Videlers bezeten oog voor abstracte structuren

Mariëlle Videler: ‘Jump to the beat of the animal feet’ Foto Marielle Videler. Courtesy Lumen Travo

Al jaren vallen er speldenprikjes op mijn deurmat. Ruw aanvoelende boekjes van ongebleekt papier vol ragfijne pen- en potloodtekeningen: geen titels, alleen een datering. Verslag van een reis naar Curaçao, waar het patroon van hekken en straatstenen harmonieus samengaat met een uitvergroot dood molletje of een piepklein interieur van een Boeing 747. Atypische observaties rondom de uitgestelde opening van het Amsterdamse Stedelijk Museum in 2011. Een boekje vol geometrische patronen op foto, in tekening en textiel, verwerkt tot dekens waarmee auto’s en dieren worden afgedekt. Van die beeldschone boekjes, gemaakt door de Nederlandse kunstenaar Mariëlle Videler (1970), gaat een vreemde bekoring uit. Ze blijven ongrijpbaar terwijl ze toch zo grijpbaar aanvoelen.

Nu is er dan een eerste grote solo bij de Amsterdamse galerie Lumen Travo. Die tentoonstelling is net zo secuur uitgedacht als elk detail in haar boekjes. Jump to the beat of the animal feet bevat een klein overzicht van tekeningen, twee fragiele kettingen van noten die als slingers aan vlaggestokjes hangen, een monumentale installatie in tien delen (de rode en groene bankjes meegerekend) en een serie van zes grote cirkelvormige wanddoeken van textiel.

Elk werk is onderdeel van een ritmisch geheel, en is gemaakt met een bijna bezeten oog voor abstracte structuren: de tekening van een dierenhuid, lijnen van het stiksel van het draad die echoën in de tekeningen, de nerven van een blad. Die patronen worden met name in de textiele werken overwoekerd door dieren. Het zijn dieren van om de hoek: een kat, een parkiet, een eend, insecten, muizen – teruggebracht tot eenvoudige en knalkleurende vormen.

Kijk je van dichtbij, dan zie je hoe elk dier loskomt van de werkelijkheid – een beetje zoals op primitieve rotstekeningen waar een hert minuscuul klein kan zijn maar een hond zo groot als een mammoet. Kijk je van een afstand, dan lijkt het alsof alles in beweging komt. Muis, mens, plant en steen. Diep wordt ondiep, wat voor is verdwijnt naar achteren – langzaam, alsof iemand heel zacht leven blaast in het levenloze.