Opinie

Feilbare held

Op een boekpresentatie in het Verzetsmuseum in Amsterdam gebeurde afgelopen vrijdag iets ongewoons. Het boek heette De Westerweelgroep en de Palestinapioniers en behandelde het verzetswerk van Joop Westerweel en zijn medestrijders. Bart Westerweel, een zoon, hield een lange rede waarin hij zei: „In zekere zin ontmythologiseert de schrijver de rol van mijn vader, hij laat hem ook als een feilbaar mens zien.”

Een mooi compliment voor de schrijver, de historicus Hans Schippers, die zijn boek niet in een hagiografie liet ontaarden.

Vooropstaat dat Westerweel en zijn groep ongeveer 250 Palestinapioniers in veiligheid hebben gebracht. Palestinapioniers waren jonge Joden, voor de nazi’s naar Nederland gevlucht vanuit Duitsland en Oost-Europa; hun doel was Palestina. Toen Duitsland Nederland binnenviel, zaten zij in de val. De Westerweelgroep ontfermde zich over hen en smokkelde hen naar het buitenland, vooral naar Zwitserland, Frankrijk en Spanje.

Westerweel was de spin in het web van de groep, een fascinerende, charismatische spin. Hij was onderwijzer, onder meer op De Werkplaats van Kees Boeke, en pacifistisch socialist. De schrijver Willem van Maanen, die Westerweel als leraar had meegemaakt, beschreef hem als volgt: „Een korte gedrongen man met het bezwerende gezicht van een profeet. Om zijn ruime voorhoofd groeide een wilde krans van grijze haren, een stem als een klok spoorde mensen aan of joeg ze op, blauwgrijze ogen onderzochten iedereen op waarheid of leugen.”

Westerweel was een nonconformistische, linkse man, evenals een groot deel van de leden van de Westerweelgroep, waarin Joden en niet-Joden samenwerkten. Hij handelde moedig, maar soms ook onvoorzichtig, op het roekeloze af. Hij presteerde het met valse papieren in een Wehrmacht-coupé door Frankrijk te reizen, pratend met Duitse soldaten; hij probeerde hen te overtuigen van zijn pacifistische en antifascistische opvattingen. Enkele leden van zijn groep ergerden zich zozeer aan hem dat zij weigerden met hem te reizen.

De meesten opereerden voorzichtiger, constateert Schippers, maar hij noemt de groep niettemin „weinig professioneel”. Men was weinig alert op verraad en infiltraties, wat soms fatale gevolgen had, zowel voor de verzetslieden als hun beschermelingen.

Onvoorzichtigheid was ook de oorzaak van de arrestatie van Westerweel in 1944, toen hij via Budel twee pioniers over de grens met België wilde brengen. Het was een uiterst riskante route. „Joop, wat zijn we eigenlijk begonnen”, zei medestrijder Bouke Koning nog in de trein, maar Westerweel zette door en liep met de anderen in een Duitse fuik.

Het werd zijn ondergang. Hij belandde in kamp Vught, waar hij in augustus 1944 werd geëxecuteerd.

„Het verzet is terug van weggeweest”, loofde Niod-directeur Marjan Schwegman het boek van Schippers en de stroom boeken die de laatste jaren over het verzet is verschenen. In de geschiedschrijving over de bezetting is een nieuwe weg ingeslagen, vertelde ze, er is afgestapt van benaderingen die louter over de goed-fout-kwestie gingen of neerkwamen op debunking van het verzetswerk. Er is ook meer aandacht voor het aandeel van vrouwen.

Joop Westerweel past bij die aanpak. Een held is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest, vond W.F. Hermans. Maar Westerweel was een held die juist gestraft werd voor zijn onvoorzichtigheid.