Dit is een artikel uit het NRC-archief

Een zwarte soldaat met een meisje betekende gedoe

De Amerikaanse legertop had twijfels over de inzet van Afro-Amerikanen. „Een gekleurde kan niet snel genoeg denken”, dacht generaal Patton.

Tekst Guus Valk Fotografie Stephen Voss

Toen James Baldwin (90) scholier was, had hij één droom: weg uit Wagram, het troosteloze dorp in de Amerikaanse staat North Carolina. Baldwin wilde geen landarbeider worden, zoals alle Afro-Amerikanen uit het dorp dat werden. Hij wilde studeren, en dan arts of dominee worden. Niet uit roeping, maar omdat hij iets te lezen wilde hebben. „Als 12-jarige werd ik tweede bij een kennistest voor scholieren. Het haalde de kranten in North Carolina: een zwarte jongen die zoveel weet!”

Baldwin legde de vijftien kilometer lange busrit naar de enige zwarte school in de omgeving met plezier af. Hij kreeg na zijn examen een beurs om in Fayetteville, aan de enige zwarte universiteit in de wijde omgeving, te studeren. Hij zou de eerste in zijn familie worden, tachtig jaar na het einde van de slavernij in North Carolina.

„En toen”, zegt Baldwin, „een paar maanden nadat mijn droom was uitgekomen, kwam die oproep.” President Franklin Delano Roosevelt verplichtte eind 1942 alle student-reservisten zich te melden bij het leger. „Ik dacht nooit na over de oorlog. Mijn wereld was North Carolina. Ik had mijn hele jeugd de staat nooit verlaten. Ik wist niks van de wereld.”

Baldwin gaat na zijn ontbijt op de bank zitten. Hij is lang en tanig. Hij woont alleen in de armoedige zwarte wijk Anacostia, Washington, sinds zijn vrouw overleden is. Een huishoudelijke hulp stofzuigt.

Baldwin was één van de circa 125.000 zwarte Amerikaanse militairen die deelnamen aan de Tweede Wereldoorlog. Ze zaten vrijwel altijd in volledige Afro-Amerikaanse eenheden. De legertop had twijfels over het inzetten van zwarte militairen. „Een gekleurde soldaat kan niet snel genoeg denken om te vechten”, schreef generaal George Patton.

Maar Patton had tankdivisies nodig, voor de aanstaande invasie in Europa. Er zouden daarom drie volledig Afro-Amerikaanse tankbataljons opgeleid moeten worden. Dat blanke en zwarte soldaten in één legereenheid konden dienen, was uitgesloten.

Uitverkoren

James Baldwin werd twee jaar lang opgeleid tot tankschutter – blanke rekruten kregen een opleiding van een paar maanden. De tankbataljons waren veel prestigieuzer dan infanterie- of artillerie-eenheden. Baldwin: „Vanaf dat moment voelde ik me een uitverkorene. Het vooruitzicht in een zwarte elite-eenheid te vechten, maakte me trots.”

Toen hij van zijn militaire basis in Kentucky twee dagen vrij kreeg, nam hij in uniform de bus naar zijn ouders. De laatste vijftien straten moest hij lopen, naar de zwarte wijk. „Een auto stopte, en de bestuurder wenkte me. ‘Wil je meerijden? En zal ik je morgen terugbrengen naar de bushalte?’ Nooit eerder had een blanke dorpsgenoot me in mijn dorp zomaar aangesproken.”

Baldwin werd voor extra trainingen overgeplaatst naar zuidelijke bases, in Texas en Louisiana, waar de rassenverhoudingen nog veel grimmiger waren dan hij gewend was. In een uitgaansgebied nabij Camp Claiborne, Louisiana, waren vlak voor Baldwins komst rellen uitgebroken tussen blanke en zwarte soldaten. Zwarte rekruten uit de vrijere noordelijke staten accepteerden niet dat zij naar eigen cafés moesten en achterin de bus moesten zitten. Zeker dertig soldaten raakten zwaargewond. Er lagen tien doden op straat, verspreid tussen de kroegen en bordelen.

James Baldwin raakte bevriend met Jackie Robinson, die na de oorlog de eerste zwarte honkballer in de Major League zou worden. Robinson had geen talent voor volgzaamheid. Omdat zwarten uren moesten wachten om een plek in de bus te krijgen – alleen de achterste paar rijen waren beschikbaar – regelde hij een netwerk van lokale taxi’s dat als pendeldienst diende tussen de basis en het uitgaansgebied. Toen Robinson toch eens de bus pakte, weigerde hij achterin te gaan zitten. Hij werd gearresteerd en vervolgd, de oorlog ging aan hem voorbij.

„Ik wilde niet in de problemen komen”, zegt Baldwin. „Ik leerde een motor, een auto en een tank te besturen, en wilde naar Europa. Eerst kon ik alleen met lichte tanks omgaan, zoals de M3 Stuart. Later kon ik ook met de veel grotere Sherman-tanks overweg.”

Eind 1944 werd Baldwin op een schip met alleen zwarte militairen naar Engeland gebracht, waar hij Kerst vierde en fish and chips leerde eten – tot vandaag een lievelingsgerecht.

Generaal Patton kreeg de drie Afro-Amerikaanse tankbataljons in Frankrijk en België tot zijn beschikking, en hij gebruikte ze om de Duitse legers snel terug te dringen. Baldwin zat in het 784ste Tankbataljon, dat in het oosten van België vocht. Generaal Patton had tegen het 761ste Tankbataljon gezegd: „Mannen, jullie zijn de eerste negro tankers in het Amerikaanse leger. Jullie ras wil jullie zien slagen. Laat ze niet vallen, en verdomme, laat míj niet vallen.”

De tankbataljons bleken effectief tijdens het Ardennenoffensief, eind 1944. De Duitsers probeerden met een laatste offensief de geallieerde opmars te stuiten, en vertraagden die inderdaad. De zwarte soldaten vochten maandenlang voorop, en kregen nauwelijks vrijaf.

Het 784ste tankbataljon rukte begin 1945 op tot aan de Roer, een rivier in Duitsland. Dat offensief was militair een succes, maar voor Baldwin het begin van een hoop ellende. „Het probleem was dat wij, de zwarte tankdivisie, moesten samenwerken met een blanke infanterie-eenheid. Dat betekende niet alleen dat we samen vochten, maar ook dat we allemaal in Luik gelegerd waren.”

De meeste ruzies gingen om meisjes. „De stilzwijgende afspraak was dat de lokale meisjes voor de blanke soldaten waren. Werd een zwarte soldaat met een meisje gezien, dan betekende dat gedoe.”

Belgen, die geen idee hadden van de spanningen, nodigden ook zwarte militairen uit in de kroegen. Blanke militairen keken woedend toe. Op een avond viel het woord nigger, en brak een massale vechtpartij in de kroeg uit. Baldwin liep die avond vol vragen in zijn hoofd naar huis. De belangrijkste was deze: tanksoldaten zijn oneindig in het voordeel op het slagveld. Hij kon zo over een blanke militair heen rijden, als hij zou willen. Toch schrok dat hen niet af. „Wisten ze dat zwarten toch geen wraak zullen nemen?”

De kwestie begon de geallieerde opmars te bedreigen, en een luitenant-kolonel, die de zaak moest oplossen, riep alle lagere officieren bijeen. Twee soldaten met gezag moesten de troepen toespreken, zei hij. Een blanke en een zwarte. Hij koos uit een grote groep de boomlange Baldwin uit om namens de zwarte soldaten te spreken.

Baldwin kuchte nerveus, ging voor de troepen staan. Hij weet nog steeds precies wat hij toen zei. „Ik zei dat België niet Amerika is. In Amerika zitten zwarten achterin in de bus, en gaan ze naar hun eigen kroegen. Hier is iedereen gelijkwaardig. En trouwens, voegde ik eraan toe, de blanken beginnen meestal met herrie schoppen.”

Daarna kreeg een blanke officier het woord. Hij zei dat de zwarte soldaten arrogant waren geworden, en achter de vrouwen aanjagen in Luik. De luitenant-kolonel zei tegen hem: „Ik snap je.” Kokend van woede liep Baldwin weg.

Baldwin zat kort daarna in een legervoertuig, toen de chauffeur stopte om een blanke soldaat een lift te geven. De soldaat stapte in, en zei: „Hey, you boys.” ‘Boy’ lag bij de zwarte soldaten ongeveer net zo gevoelig als ‘nigger’. De soldaat naast hem gaf hem een harde schouderduw, waardoor hij uit de Jeep viel, die al ongeveer vijftig kilometer per uur reed. Baldwin: „Ik had me ook aan die opmerking gestoord, maar ik vond dit te ver gaan. De militair overleefde de val, hij had zelfs geen botbreuken. Gelukkig maar, want anders hadden we een zware straf kunnen krijgen.”

James Baldwin keerde na de Duitse capitulatie terug naar zijn jeugdliefde Anne. Ze trouwden en kregen drie dochters. Baldwin ging aan een promotie werken en het gezin verhuisde naar Washington.

Mensenrechtenadviseur

Door zijn ervaringen in het leger was Baldwin over ras gaan nadenken, en hij werd mensenrechtenadviseur van de burgemeester van Washington. Hij zette zich in voor een einde aan de segregatie in de hoofdstad. „Zonder de Tweede Wereldoorlog, waarbij zwarten vooraan vochten én van zich afbeten, was er geen burgerrechtenbeweging geweest. De oorlog heeft een grote verandering in Amerika op gang gebracht.” In 1948 maakte president Truman een einde aan de segregatie in het leger.

Maar Baldwin heeft ook geleerd dat veranderingen langzaam gaan. Toen zijn kinderen en kleinkinderen stonden te juichen voor Barack Obama, zag Baldwin niet opeens een einde komen aan de grote raciale problemen in Amerika. „De menselijke ziel is te slecht om snel te veranderen. Ik zeg dat niet omdat ik bitter ben, ik ben een realist geworden. Als de oorlog iets in mij veranderd heeft, dan is het een diep besef dat je van de mens weinig goeds hoeft te verwachten.”