Wij wilden geen kinderen die voor altijd bij ons horen

Bij Kim Postma en René Wokke komen af en toe pubers logeren die niet thuis kunnen zijn. Ze voeden ze niet op, maar maken het ze gezellig. „We kiezen ook voor vrijheid.”

Pleegzorgers Kim Postma en René Wokke op hun woonboot in Amsterdam
Pleegzorgers Kim Postma en René Wokke op hun woonboot in Amsterdam Foto Ilvy Njiokiktjien

Kim Postma (54) en René Wokke (52) kennen elkaar een jaar of twintig. Kinderen wilden ze nooit, totdat ze op de gedachte kwamen pleegkinderen op te vangen. Eerst kozen ze voor weekendzorg. Nu bieden ze pubers crisiszorg, op hun woonboot aan een Amsterdamse gracht. Kim lacht: „Zo maken we nog iets mee van ‘de jeugd van tegenwoordig’.”

René: „Ik ben psycholoog. In 2005 kreeg ik via het uitzendbureau een opdracht van Bureau Jeugdzorg. Zo kreeg ik allerlei dossiers van kinderen te lezen, sommigen daarvan regelrechte tranentrekkers. Ook kwam ik erachter dat er zoiets bestaat als weekendzorg.”

Kim: „Dat vonden wij wel interessant.”

René: „De cursus van pleegzorgorganisatie Spirit schrok ons niet af, al hebben we wel gegniffeld om de softe aanpak. Kort daarna kwamen een broertje en zusje, vier en acht jaar oud, eens per maand bij ons logeren. Na twee jaar was onze zorg niet langer nodig.”

Kim: „Ik wilde wel iets dat spannender zou zijn. Toen informeerden we naar crisiszorg. Het moesten pubers zijn die alleen thuis kunnen zijn als wij overdag werken.”

René: „Jeugdzorg zei: u krijgt ‘sleutelveilige’ kinderen.”

Kim: „Een week later belde Jeugdzorg of we een plek hadden voor een jongen die thuis niet veilig was.”

René: „Toen ik hem wou ophalen, bleek hij weggelopen te zijn. Pas rond vier uur ’s nachts hebben medewerkers van Spirit hem gevonden en hem alsnog gebracht. Toen zijn we maar hamburgers gaan bakken. Hij mat twee meter en sliep zo lang in het vooronder, vond-ie geweldig. Hij bleef maar ontkennen dat dat te klein voor hem was. Later heb ik alsnog een kamer voor hem ingericht.”

Kim: „Die eerste weken zijn kinderen vaak pleasend, bijvoorbeeld met geestige uitspraken als ‘ik houd van orde en netheid’. Dan is de afwas altijd gedaan en willen ze graag voor je koken. Ze willen het zo graag goed doen, dat het bijna pijn doet.”

René: „Omdat plaatsingen bij ons altijd kort zijn, voeden we niet echt op. Als het maar gezellig is, en het kind enig respect opbrengt voor ons, is het al goed. Ze hebben een rustpunt nodig na alles wat ze hebben meegemaakt. We maken hun leven draaglijker – werken een beetje aan normen en waarden, maar echt veel regels hebben we niet. Veel kinderen komen daardoor graag bij ons.”

Kim: „We hebben maar één keer meegemaakt dat het hier niet goed ging met een kind. Daaraan waren al heel wat gesprekken en waarschuwingen vooraf gegaan. Maar dat kind bleef liegen en pikken. Jeugdzorg Spirit wil ons graag houden als pleegouders en heeft hem opgehaald. Vaker is het juist heel leuk om een kind te leren kennen. De meesten zijn niet oer-Hollands. Leren ze bij ons oesters eten, dan gaat zoiets op Facebook.”

René: „Als je zelf geen kinderen hebt, krijg je niet als vanzelf met ze te maken. Als pleegouders wel – dat geeft plezier. Zo was er een jongen die een heel groot kussen, een fatboy, mee wilde nemen naar zijn kamer in een instelling. Halverwege de rit daarheen zei hij: ‘Nou ja, ik heb niet echt gevraagd of het mag.’ Bij de draaideur werd-ie in z’n kraag gegrepen. Toen zijn we alsnog via de achterdeur naar binnen geslopen. Tegen zijn begeleider zei ik bloedserieus: ‘Het is zijn hoofdkussen’. Toen mocht het ineens wel. Zoiets schept een band.”

Kim: „Eenmaal kwam er een kind dat bezit noch familie had. Die kwam hier met twee tassen, verder had-ie niets, hij kon ook geen schoolgeld betalen. Natuurlijk wil je dan het liefst alles geven, maar dat kan niet.”

René: „Dat voelt niet als falen. Alle kinderen hebben nu eenmaal een verhaal.”

Kim: „Wij wilden geen kinderen die voor altijd bij ons horen. We kiezen ook voor vrijheid, om veel te reizen bijvoorbeeld. Deze vorm van zorgen voor een kind, past ons beter. We willen graag goed doen, maar dat is niet onze enige motivatie.”

René: ,,We vinden kinderen leuk.”

Kim: ,,Natuurlijk hebben we compassie met ze. Zonder kun je geen pleegzorg bieden. Je moet van ze houden.”

René: ,,We proberen een connectie te krijgen. Anders wordt het lastig, dan wordt het werk. We bieden geen hotelbed.”