Douwe Bob zou best wel iets eigenzinniger mogen zijn

Hij is jong, sympathiek, getalenteerd en muzikaal. Er was geen ontkomen aan dat Douwe Bob in 2012 de eerste editie van de talentenjacht ‘Beste Singer-Songwriter van Nederland’ ging winnen.

Nu zit Douwe Bob met de gebakken peren, want het begrip singer-songwriter is aan ernstige devaluatie onderhevig. Probeer er nog maar eens uit te springen in een genre waar grootheden als Bob Dylan, Neil Young, Johnny Cash en Steve Earle de scepter zwaaien.

In navolging van zijn grote helden dompelt Douwe Bob Posthuma (22) zich in Americana, een muziekgebied dat hij zo goed bestudeerd heeft dat zelfs zijn portretten op die van Johnny Cash lijken. Zijn band rockt, de samenzang is perfect en de nummers zitten goed in elkaar. Douwe Bob is een gelikt showman die op zijn binnenkort te verschijnen, tweede album Pass It On een duet met Anouk kan zingen alsof ze al jarenlang goede collegaatjes zijn.

Op het podium zet hij een vlotte avond vakkundig entertainment neer. Wat hij mist is het kleine beetje gruizige authenticiteit dat hem tot een Tim Knol of een Blaudzun zou maken. Welluidende liedjes als Hollywood en Can’t Slow Down zijn vooral gezellig.

Douwe Bob maakt het zijn publiek zo gretig naar de zin dat hij de kans laat liggen een werkelijk eigenzinnig artiest met een krasje op de ziel te zijn.