Eindelijk iets om in de prijzenkast te zetten

Klaas Nuninga, Arjen Robben, Luis Suárez, de familie Koeman – FC Groningen kende genoeg grote spelers. Maar een prijs won de club nooit. Tot gisteren, toen PEC Zwolle verslagen werd in de bekerfinale (2-0).

Spelers van FC Groningen vieren het winnen van de KNVB-beker, voor het eerst in de clubgeschiedenis.
Spelers van FC Groningen vieren het winnen van de KNVB-beker, voor het eerst in de clubgeschiedenis. Foto Olaf Kraak/ ANP

FC Groningen-directeur Hans Nijland greep invaller Hans Hateboer stevig vast kort na het eindsignaal. Streekgenoten onder elkaar. In een innige omhelzing richtten zij zich tot de dankbare groen-witte massa die de bekerwinst in het schijnsel van de avondzon vierde.

Dat onbeschrijfelijke gevoel op de tribune, schaars als die sensatie is voor fans van vele clubs. Succes proeven te midden van kameraden voor het leven in een roes van drank en wat dies meer zij. Ruim drie uur nadat de colonne van bussen was aangekomen in Rotterdam, al die koppies gefixeerd op de Kuip, de voetbaltempel en plaats van handeling die bij het passeren van de Van Brienenoordbrug voor het eerst opdoemt. Vergreld, zo omschreef Nijland in het Gronings de vurige hunkering die zich van zijn volk meester had gemaakt in de aanloop naar de finale.

Het bestaan als eeuwige middenmotor, zo gaf de langstzittende directeur in het betaald voetbal toe, stond hem ook weleens tegen. Er moest toch meer zijn dan die klasseringen ergens tussen plek vijf en negen. Het werd dus de beker, na een 2-0 zege op PEC Zwolle, na een finale vol vlijt en enthousiasme. Een heerlijk onderonsje tussen provinciehoofdsteden.

Nijland is als Gronings roerganger al bijna twintig jaar de baas bij de zelf verklaarde trots van het Noorden. Verhuizing naar de Euroborg, verdubbeling van de omzet, schitterende spelers gehaald en verkocht. Maar altijd was daar die lege prijzenkast. Met jaloezie bezag hij het instant succes van PEC Zwolle, houder van de beker tot gistermiddag.

De voorzichtige vaststelling dat de ligging in een krimpregio ook voor het voetbal zijn beperkingen heeft, verwierp Nijland, wijzend op de ontwikkelingen bij de Eemshaven en het bruisende studentenleven dat jaarlijks „duizenden ambassadeurs” van de club oplevert. Mogelijkheden zat, zeker als je Arjen Robben straks na diens carrière kan binden als ambassadeur. „Wie is nou Nijland?”, zei Nijland. „Maar als Arjen belt zit-ie morgen nog bij KLM of Mercedes aan tafel.”

Maar ja, die lege prijzenkast detoneerde zo vreselijk bij de indrukwekkende bijdrage van FC Groningen aan het (Nederlandse) profvoetbal. Klaas Nuninga, Tonny van Leeuwen, Robben, Luis Suárez, de familie Koeman, van wie telg Erwin gisteren de eerste trofee uit de club uitreikte aan aanvoerder Maikel Kieftenbeld. Noem ze maar op, ze speelden in het groen-wit, maar wonnen nooit iets. AZ, FC Utrecht, FC Twente wel, in grootte vergelijkbare clubs.

Dus gisteren werd clubgeschiedenis geschreven door een selectie die kwalitatief niet de sterkste ooit is. Maar dat is bekervoetbal: het kan fraai rollen. Met gevoel voor egotempering zei Erwin van de Looi in reactie op de vraag of een tribune of standbeeld ter ere van hem weggelegd is, dat er mannen zijn die „heel wat meer voor Groningen hebben betekend”.

De beker winnen werd als ambitie op de muur gespijkerd, al na de winst op Barendrecht in de eerste ronde. Gevierde man is nu Albert Rusnák, die twee keer scoorde. In die zin was het de bevestiging dat de assertiviteit van Nijland cum suis in de voorbije winter het bekersucces inleidde.

Rusnák verdiende zichzelf gisteren in één duel ruimschoots terug door de 2,4 miljoen euro veilig te stellen die Groningen voor de plaatsing voor de groepsfase van de Europa League bij mag schrijven. Het binnenhengelen van de Slowaak was geen knap scoutwerk geweest, hij excelleerde immers wekelijks bij het nabije Cambuur. Maar in het getouwtrek om hem bleek Groningen, oftewel Nijland, toch weer degene die doorbeet.

En zo balde de directeur na de finale de vuisten. Keizerlijk schreed hij over het veld na het eindsignaal, bekomen van de zenuwen die zo’n dag voor een clubbestuurder met zich meebrengen. Ruim 18.000 man van elke club, met de Groningers enkele decibellen luider aanwezig. De blauw-witten van PEC Zwolle verkeren al sinds vorig jaar in de wolken, zij keerden gisteren terug op aarde.

Na rust, toen de ploegen richting de eigen aanhang speelden, kwamen de aanvalsgolven, met name van Groningen. Duidelijk was dat Van de Looi het niet op een verlenging aan wilde laten komen, en zo wisselde hij binnen iets meer dan een uur al twee keer. Eerst Hateboer, daarna Jairchinio Antonia. Meesterzetten?

Antonia bracht de dreiging die de bekerfinale node miste, met ontembare dadendrang in zijn ranke benen. Met geluk kwam de bal na zijn eerste actie bij de Slowaak Rusnák, die via de ongelukkige Broerse binnenschoof: 1-0. Ruim tien minuten later won aanvoerder Kieftenbeld op karakter een duel in de middencirkel waarna hij als een quarterback het spel opende op Antonia, die overigens flirtte met buitenspel aan de zijlijn. Keuze te over voor het doel van PEC-doelman Warner Hahn, en weer was het Rusnák die de bal kreeg. 2-0, bekerfinale beslist.