De woei- en jongensquestie

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Onlangs hoorde ik een vrouw van in de vijftig zeggen: „Het woei heel hard.” Dat had ik in geen jaren gehoord.

Op schrift zal deze verleden tijd van waaien waarschijnlijk nauwelijks meer voorkomen, meende ik, maar daarin vergiste ik me. Zelfs op Twitter lees je zinnen als „Het woei hard en de regen vloog bij vlagen over het kunstgrasveld” – in een poëtisch hockeyverslag. Maar hoog op de resultatenlijst van Twitter vond ik eveneens: „Enige blijvende questie: het woei / waaide hard...”.

De questie is natuurlijk dat steeds meer sterke werkwoorden zwak worden, maar woei houdt dapperder stand dan ik had gedacht. Dapperder dan bijvoorbeeld gespogen (van spugen), gekorven (van kerven) en georven (van erven). Over georven schrijft iemand op Twitter: „Mensen die georven zeggen, zeggen vast ook: gehongen, ingerolen en gepepen.”

Kort daarop hoorde ik vier meisjes van een jaar of tien druk met elkaar praten op straat. Ze waren op weg naar een parkje en overlegden luid lachend wat ze daar zouden gaan doen – welk spelletje. Eén meisje probeerde de andere te overstemmen door een paar keer achter elkaar hard te roepen: „Jongens! Jongens!”

Wat is hier de betekenis van jongens? En hoe zou je dat uitleggen aan een buitenlander die Nederlands probeert te leren? „O, dat is heel eenvoudig: jongens betekent hier ‘meiden’.” Of: „Jongens betekent hier: stil effe, ik wil ook wat zeggen”?

Waarschijnlijk werkt een vergelijking met het Engels het best. „Het is te vergelijken met: hey guys. Dat wordt ook door mannen en vrouwen als aanspreekvorm gebruikt.”

Guys onder elkaar hoor ik overigens zelden „hé jongens” zeggen. Als een jongen een hele groep leeftijdgenoten aanspreekt, hoor ik in mijn omgeving al jaren: „Hé gasten!” of „Yo gasten!” En om de aandacht van één specifieke jongen te trekken, is „hé pik” of „yo ouwe” nog steeds gangbaar.

Ik heb het hier trouwens over gasten rond de twintig. De laatste tijd hoor ik ze, als afscheidsgroet, steeds vaker „rustig” zeggen. Eerst een handshake, gevolgd door een omhelzing met schouderklop, met tussendoor: „Rustig.”

Lees: doe het rustig aan, hou je taai, laat je niet gekmaken, relax.

Deze afscheidsgroet lijkt niet leeftijdgebonden, ook van mij nemen ze geregeld afscheid met: „Rustig.” Maar misschien komt dat doordat ik sommige van die gasten al zo lang ken.

Zo’n vraag over de betekenis van „Jongens!”, geeft de Grote Van Dale daar antwoord op? Min of meer. Van Dale onderscheidt maar liefst 17 betekenissen bij jongen (waaronder ‘penis’ voor de kleine jongen). Dit naslagwerk zegt ook: jongens als aanspreekvorm kan ‘jongens en meisjes, mannen en vrouwen’ betekenen. Het is een synoniem voor ‘mensen, lui’. Als voorbeeld geeft Van Dale de vermaning jongens toch!

Het zou interessant zijn om te onderzoeken of er in de openbare ruimte nog wordt vermaand, en welke woorden en uitdrukkingen wij daarvoor gebruiken. Ik sluit niet uit dat „jongens toch!” nog voorkomt, maar mijn vermoeden is dat vermaningen in het openbaar sterk zijn afgenomen en dat zoiets als „doe normaal!” vaker wordt gezegd dan het enigszins tuttige „jongens toch!”

Maar ook daarin kan ik me vergissen.