Verjonging aan Saoedische top markeert nieuwe assertiviteit

De nieuwe koning van Saoedi-Arabië, zelf 79 jaar oud, heeft een drastische verjonging in gang gezet van de politieke leiding van het koninkrijk. Dat is op zichzelf al een belangrijke ontwikkeling, in een land dat jarenlang is geleid door hoogbejaarde en vaak ziekelijke heersers. De beurt is nu aan een nieuwe generatie.

Als kroonprins heeft koning Salman de 55-jarige minister van Binnenlandse Zaken Mohammed bin Nayef benoemd (MbN). Als adjunct-kroonprins de naar schatting 30-jarige minister van Defensie, zijn zoon en vertrouweling Mohammed bin Salman (MbS), die tevens hoofd van de hofhouding is. Daarmee is de machtspositie van deze twee aanzienlijk versterkt.

Maar wat gisterochtend om vier uur lokale tijd in Riad werd aangekondigd, was niet zomaar een wisseling van de wacht. De hele reeks benoemingen die de koning bekendmaakte, markeert zijn keuze voor een assertiever binnenlands en buitenlands beleid. En dat laatste kan ingrijpende gevolgen hebben voor de regio, waar Saoedi-Arabië (de grootse olie-exporteur ter wereld) economisch en politiek een bijzonder machtige factor is.

De personele herschikking in Riad vindt plaats tegen de achtergrond van de grote onrust en instabiliteit in het Midden-Oosten – van Syrië en Libië tot buurland Jemen, waar het sunnitische Saoedi-Arabië onder leiding van de nieuwe adjunct-kroonprins MbS sinds ruim een maand een luchtoorlog voert tegen de shi’itische Houthi’s – volgens Saoedi-Arabië marionetten van Teheran.

Van oudsher heeft Saoedi-Arabië goede betrekkingen met de Verenigde Staten, maar allengs is bij de Saoediërs de indruk gegroeid dat ze niet meer van de Amerikanen op aan kunnen, omdat die zich geen nieuwe problemen in het Midden-Oosten op de hals willen halen. Het was voor Saoedi-Arabië al een bittere tegenvaller dat Washington er in 2013 uiteindelijk van afzag om de Syrische president Assad aan te vallen. Dat Washington nu hard werkt aan een toenadering tot Iran, de grote rivaal van Saoedi-Arabië in de regio, ziet men in Riad als een regelrechte bedreiging van de eigen veiligheid.

Saoedi-Arabië heeft zich afgelopen jaren zwaar bewapend, wat de grote wapenproducenten in de wereld, de VS voorop, tientallen miljarden dollars heeft opgeleverd. Al die wapens zijn voor de Saoediërs allang niet meer een soort verzekeringspolis en politiek statussymbool. Het zijn middelen om daadwerkelijk militaire macht uit te oefenen, zoals nu in Jemen gebeurt. De grote vraag is of de jonge garde in Saoedi-Arabië de politieke wil heeft, en het diplomatieke vermogen, om met de nieuwe assertiviteit de stabiliteit in de regio te bevorderen, in plaats van haar verder te ondergraven.