Jong en in de pensioenen

Jongeren met interesse in pensioenen? Ze bestaan. Bij het ABP strijden ze voor meer openheid. Deze krant volgde ze een jaar. „Het ABP kan toch niet zomaar cadeautjes geven?”

De LvOP. Vlnr: Jochem Sprenger, Peter Fonkert, Myrthe de Jong, Nikolai Jacobs (tijdelijk lid) en Michael Visser. Niet op de foto: Linda Hilhorst.
De LvOP. Vlnr: Jochem Sprenger, Peter Fonkert, Myrthe de Jong, Nikolai Jacobs (tijdelijk lid) en Michael Visser. Niet op de foto: Linda Hilhorst. Foto Robin Utrecht

Zet vijf jonge pensioenkenners bij elkaar om te praten over een publicitaire uitglijder van het ABP, en je krijgt het volgende gesprek. „Ze wisten al twintig jaar dat dit eraan kwam! Ze hebben niet zitten opletten.”

„Dit bewijst gewoon dat die lui niet kunnen communiceren. We moesten het eerst in de krant lezen – pas daarna kregen we een officiële brief.”

„Ze willen gewoon geen slecht nieuws vertellen aan gepensioneerden.”

‘Ze’ en ‘die lui’, dat is het bestuur van het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland. Dat heeft in januari dit jaar per ongeluk 4 miljoen euro te veel uitgekeerd aan gepensioneerden – een nieuwe regel over partneralimentatie is te laat doorgevoerd. Het ABP-bestuur heeft sorry gezegd en aangekondigd het geld niet terug te vorderen. Belachelijk, vinden de kenners. „Stel, ik heb als spaarder per ongeluk 200 euro te weinig betaald. Zegt het bestuur dan ook: laat maar zitten?”

Jongeren die zich vrijwillig verdiepen in de details van ons pensioenstelsel: ze bestáán. Sinds enige tijd strijdt een club twintigers en dertigers voor een eerlijker verdeling van pensioengelden tussen jong en oud. Ze werken aan de universiteit, op een Haags ministerie. Onder de naam Lijst voor Onafhankelijk Pensioentoezicht (LvOP) werden ze een jaar geleden met vijf man gekozen in het Verantwoordingsorgaan (VO), het ‘parlement’ van het ABP. Sindsdien trekken ze ten strijde tegen de belangen die de dienst uitmaken in pensioenland: de vakbonden, de werkgevers en de gepensioneerden.

Deze krant volgde de LvOP in zijn eerste jaar bij het ABP. Een jaar waarin ze, met vallen en opstaan, leerden invloed te krijgen. Waarin ze het, net als politieke vernieuwingsbewegingen als G500, regelmatig aflegden tegen de ervaren vergadertijgers met hun politieke trukendozen. En waarin ze stukje bij beetje hun beeld vormden van het ABP: een niet bijster professioneel bestuurd fonds dat constant benauwd is voor reputatieschade.

Aan inhoudelijke kennis schort het niet: ze zijn buitengewoon goed op de hoogte van de complexe pensioensystematiek. Links of activistisch zijn ze niet, eerder van het politieke midden. Zo vinden ze het geen probleem dat de ABP-voorzitter een ton verdient voor drie dagen in de week werk. Een bestuurder bij BlackRock, het grootste investeringsfonds ter wereld, krijgt jaarlijks 2 miljoen plus 12 miljoen aan bonussen. „En die hebben minder te beleggen.”

Utrecht, november

„Ondermaats.” Myrthe de Jong (29) schudt vertwijfeld haar hoofd. Op een frisse donderdagochtend in november spreken de vijf fractieleden in een café in de Jaarbeurs over de premie- en indexatieplannen van het ABP voor komend jaar. Die komen ongeveer hier op neer: hoeveel dragen ABP-spaarders volgend jaar af, hoeveel ontvangen gepensioneerden? De Jong, in het dagelijks leven ambtenaar bij het ministerie van Financiën, snapt niet waarom het ABP zijn sommen niet op orde heeft. De pensioenen gaan volgend jaar niet omhoog: terecht. De pensioenopbouw gaat omlaag: ook te billijken. Maar ondertussen gaat de maandelijkse afdracht wél omhoog: hoe kan dat? En waar is de technische onderbouwing die laat zien wat de effecten zijn voor verschillende groepen? Zonder zo’n onderbouwing, zegt De Jong, kan het ABP niet bewijzen of er sprake is van „evenwichtige belangenbehartiging” tussen generaties – waartoe het fonds wettelijk verplicht is. Daarom vindt ze de plannen „ondermaats”.

In De Jongs kritiek wordt een omkering zichtbaar: de jongeren van de LvOP pleiten voor financiële behoedzaamheid, terwijl de ouderen vinden dat de centen wel mogen rollen.

Haar opmerkingen zijn ook tekenend voor de sfeer bij de LvOP: scherp, oppositioneel en met weinig ontzag voor de gevestigde orde. Er vallen termen als „halfbakken gedoe” en „politieke trucs”.

Vroeger zaten er in het Verantwoordingsorgaan van ABP alleen afgevaardigden van de bonden en werkgevers. Nu is de ongebonden LvOP daar bijgekomen, die de greep van de sociale partners op de pensioenfondsen wil doorbreken. In het begin was er de nodige vijandigheid bij de oude garde, vertellen de LvOP’ers. „Ik heb me echt verbaasd over de angst voor ons bij de zittende groep”, zegt Linda Hilhorst (31), adviseur van de minister van Volksgezondheid. „We kregen echt reacties als: zo, jullie zijn dus de club die onze zetels heeft afgepakt?” Jochem Sprenger (31), beleidsmedewerker op het ministerie van Economische Zaken: „Ze denken echt dat we een groep wilden zijn.”

Omgekeerd zijn de LvOP’ers tamelijk kritisch over, met name, de vakbondsmensen in het orgaan. Die zitten er alleen maar om hun invloed te behouden, vinden ze, niet om structureel na te denken over de toekomst van de pensioenen. „Ze hebben een weinig kritische houding”, zegt Myrthe de Jong. „Ze spreken niet over ‘het ABP’ maar over ‘we’. En als er fouten worden gemaakt door het bestuur, zeggen ze dingen als: ‘Het ergste is dat hiermee de reputatie van het ABP wordt geschaad’. Dat zou je als oppositiepartij in de Tweede Kamer eens over het kabinet moeten zeggen. Dan valt hoon je ten deel.”

Amsterdam, februari

De stemming in het huis van Peter Fonkert is opgewonden. Kort na ‘partnertoeslaggate’ wordt op een doordeweekse avond bij hem vergaderd. Tijdens het nuttigen van een Indische afhaalmaaltijd buitelen de commentaren over elkaar heen. Vier miljoen euro te veel uitgekeerd – en niets teruggevorderd!

„Ze durven dat gewoon niet te doen”, zegt gastheer Fonkert (61), de wat recalcitrante nestor van het gezelschap, werkzaam aan de Hogeschool van Amsterdam. „Ze zijn bang dat de pleuris uitbreekt.”

„Dat het te veel geld kost om die 4 miljoen terug te vorderen, lijkt me in ieder geval onzin”, zegt Michael Visser (35), fiscaal jurist aan de Universiteit van Tilburg.

„Ik denk alleen dat we hier geen inspraak over hebben”, zegt Jochem Sprenger. „Dit is zo’n onverwachte situatie waarover we geen adviesrecht hebben.”

„Maar het ABP kan toch niet zomaar cadeautjes geven?” zegt Linda Hilhorst.

Sprenger: „Er staat nergens in de reglementen dat ze niet voor Sinterklaas mogen spelen.”

Hilhorst: „Nu is het 4 miljoen. Waar ligt de grens?”

Het liefst zouden de LvOP’ers het pensioenstelsel ingrijpend verbouwen. De vrijheid om je eigen pensioenfonds te kiezen, in plaats van gedwongen winkelnering. Minder collectiviteit, meer individuele arrangementen. Weg met de doorsneepremie, waardoor iedereen evenveel inlegt maar niet per se evenveel terugkrijgt.

Tegelijkertijd snappen ze dat hun inspraak beperkt is – in het Verantwoordingsorgaan gaat de revolutie niet beginnen. En dus richten ze zich op andere zaken: de transparantie van het fonds, het beleggingsbeleid, de kosten van het vermogensbeheer en, bovenal, de communicatie.

Hun belangrijkste punt is eigenlijk dit: het ABP moet geen „valse verwachtingen” wekken over de hoogte van toekomstige pensioenen. En dat doet het wél, vinden ze, bijvoorbeeld met een animatiefilmpje waarin gesuggereerd wordt dat spaarders gegarandeerd vier keer hun inleg terugkrijgen na hun pensioen. „Die mensen in het bestuur kunnen niet communiceren, ze hebben geen beeld voor ogen van waar ze mee bezig zijn”, zegt Sprenger. „Je kunt je afvragen of je zo’n grote organisatie als het ABP moet laten runnen door bestuurders die maar drie dagen in de week werken”, zegt Linda Hilhorst. „Ze hebben meer geld te beleggen dan de Rijksbegroting.”

Sprenger: „Het is alsof je ABN Amro twee dagen in de week bestuurt. Het fonds is te groot, de regelingen zijn te complex.”

En dan hebben ze het nog niet eens over de manier waarop het bestuur omgaat met het ‘parlement’. Om het mild uit te drukken: de pensioenbestuurders moeten nogal wennen aan inspraak. Wat de LvOP’ers typerend vinden voor die houding: tijdens gemeenschappelijke vergaderingen zit het bestuur op een podium. De Jong: „Ze kijken letterlijk op ons neer.”

Vianen, april

Op tafel ligt een tekst van drie kantjes: de bijdrage van het Verantwoordingsorgaan aan het ABP-jaarverslag. Jochem Sprenger heeft er uitgebreid over vergaderd met de andere fracties en nu bespreken de LvOP’ers het resultaat. In een zaaltje in een wegrestaurant langs de A2, bij Vianen.

Hier openbaart zich een dilemma waar de LvOP’ers voortdurend tegenaanlopen: moeten ze het hard spelen, of juist streven naar wat haalbaar is? Ze hebben een paar mooie, kleine punten binnengehaald in het afgelopen jaar: er kwam een nieuw reglement, het bestuur zegde toe voortaan met een kwantitatieve onderbouwing van besluiten te komen. Maar vaker legden ze het af tegen de doorgewinterde vergaderaars van de andere fracties: bij het kiezen van de commissievoorzitters, bij hun inspanningen om het VO een werkelijk onafhankelijke secretaris te bezorgen.

„We hebben afgesproken deze tekst bij onze fracties als zodanig te verdedigen”, zegt Sprenger.

„En met je LvOP-pet op?”, zegt Michael Visser. „Ik vind het goed dat er in staat dat er bij het ABP ‘een spanning tussen ambitie en vooruitzichten’ bestaat. Maar dat is ook het minimum.”

Sprenger: „Deze tekst strookt met onze wensen.”

Visser: „Dit is het halve verhaal, wij willen het eerlijke verhaal. Maar ik snap dat dit het maximaal haalbare is. Er staat nu ook dat we een ‘volwassen medezeggenschapsrelatie’ nastreven. Als dat laatste er niet inkomt, zijn we echt gekke henkie.”

    • Thijs Niemantsverdriet