Cameron is een Houdini, hij lijkt verloren maar redt zich alsnog

Britse verkiezingen Premier David Cameron leek er goed voor te staan, maar hij haalt volgens de peilingen geen meerderheid voor de Conservatieven. Zijn imago is elitair, kiezers vertrouwen hem niet. Cameron heeft nog drie dagen.

Het plan voor de campagne van de Conservatieve Partij was eenvoudig: de Britse economie groeide, de tegenstander, Labour-leider Ed Miliband, leek niet op een staatsman, en beloftes over strengere immigratiebeperking, een EU-referendum en belastingverlagingen, zouden de laatste twijfelaars overhalen op de Conservatieven te stemmen.

Maar zo werkte het niet. Met nog drie dagen te gaan voor de verkiezingen, lijkt David Cameron geen meerderheid voor de Conservatieven te halen. Dat is aan de premier en partijleider zelf te wijten. Hij miste in de eerste weken van de campagne de honger van een kandidaat. Nu, met een mislukking in zicht, zijn de mouwen letterlijk opgestroopt, zijn stem loopt op, in crescendo. „Soms is het tijd voorzichtigheid overboord te zetten, plankgas te geven, en mensen te vertellen wat je echt denkt”, zei hij vorige week tegen The Guardian.

David Cameron op campagne.Foto Toby Melville/AFP

Het kenmerkt zijn premierschap. De afgelopen vijf jaar kwam Cameron vaker op het allerlaatste moment in actie. „Hij is een Houdini”, heet het: hij komt makkelijk in de problemen, maar ontsnapt net zo makkelijk. Het toont ook dat de kiezer nog steeds niet weet waar Cameron écht voor staat. Hij is een pragmaticus, geen ideoloog. Beroemd is zijn antwoord op de vraag waarom hij premier wilde worden: „Omdat ik denk dat ik best wel goed zal zijn”.

Dat betekent niet dat hij geen Conservatief is. Eerder dat zijn conservatisme deel is van wie hij is.

Cameron improviseert. En hij komt er mee weg.

Een partijlid

Toen Cameron in 2005 – pas 39 en nog maar vier jaar Lagerhuislid – partijleider werd, wilde hij het imago van de Conservatieve Party ontgiften. De Tories moesten veranderen in „moderne, barmhartige” Conservatieven. Labour was traditioneel de verdediger van de nationale gezondheidsdienst (NHS), Cameron maakte er een Conservatief thema van. Door zijn zoon Ivan, die spastisch was, aan epilepsie leed en in 2009 overleed, had hij van nabij meegemaakt wat de NHS „dag na dag, nacht na nacht” betekende. „De NHS is bij mij in veilige handen. Mijn familie is zo vaak veilig in die van hen.”

Traditionele rechtse onderwerpen maakten plaats voor een mildere aanpak van criminaliteit (hug a hoody, omhels een hangjongere), een groene agenda (vote blue, get green), en zijn „we moeten ophouden over Europa door te drammen”. „Softe, kleffe kletspraat”, concludeerde conservatieve tabloid Daily Mail al snel. „We hopen dat er meer zit in meneer Cameron dan deze tuig omhelzende fietser met nette manieren.”

De ceremonie in 10 Downing Street, waarmee Cameron en Nick Clegg, partijleider van de Liberaal-Democraten, hun coalitieakkoord in 2010 bevestigden, ontkrachtte dat beeld niet. Het akkoord bevatte LibDem-thema’s als onderwijs en milieu. Die partij bestaat sinds de oprichting uit zowel rechtse liberalen als links-liberalen. In Westminster stond hun aanhang bekend als een geitenwollensokkenbrigade.

Het gemor begon al snel: niet alleen in de conservatieve pers, maar vooral op de Conservatieve achterbankjes in het Lagerhuis.

Deels omdat bleef steken dat Cameron geen absolute meerderheid had gewonnen – terwijl Labour onder Gordon Brown de meest impopulaire regering uit de geschiedenis was. Deels omdat talentvolle parlementariërs daardoor met lede ogen moesten aanzien hoe regeringsposten naar de LibDems gingen. Deels omdat ze het idee hadden dat Conservatief beleid onder invloed van de LibDems verwaterde. Cameron zou zich te gemakkelijk voelen in het liberale gezelschap. Bronnen die Cameron en Clegg van nabij meemaakten, zeggen dat ze geen vrienden zijn, maar elkaar wel vertrouwen. Een commissie die conflicten tussen de coalitiepartners moest oplossen, kwam slechts twee keer bijeen.

Homohuwelijk

De achterban morde ook. Camerons steun voor het homohuwelijk, bezuinigingen op defensie, en een hogesnelheidslijn dwars door het platteland, leidden tot onbegrip. „De partij verkwanselt haar conservatieve waarden”, zei Bob Woollard, oud-voorzitter van de Wycombe Conservative Association, in 2013 tegen deze krant.

Samen met 35 andere oud- en huidige voorzitters van lokale Conservatieve afdelingen uit voornamelijk Zuid-Engeland waarschuwde hij Cameron. Ze zagen gewone partijleden flirten met de rechtsere en eurosceptischere UK Independence Party. Gemeenteraadsleden liepen over, en bestuursleden, en uiteindelijk in oktober vorig jaar ook twee Lagerhuisleden.

Het beeld klopte niet op alle terreinen. Cameron schudde zijn softere imago al in 2010 af. Hij benoemde de klimaatscepticus Owen Paterson op Landbouw, Theresa May’s immigratiebeleid werd steeds harder, Michael Gove gooide het roer op Onderwijs radicaal om. En Camerons Europa-beleid werd Thatcheriaanser dan dat van Margaret Thatcher.

Maar er waren meer problemen. Zoals een begroting in 2012 met daarin een belasting op warme broodjes die deels moest worden gecorrigeerd. Immigratie die niet daalde, zoals Cameron had beloofd, maar groeide. Zijn trage reactie in 2011 op rellende jongeren in Londen, die winkels plunderden en in brand staken, tijdens zijn vakantie. Hij had al de reputatie aan het einde van de dag de staatszaken makkelijk achter zich te laten.

Verkeerde vrienden

En dan was er zijn vriendschap met woordvoerder Andy Coulson en Rebekah Brooks, verdacht van het aanzetten tot afluisteren van bekende en minder bekende Britten tijdens hun tijd als hoofdredacteur van tabloid News of the World. Of recent zijn steun aan BBC-presentator Jeremy Clarkson, nádat die was geschorst wegens het slaan van een werknemer.

Brooks en Clarkson wonen net als Cameron op het platteland rond Chipping Norton, in de Cotswolds, waar de prachtige landhuizen van de rijke upper middle class staan. Hoe dieper de bezuinigingen ingrepen in het leven van gewone Britten, hoe meer Camerons elitaire achtergrond opviel. Hij is de zoon van een effectenmakelaar, ging naar de kostschool Eton, was als student lid van het exclusieve drankgezelschap Bullingdon Club en trouwde de dochter van een adellijke familie.

Binnen de partij werd openlijk gemuit. Cameron, zo vertelden verschillende Lagerhuisleden, schonk geen aandacht aan ‘gewone’ parlementsleden. Als ze klaagden, werden ze op Chequers uitgenodigd, het buitenverblijf van Britse premiers, waar hij hen met een zijn gebruikelijke charme kalmeerde.

Maar bij sommigen bleef het beeld hangen van de pr-man, Camerons beroep voor hij de politiek inging. „Het voelde niet gemeend.”

Vragen waren er ook over zijn strategie. „Hij improviseert. En hij komt daar ook mee weg”, meent een partijlid. „Hij heeft geen strategie, hij doet een reeks tactische politieke zetten. En daarmee is hij zijn tegenstanders te slim af”, zegt een ander.

Politieke tegenstanders wijzen op de dag na het Schotse referendum. De Unie was gered, 55 procent van de Schotten had tegen onafhankelijkheid gestemd. En om 7 uur ’s ochtends hield Cameron een toespraak waarin hij juist de Engelsen meer macht beloofde. Daarmee wilde hij, zes maanden voor de Lagerhuisverkiezingen, het gras voor de voeten van Labour en UKIP wegmaaien. Maar daarmee gaf hij de overwinning ook weg: de Schotse nationalisten zijn sindsdien in populariteit gegroeid.

Negen dagen eerder had hij, met tranen in zijn stem, nog gezegd: „Mijn hart zal breken als deze familie van landen wordt verscheurd.” Het is de reden dat kiezers twijfelen aan andere beloftes. Kleine vergissingen als die van vorige week, toen Cameron een zaal opriep voetbalclub West Ham te steunen terwijl hij eerder altijd zei een fan van Aston Villa te zijn, vergroten de scepsis over zijn oprechtheid over andere kwesties.

Camerons redding is dat de optredens van Ed Miliband, op een paar uitzonderingen na, slecht bleven. Dat vicepremier Nick Clegg en diens partij de electorale klappen opvingen van impopulair coalitiebeleid. En bovenal dat de economie groeide.

Bovendien ging het roer om bij de Conservatieven: de Australische campagnestrateeg Lynton Crosby werd ingeschakeld. Hij had eerder de Australische premier Tony Abbott aan twee verkiezingsoverwinningen geholpen, en de Londense burgemeester Boris Johnson.

Weer de typisch rechtse thema’s

Onder Crosby’s leiding richtte Cameron zich vanaf 2013 steeds meer op typisch rechtse thema’s. Zijn toespraak op het laatste partijcongres ging over verdere bezuinigingen in de bijstand, belastingverlaging voor werknemers en werkgevers die banen creëerden, en EU-onderhandelingen.

Het moest de typisch Conservatieve kiezer weer binnenhalen. De rest hoefde „maar twee dingen te weten”, zei Crosby volgens de goed ingevoerde conservatieve columnist Tim Montgomerie: „De anderen [Labour] hebben de economie vernield, nu gaat het onder ons weer oké.”

Die tactiek is geslaagd. In de peilingen is de achterstand op Labour ingehaald, al is er nog geen voorsprong. Maar Cameron, zeggen vriend en vijand ook, is goed in ‘blokken voor een examen’. Hij heeft nog drie dagen om te slagen.