De oorlog die tussenbeide kwam

Twee vriendinnen onderzochten hun familiegeschiedenissen. De een is kleindochter van een SS’er, de ander nakomeling van joodse Holocaust-overlevers. Hun vriendschap kwam onder druk te staan.

Foto Oliver Middendorp
Foto Oliver Middendorp

Ze leerden elkaar kennen via gemeenschappelijke vrienden. Twee jonge vrouwen van midden dertig uit Amsterdam. Op het eerste gezicht een vrouwenvriendschap zoals zovele in de hoofdstad. Beiden zijn ze single, hoogopgeleid en carrièregericht. Anne-Marieke Samson en Martine Verhoeff. Toch verraden hun achternamen al veel over de vreemde lotsverbondenheid die in hun beider familiegeschiedenis besloten ligt.

Want dit verhaal gaat over een bijzondere vriendschap. Over een dader en een slachtoffer wier nazaten in de derde generatie proberen los te komen van het oorlogstrauma in hun familie. Ze probeerden daarin samen op te trekken, maar stuitten onvermijdelijk op de grote thema’s: schuld, boete, vergeving en verantwoordelijkheid.

Van vaderskant werd vrijwel Samsons hele joodse familie vermoord in Auschwitz, Sobibor en Theresienstadt. Verhoeffs grootvader was Obersturmführer (eerste luitenant) bij de Waffen-SS. Hij voegde in de oorlog een f toe aan zijn achternaam om die ‘Duitser’ te laten klinken en liet de naamswijziging officieel registreren. Verhoeff draagt de gevolgen van zijn keuze letterlijk tot op de dag van vandaag met zich mee.

Tot ze in de archieven ging speuren, wist Verhoeff vrijwel niets over haar grootvader, behalve die ene opmerking van haar moeder, lang geleden toen ze een tiener was. Haar grootvader was ‘fout’ en daarmee was alles gezegd. Bij Samson thuis was het oorlogsverleden geen geheim, maar erover praten was evengoed taboe.

Beide vrouwen vonden elkaar in een zoektocht naar het wie-wat-waar en het waarom. Maar hoe dieper ze groeven, hoe groter het mysterie.

Uit de overlevering wist Samson dat één van haar overgrootvaders zelfmoord zou hebben gepleegd om aan transport te ontkomen. Maar in het archief zag ze zijn naam op een lijst uit een concentratiekamp. Verhoeff ontdekte dat haar opa werd verdacht van een zedendelict, vlak voordat hij een f liet toevoegen aan zijn naam en lid werd van de Waffen-SS.

Verhoeff en Samson hebben eenzelfde nieuwsgierigheid naar de feiten, en de vraag wat die feiten anno 2015 zeggen over wie ze zelf zijn. En ze hebben meer afstand tot de feiten dan hun ouders. Verhoeff: „Mijn moeder wil dat ik het verleden laat rusten. Ze vindt dat ik de vuile was buitenhang.” Samson: „Ik heb mijn vader lang niets verteld over Martines familie. Daar heeft hij moeite mee.”

Ondanks het onbegrip in de tweede generatie doken de twee vriendinnen samen de archieven in. Om precies te zijn: het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging in Den Haag. Hier ligt een half miljoen dossiers opgeslagen van mensen naar wie na de oorlog een onderzoek is ingesteld vanwege de verdenking ‘fout’. Samson wilde uitzoeken wie haar voorouders verraden en gearresteerd hebben. Verhoeff wilde meer weten over het proces tegen haar opa en oma wegens collaboratie en de uithuisplaatsing en gedwongen heropvoeding van haar vader die daarop volgde.

Samen op zoek, samen iets delen, al is het niet met elkaar te vergelijken

Vooraf was er de hoop dit samen te kunnen doen. Dat het betekenisvol zou zijn voor hen beiden. Verhoeff hoopte op erkenning van haar verhaal, dat evengoed „loodzwaar” is. Ze wilde haar vriendin laten zien dat ze iets delen. Dat beide families geleden hebben, ook al is het „natuurlijk op geen enkele manier te vergelijken”. Ze is opgevoed met „een enorme schaamte”. Dat uitgerekend Samson zich bereid toonde om zich ook te verdiepen in haar verhaal, verzacht het schuldgevoel. Ook al weet ze rationeel dat ze niet verantwoordelijk is voor de daden van haar opa.

Dat Verhoeff de feiten onder ogen wil zien is voor Samson minstens zo belangrijk. „Ze bagatelliseert het verleden niet, zoals sommige nazaten van oorlogsmisdadigers. Ze kan het alleen verwerken door het onder ogen te zien.” Toch een vorm van boetedoening? Het is even stil. „Ze kan er natuurlijk niets aan doen.” Of de zoektocht consequenties zal hebben voor hun vriendschap weet ze nog niet. Verhoeff vreesde dat wel. „Ik ben wel bang dat ze me toch iets kwalijk gaat nemen. Het is makkelijker als je altijd bij de goeden hebt gehoord, de slachtoffers. Nu ze zich moet verdiepen in mijn verhaal begeeft ze zich in het ongemakkelijke.”

In het archief vinden ze getuigenverslagen, verhoren, een reclasseringsrapport. Processtukken van vlak na de oorlog. Sommige getikt op de achterkant van een Duits kasboek, andere vellen zo dun dat je er haast doorheen kijkt.

Een foto van Verhoeffs opa in SS-uniform, Samson lijkt gespannen

Van het voornemen deze zoektocht samen te ondernemen, komt niet veel terecht. Alsof het aanraken van de geschiedenis ze weer uit elkaar drijft, dader en slachtoffer, 70 jaar na dato. Twee vrouwen van begin dertig. Twee stapels papier en een onzichtbare muur ertussen.

Een tweede bezoek aan het archief verloopt niet heel anders. Geen dialoog, geen interactie. In de trein terug laat Martine wel wat foto’s zien aan haar vriendin. Een familieportret, haar opa omringd door broers, zussen, ooms en tantes. En een foto waarop hij een SS-uniform draagt. Haar vriendin kijkt kort, plichtmatig. Iedere vezel in haar lichaam gespannen. Je voelt het verzet, deze man juist op dit moment zo te zien als onderdeel van een familie – zoon en vader. Iemand die zelfs een vriendin voorbracht, waarmee ze lief en leed deelde. Maar ook iemand die zich vrijwillig aansloot bij een organisatie die haar familie uitmoordde. „Koude ogen”, zegt ze. Dan is het stil.

Samson is onder de indruk van wat ze in de archieven vindt. Uit het dossier blijkt dat haar opa als kind aan de dood ontsnapt is terwijl zijn ouders één deur verder werden afgevoerd. „Ze zaten ondergedoken in een pand met van die flutwandjes. Als ze een beetje geschreeuwd hebben, heeft hij dat gehoord.”

Het raakt haar en brengt het gevoel van onveiligheid terug waarmee ze is opgegroeid. Ze had vaak nachtmerries. „Ook al werd er nooit over gesproken, toch droomde ik dat ik heel stil moest zijn, want ze kwamen joden halen.” Het gevoel dat je door „één klein foutje vermoord kunt worden”, dat heeft haar opa „wezenlijk ervaren”. Maar het zet haar ook aan het denken over de gevolgen van discriminatie. De politieagent die haar joodse familie arresteerde „vond zichzelf niet antisemitisch”, blijkt uit zijn proces-verbaal. „Maar hij vond wel dat ‘de joden een beetje te veel macht hadden’ – een opvatting die nog altijd circuleert in de wereld.” Het doet haar beseffen hoe „zulke opvattingen ooit hebben geleid tot een situatie waarin mensen werden vermoord”.

Dan de vraag: vind je het moeilijk te erkennen dat je opa fout was?

Dan is hij er opeens. De clash. Het was die ene vraag van Samson aan Verhoeff waardoor de sfeer omsloeg: „Vind je het moeilijk om te erkennen dat je opa fout was?”

Later zegt Samson erover: „Ik had het gevoel dat mijn vriendin vooral zocht naar verzachtende omstandigheden. Dat ze op zoek was naar iets waardoor het wel mee zou vallen wat haar opa gedaan heeft.”

Verhoeff had moeite met de „morele superioriteit” van haar vriendin die haar op zou leggen hoe ze met de feiten om moest gaan. „Ik ging de archieven in omdat ik wilde begrijpen. Maar begrip opbrengen werd tot agressieve daad bestempeld, ik mag het alleen maar veroordelen.” Dat ze op zoek is naar „de menselijke kant” van haar opa betekent niet dat ze hem niet verantwoordelijk houdt voor zijn daden, zegt ze. Maar ze wil een onderscheid maken tussen „de daad en de mens”, en niet verplicht worden te denken in termen van goed en fout. „We kijken achteraf terug op de oorlog uitsluitend door de mal van het geweten. Maar in de oorlog zelf gaat het om overleven. Dan spelen hele andere overwegingen.”

Voor Samson is het onderscheid tussen goed en fout niet uit te wissen. Ook niet drie generaties verder. „Ik wil geen begrip hoeven opbrengen voor mensen die lid werden van de NSB omdat ze dan meer voedselbonnen kregen. Ik vind dat geen goed argument.” Dan stellig: „Ik ben trots op de mensen die het juiste hebben gedaan.” Ook voelt ze opeens heel sterk hoezeer haar verhaal afwijkt van dat van haar vriendin. „Het leed in haar familie vond ná de oorlog plaats, maar dat was in een democratie. Haar opa is berecht en heeft een celstraf uitgezeten. Mijn familie is vermoord. Dat kun je niet vergelijken.”

Hoe het nu verder moet met hun vriendschap? Een lastige vraag. Samson: „Ik had gehoopt de oorlog niet tussen ons in te laten komen, maar dat is misschien toch gebeurd.” Verhoeff: „Ik had gehoopt op echte interesse in mijn verhaal. Maar die was er eigenlijk niet.” Project mislukt? Ze menen van niet. „Het is duidelijker geworden hoe zij erin staat”, zegt Verhoeff. „En hoe ik er zelf in sta. Dit is wie we zijn. Het is beter dan dat je beleefd naar elkaar knikt.”