Hier verdienen ze 76 cent per uur

Ook de meeste gevangen hebben een baan. Zo ziet de werkdag van een veroordeelde crimineel eruit.

Een gedetineerde aan het werk in de supermarkt van de gevangenis in Lelystad.
Een gedetineerde aan het werk in de supermarkt van de gevangenis in Lelystad. Foto’s Bob van der Vlist

Uit de radio klinken Top 40-hits. Op grote werkbanken slingert gereedschap. Het lijkt een normaal klusbedrijf. Maar de mensen die hier werken zijn criminelen, ze zitten vast voor bijvoorbeeld doodslag, afpersing en diefstal met geweld. Dit is de werkplaats van de Penitentiaire Inrichting (PI) Lelystad – de gevangenis, dus. Hier ga je aan het eind van de dag naar je cel even verderop. Ook het salaris wijkt nogal af: het uurloon is 76 cent.

Wat doen gedetineerden voor die 76 cent? De gevangenis in Lelystad heeft net een order voor tienduizend snijplanken binnen. De gevangenen boren een gat in een houten plank en binden daar een touwtje aan. Twee jongens van een jaar of achttien dragen een mondkapje, zitten onderuitgezakt aan een grote tafel en hebben hun capuchon op. Een van hen smijt een plastic knopje door de ruimte. „Je ziet dat zij er geen zin in hebben”, zegt Martijn Baar op gedempte toon. Hij is manager bij In-made, de verzamelnaam voor de productiebedrijven van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Het gebrek aan enthousiasme zou aan het simpele werk kunnen liggen; volgens Baar wordt het werk in de wandelgangen geestdodend genoemd. Hij krijgt er weleens klachten over, zegt hij.

Maar het werk is ook niet bedoeld om het gevangenen naar de zin te maken. De overheid wil gedetineerden leren hoe zij zich horen te gedragen op de werkvloer. Daarom begon het ministerie van Veiligheid en Justitie vier jaar geleden met In-made. Afgelopen jaar maakte het programma 4,4 miljoen euro winst – twee jaar geleden maakte het nog verlies. In-made moet ervoor zorgen dat er genoeg opdrachten zijn en dat het productietempo van de gedetineerden hoog ligt. Voor het bestaan van In-made werd in de gevangenis veel minder vaak gewerkt voor commerciële opdrachtgevers.

Gevangenen werken vooral veel met hun handen. Dat doen ze voor commerciële opdrachtgevers zoals Bison en het Rode Kruis, maar ze doen ook klussen voor het eigen gevangenisgebouw.

Jas aantrekken

Vroeger verdienden ze hun geld vaak illegaal. Nu ze in de gevangenis zitten hebben gedetineerden opeens verplichtingen. Ze moeten stipt op tijd op de werkplaats zijn en hebben een chef naar wie ze moeten luisteren. Een grote verandering voor veel mannen (vrouwen zitten er niet in Lelystad).

Ook op een andere manier wordt een werksituatie zo goed mogelijk nagebootst: gedetineerden lopen vanuit hun cel bijvoorbeeld buitenom naar een ander gebouw, waar hun werkdag begint. Een architect heeft dat speciaal zo ontworpen. „Woon-werkverkeer noemen we dat”, zegt Martijn Baar. Het zit in kleine dingen, maar zo houden gevangenen contact met de ‘echte’ wereld. Ze moeten bijvoorbeeld hun jas aantrekken als ze door de kou naar hun werk gaan.

Echt normaal wordt werken in de gevangenis natuurlijk nooit. Deuren vallen constant achter je in het slot.

Luchten gebeurt op een vaste tijd een uur per dag. En na vijven is er niemand meer op ‘kantoor’. Gevangenen moeten altijd stipt op tijd vertrekken.

„Deze gevangenis is ons eigen kleine wereldje met speciale regels”, zegt Morero (27). Hij heeft brede schouders, gespierde armen, een tatoeage in zijn nek. Vanwege hun privacy, en die van slachtoffers, mogen gevangenen van de Dienst Justitiële Inrichtingen niet met hun achternaam in de krant. Morero zit vast voor verschillende misdrijven, waaronder doodslag. Hij zit zeker tot volgend jaar juli vast. Voordat hij in de gevangenis kwam had hij nog nooit ‘gewoon’ werk gedaan, zegt hij. Nu volgt hij er een opleiding tot schilder, over drie maanden heeft hij examen. Die scholing kreeg hij niet zomaar. Toen hij zeven maanden geleden vanuit een andere gevangenis werd overgeplaatst naar Lelystad, begon hij met het maken van simpele producten. „Als je hier iets wilt, moet je duidelijk zijn en meer dan één keer laten zien dat jij degene bent die het moet krijgen”, zegt Morero. Er geldt een beloningsysteem. Doe je je best op de werkvloer, dan word je als ‘groen’ beoordeeld. Je krijgt privileges, bijvoorbeeld het recht op een opleiding. Vechtpartijtje? Drugs gebruikt? Dan word je ‘rood’. Grote kans dat je weer op de werkplaats belandt.

Buiten ben ik glazenwasser

Op de werkvloer van een penitentiaire instelling geldt een eigen hiërarchie. Lassen is voor échte mannen, wordt gezegd. En ‘de werkplaats’, dat is het hersenloze werk. Daar worden sponsjes en wasknijpers in elkaar gezet, pc’s gedemonteerd en retourgoederen van webshops opnieuw verpakt. „Je voelt je bijna dom op de werkplaats”, zegt Marco (34). Het is niet zijn eerste keer in de gevangenis, hij loste schulden niet af en werd weer veroordeeld. Sommige mensen hebben een gat in hun hand, hij heeft „geen arm”, zegt Marco om aan te geven hoe slecht hij met geld omgaat. Hij ging weer in de fout, kwam ‘rood’ in de gevangenis terug en werd op de werkplaats gezet.

Daar wilde hij zo snel mogelijk weg. Hij volgde een cursus omgaan met geld. Nu werkt hij fulltime in de reinigingsdienst. „Buiten ben ik glazenwasser.” Hij helpt bij de verbouwing van een gevangenisvleugel. Een bijzonder project, omdat gevangenen samenwerken met een bedrijf van ‘buiten’. „Als ik dit werk doe, voelt het bijna weer zoals normaal.”

Maar hoort het leven in de gevangenis wel normaal te zijn? Een Nederlandse gevangenisstraf bestaat uit het ontnemen van vrijheid, zegt criminoloog Marieke Liem. „Niet uit ‘leedtoevoeging’.” Ze doet aan de universiteit Leiden onderzoek naar de effecten van langetermijndetentie. De wet schrijft voor dat we op een redelijke manier met gedetineerden omgaan. We spreken ze normaal aan. Ze mogen ze ook hun eigen kleren dragen. Uiteindelijk is het doel terugkeren in de maatschappij. Werk en gepaste scholing zijn dan ook erg belangrijk, zegt Liem.

Na een celstraf pleegt bijna de helft van de veroordeelden binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit. Maar er zijn ook gedetineerden die het wél lukt hun werk buiten de gevangenis voort te zetten. Ronald, coördinator laswerkzaamheden, krijgt soms telefoontjes van ‘oud-leeringen’ die hem vertellen dat ze nu echt werk hebben, bij Philips bijvoorbeeld. Hij is blij dat hij ‘zijn jongens’ op het rechte pad kan houden. „Ik voel me soms net een sociaal werker. Je staat uren samen te lassen, dan hoor je soms waar ze voor veroordeeld zijn. Door veel met ze te praten leer je ze omgaan met gezagsproblemen.”