Wielen

De prijs van de Mercedes S600 Maybach is te hoog én te laag

Foto Peter de Krom

Autojournalist Bas van Putten recenseert nieuwe auto’s. Vandaag een Mercedes S600 Maybach. Een koopje.

Over rijken, die ik verder slecht begrijp, heb ik de theorie dat ze verstandig blijven tot het schip met geld een supertanker is geworden. Rijk worden is neurotisch buffelend je eerste tonnen oppotten, rijk zijn is verbrassen wat je vroeger bevend naar de bank bracht. In lijn met die theorie kan een horloge, boot of auto niet onbetaalbaar genoeg zijn. Ik legde een Bentley-manager mijn stelling voor dat Bentleys aan drie voorwaarden moeten voldoen: te groot, te zwaar, te duur.

Je zou dus kunnen zeggen dat een Mercedes S600 Maybach van nog geen drie ton voor big spenders te goedkoop is, omdat er ook Rolls-Royces zijn van zes. Zo’n Maybach is er met een achtcilinder instapmotor al voor 165.000 euro, kleingeld. Ze hadden er vijf ton van moeten maken. Hij moet een villa waard zijn.

Poenpiranha’s

Nu zit ik klem. Als mijn redenering zou kloppen, had het kassa moeten zijn voor de twaalfcilinder limousines die Mercedes-Benz onder de merknaam Maybach fabriceerde voor een prijs van minstens 534.539 euro. Maar die auto liet de nouveau riche zo schrijnend koud dat de productie werd gestaakt. Waarom beten de poenpiranha’s niet?

Nou, hij leek te veel op een andere auto die veel minder kostte, de Mercedes S-klasse. Terwijl hij charmes had. In de B-stijl tussen voor- en achterdeuren waren uitsparingen aangebracht voor led-lampjes die ’s nachts als middeleeuwse toortsen brandden. In de dakhemel boven de achterpassagiers zaten analoge retro-instrumenten, oversized watches waarop je tijd en snelheid af kon lezen. En overal beeldschermen, dat wil de man.

Maar de chauffeur keek naar de wijzerplaten van een S-klasse. Bij Mercedes moet de redenering zijn geweest: als die gelijkenis de klant belet een half miljoen over te maken, waarom dan niet voor de helft een verlengde S-klasse gebouwd met ligstoelen achterin en een Maybach-logo als prestigebonus op de kofferklep, voor de gewone S-klasse-bestuurder die van zijn villa een paleisje wenst te maken? We nemen a) een financiële drempel weg en b) ons vlaggenschip wint aan gezag: Maybach, chic!

Ik voel geen verschil

Ik heb ermee gereden en hoewel het me geen moeite kost de fabelachtige kolos de hemel in te prijzen, zat ik zo verdoofd van vervreemding aan het stuur dat ik niet de geringste aandacht heb geschonken aan het glamourlandvermaak dat deze olieboerentempel op de kaart moet zetten. Als iemand had gevraagd of er tv aan boord was, had ik het niet kunnen zeggen. Het is ondenkbaar dat zo’n limo geen tv heeft, maar ik lijd aan dezelfde kwaal als iedereen die te bedonderd is om rijkdom na te streven: glam interesseert me niks.

In een promotiemagazine van Mercedes-Benz zag ik een interview met een mijnheer die de tv-vraag zeker kan beantwoorden, een Maybach-koper die zich liet portretteren met zijn aankoop. Hij was een fabrikant van feta-kaas, de selfmade ondernemer die zo’n auto koopt. Trots liet de feta-man zich fotograferen in het ligmeubel rechtsachter. Ik durf te stellen dat hij met een Mercedes S500 Plug-in Hybrid, in deze kolommen eerder uitgeroepen tot de beste auto van de wereld, even goed bediend zou zijn geweest. Die is er vanaf 115.000 euro, en ik voel geen verschil.

De prijs van de Maybach S 600 is dus te hoog en te laag. Te hoog, omdat zijn objectieve meerwaarde ten opzichte van een S-klasse nihil is. Te laag, omdat Mercedes weet dat het voor dit bedrag de kaaskoning nooit vast zal kunnen houden. Zijn volgende verkwistingsdoel, als het hem goed blijft gaan, wordt voor minimaal 528.000 euro een Rolls-Royce die niet op een goedkoper broertje lijkt. Ik gun het hem, want in kaas steekt geen kwaad. Enfin, vooralsnog heeft Mercedes-Benz hem een enorme dienst bewezen. Hij heeft een klein vermogen kunnen stukslaan op een jongensdroom.

Overigens: de mijne had tv. Optie 865: ‘Tv-tuner digitaal’. Kost maar 1.307 euro.

Bas van Putten schreef eerder over de Porsche en de Peugeot.