijven ook de Nederlandse slachtoffers herdenken die vielen in de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië, in Korea en in oorlogen en bij vredesmissies waar Nederlanders bij betrokken waren.

Sommigen zouden graag zien dat 4 mei exclusief over de Tweede Wereldoorlog gaat, of juist een universeler, actueler karakter krijgt, of dat moslims een grotere rol krijgen, dat het gevaar van het fascisme benoemd wordt – maar niet iedereen kon zijn zin krijgen in de Toekomstvisie, en nu is het even stil.

Dat kan nooit lang duren. 2015 is een uitzondering, zegt Ilse Raaijmakers. Zij schreef eind vorig jaar een proefschrift over de „herdenkingsarena”. Misschien is in dit lustrumjaar van de bevrijding, 70 jaar na dato, iedereen te veel gericht op 5 mei om zich druk te maken over 4 mei. „Volgend jaar pas wordt de herdenking volgens de nieuwe visie vormgegeven, en het zou mij verbazen als niemand zich dan roert. Spanningen zijn inherent aan 4 en 5 mei.”

Hoewel er steeds minder mensen zijn die het nog hebben meegemaakt, blijven er nog genoeg groepen en individuen over die zich 4 mei „toe-eigenen”, zoals Raaijmakers het noemt. Zoals daar zijn: de (nabestaanden van) verzetsstrijders, militaire veteranen uit diverse oorlogen, de kerkelijke groepen en moslimorganisaties, het Indische geluid, de Joodse vertegenwoordigers. En eenlingen, zoals de advocaat Herman Loonstein, die namens het door hem opgerichte Federatief Joods Nederland naar de rechter stapt zodra ook maar ergens een Duitse soldaat herdacht dreigt te worden.

Tegen de ‘hutspotherdenking’

Zelfs historici doen aan herdenkingspolitiek – zegt de historica Raaijmakers, enigszins schuldbewust. Want het waren historici die in de jaren tachtig en negentig het zwart-witte beeld van goed en fout nuanceerden. En het waren historici die zich vervolgens weer verzetten dat tegen dat grijs, tegen het vervagen van de grens tussen goed en fout, en tegen de ‘hutspotherdenking’, waarin iedereen zich slachtoffer kan noemen. „Wie alles herdenkt, herdenkt niets”, zei historica Jolande Withuis scherp.

De scheidsrechter is en blijft het Nationaal Comité 4 en 5 mei; het is aan het comité om al die krachten te kanaliseren. Iedereen in het land mag herdenken wat en hoe hij wil, het comité is er juist ook om de lokale herdenkingen en particuliere initiatieven te ondersteunen. Maar het is wel het enige fulltime herdenkingsapparaat, en met tweeëntwintig werknemers en jaarlijks 4 miljoen euro subsidie van het ministerie van Volksgezondheid monopolist in de Nederlandse herdenkingsbusiness. Veel gemeenten volgen dan ook de richtlijnen van het Nationaal Comité.

We zijn de campagnes met de fakkel en de televisiesportjes zo vanzelfsprekend gaan vinden, dat je bijna zou vergeten dat het Comité 4 en 5 mei pas sinds 1987 bestaat. Voor die tijd was het een rommeltje. Gedoe is er nog steeds, maar het is wel georganiseerd gedoe. Ruzie maken doe je samen.