Aap kan ook aanspraak maken op grondrechten

In Amerika pleiten dierenorganisaties voor rechten voor chimpansees. Terecht, vindt Janneke Vink. Het is tijd dat we onze beschaving naar een hoger niveau tillen.

In de Amerikaanse rechtszaal vindt een revolutie plaats, in ieder geval in potentie. In drie zaken probeert het Nonhuman Rights Project (NhRP) rechten voor chimpansees erkend te krijgen. Dit kan een aardverschuiving betekenen in het denken over dieren. Kunnen niet-menselijke dieren, na tweeduizend jaar lang te zijn uitgesloten van de juridische gemeenschap, binnenkort aanspraak maken op grondrechten, zoals het recht op lichamelijke vrijheid?

Sinds 2013 strijdt het NhRP voor de erkenning van chimpansees als rechtspersonen. Inmiddels zijn in deze zaken drie uitspraken gedaan, ik bespreek er twee. Zij leggen een aantal merkwaardige en amusante redeneerkronkels van Amerikaanse rechters bloot.

In de rechtszaak over chimpansee Tommy, die opgesloten zit in een donker schuurtje in een woonwagenkamp, oordeelde de New Yorkse rechtbank dat de aap geen rechten kan hebben omdat hij ook geen plichten heeft. De rechtbank gaat hier uit van de klassieke aanname dat het hebben van rechten noodzakelijkerwijs samen gaat met het hebben van plichten. Zij licht echter niet toe waarom deze inmiddels breed bestreden aanname het verdedigen waard is, maar verwijst voor legitimering naar jurisprudentie en een juridisch woordenboek.

Rechten en plichten gaan samen, aldus deze rechtbank, omdat voorgaande rechters dit altijd zo verdedigd hebben en omdat het in Black’s Law Dictionary, een veelgebruikt juridisch woordenboek, staat. Kennelijk staat deze rechtbank niet open voor moderne inzichten en acht zij haar beoordelingsruimte begrensd door een woordenboek.

Voorvechters van dierenrechten zeggen dat individuen best rechten kunnen hebben zonder plichten: ook kinderen en mentaal gehandicapten, mensen die geen plichten kunnen dragen, hebben rechten. Sterker: de juridische bescherming van de zwaksten is juist een essentiële eigenschap van de moderne beschaving.

Dit argument overtuigt de rechtbank echter niet: die zegt dat deze zogenaamde (en ik sta niet achter die term) ‘marginale mensen’ tot de mensheid behoren en dat de mensheid collectief plichten draagt. De ‘marginale mensen’ hebben dus geen rechten omdat zij die zelf verdienen, maar omdat zij lid zijn van de groep Mensheid. Zij hebben slechts ‘afgeleide rechten’.

Deze vorm van collectiviteitsdenken is verwerpelijk, omdat het tot discriminatie van het individu kan leiden. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de rechtbank deze redenering van stal haalt in een tijd van individuele grondrechten.

Bovendien ruimt de redenering het probleem niet uit de weg: waarom zouden plichtenloze chimpansees dan niet evengoed (afgeleide) rechten mogen ontlenen aan de superioriteit van hun biologische broeders, de mensen?

In de tweede rechtszaak, ten behoeve van chimpansee Kiko – hij werd gebruikt in de entertainmentindustrie en zit nu in een kooi – tracht het NhRP de aap vrij te krijgen en overgeplaatst te krijgen naar een opvang voor gedomesticeerde apen. Maar de rechtbank oordeelde dat NhRP geen verandering van de gevangenschap kan eisen (zoals overplaatsing naar een opvang) – de organisatie kan enkel volledige invrijheidstelling eisen.

Dat is een vreemde redenering: kennelijk moeten afhankelijk (gemaakte) individuen genoegen nemen met de erbarmelijke omstandigheden waarin zij al leven, óf volledige vrijheid eisen. Dit laatste is voor Kiko natuurlijk geen optie: een gedomesticeerde aap zal niet lang overleven in het wild.

Daarnaast negeert de rechtbank in deze zaak relevante jurisprudentie: die waarin wel degelijk gedeeltelijke invrijheidstelling is toegekend, zoals in het geval van kindslaven en zwaar dementerende ouderen. Ook hier was de eis vrijlating met begeleiding in plaats van volledige invrijheidstelling, maar bij hen achtten de rechtbanken dit geen probleem. Het kan zijn dat de rechtbank de vergelijking tussen mens en aap ongepast vindt, maar daarover staat in ieder geval niets in het vonnis.

Het is geen toeval dat deze intrigerende strijd om dierenrechten in de Amerikaanse rechtszaal plaatsvindt. Van oudsher biedt het Amerikaanse rechtsysteem nu eenmaal veel ruimte aan rechterlijke creativiteit, waardoor de kans op succes voor voorstanders van dierenrechten daar relatief groot is. In ons land wordt de strijd voor dieren vooral in het parlement bevochten.

Het is toe te juichen dat nu op twee continenten tegelijk een verschuiving plaatsvindt in het rechtsstelsel en de politieke arena. Waar nu nog de mens centraal staat, wordt gezocht naar toekomstige varianten waarin ook andere dieren erkend worden. Het is de hoogste tijd dat de fundamentele belangen van niet-menselijke dieren eindelijk ook juridisch en politiek gaan meetellen. NhRP heeft aangegeven indien nodig tot de hoogste rechterlijke instantie door te zullen procederen. Het is nu hopen op een rechter die moedig genoeg is om de hedendaagse beschaving naar een hoger niveau te tillen.