Bank? Nee, openluchtcafé

Waar kom je sneller in gesprek met vreemden dan op een bankje? Het seizoen is geopend, met breibankjes en salsabankjes en 128 andere bankjes.

Illustratie Tjarko van der Pol

Het stadsbankje is een gemoedelijke plek, waar je met een biertje of een kop thee in de hand makkelijk een praatje maakt met de buren of met mensen die je nog niet kent. Die drempelloze ontmoeting, en de gezelligheid die daar kan ontstaan, zijn volgens Jesse Jorg en zijn partner Cathelijn de Reede een probaat middel tegen eenzaamheid in de stad. Vandaar hun Bankjes Collectief, dat ze zelf ‘het grootste openluchtcafé ter wereld’ noemen. Vorig jaar sloten meer dan 130 bankjeseigenaren zich aan bij dit initiatief, zondag 3 mei begint het nieuwe bankjesseizoen.

Jesse Jorg is de sprankelende oprichter van We the City, hij organiseert allerlei projecten die met ontmoetingen en leefbaarheid in de stad te maken hebben. De Reede werkt bij het Rotterdamse creatieve bureau Contain.r en heeft Restaurant Day in Nederland opgezet, een website waarop ‘restaurants voor een dag’ te vinden zijn. „We hadden een tijd in Bangkok gewoond”, zegt Jorg, „en toen we in Nederland terugkwamen, misten we het straatleven, de makkelijke ontmoetingen. We zagen in onze straat in Amsterdam-Oost wat een bankje teweeg kan brengen: de ene kant van de straat is helemaal kaal, de andere is veel gezelliger dankzij bankjes en groen. We hebben zelf een bankje voor de deur gezet en merkten hoe makkelijk je er met mensen in gesprek raakt. Amsterdam heeft een lange geschiedenis van leven op de stoepen, de hybride zones tussen openbaar en privé.”

Het idee is even simpel als geniaal. Iets wat spontaan al zo goed werkt, vergroten Jesse en Cathelijn uit tot een stadsfenomeen. Als je je bankje wilt openstellen, dan meld je je aan op de site zodat mensen je weten te vinden. Zet een krijtbordje neer of hang een poster op, dan weten voorbijgangers dat iedereen welkom is. Je schenkt en serveert wat, of je organiseert een activiteit, en de bezoekers beslissen zelf hoeveel ze betalen.

Op sommige plekken is het gewoon gezellig bankhangen en praten, bij andere bankjes kun je iets doen. Op de Eerste Oosterparkstraat organiseerde iemand een dansles rond een salsabankje, aan het Javaplein in Oost kregen vrouwen uit de buurt breiles op en rond het breibankje, de Openbare Bibliotheek op IJburg maakte van het bankje voor de deur het voorleesbankje voor kleuters en peuters, en het Ban Ki-moon vredesbankje in de Indische buurt had als doel zo veel mogelijk nationaliteiten te verenigen. Er rijdt een Bankjes Hopper rond die vooral ouderen naar bankjes en buurtgenoten ‘hopt’.

Sommige bankjes zijn van winkels – zo stond er in de Jordaan een pasfotohokje bij een bankje – maar het Bankjes Collectief heeft een sociale bedoeling, geen commerciële. Het Collectief verkoopt weliswaar via de site twee- en driepersoonsbankjes, om lokale meubelmakers een afzetmarkt te bieden. Maar dat is de enige bron van verdiensten voor de organisatoren.

‘Het grootste openluchtcafé ter wereld’ is nu nog vooral in Amsterdam te vinden, maar duikt ook op in Zaandam, Utrecht, Groningen en Arnhem. Het Bankjes Collectief gaat ook internationaal, als het aan de oprichters ligt. „Er doen dit jaar voor het eerst bankjes mee in Istanbul, Brussel en Berlijn. En in Cambridge, bij Boston in de VS, heeft er ook al een bankje meegedaan met Bankjes Collectief.”

Belangrijk voor Jesse Jorg is de belangenloosheid van het project. „Mensen regelen het zelf, en alleen omdat ze het leuk vinden”, zegt Jesse. „Er komt geen overheid aan te pas, geen subsidie, geen regels. Er blijkt niet veel voor nodig om mensen bij elkaar te brengen. En de stoep is tenslotte van iedereen.”

    • Tracy Metz