Toch nog iemand die het overleeft

Jakarta fusilleerde deze week acht veroordeelden, en één niet, een Filippijnse. Het toont de willekeur.

Veloso staat volgens critici symbool voor wat er mis is met de doodstraf in Indonesië. Er was weinig bewijs voor haar schuld, toch werd ze vervolgd. Foto AFP

Haar doodskist stond klaar, haar kruis was in elkaar gehamerd, Filippijnse kranten met een vroege deadline hadden haar doodverklaard. Maar Mary Jane Fiesta Veloso leeft nog. De 30-jarige Filippijnse stond in tegenstelling tot acht andere drugsveroordeelden dinsdag niet voor het vuurpeloton op het Javaanse gevangeniseiland Nusakambangan.

Eerder op de dag meldde Maria Kristina Sergio zich op de Filippijnen bij de politie, en bekende dat zij en niet Veloso in 2010 achter de drugssmokkel van ruim 2 kilo heroïne zat. Samen met de torenhoge diplomatieke druk van de Filippijnse president Benigno Aquino leidde dat ertoe dat de Indonesische president Joko Widodo te elfder ure ingreep.

Wat is het verhaal van Veloso?

De ter dood veroordeelde Veloso groeide op in armoede. Ze ging van school voordat ze vijftien was, huwde op haar zestiende, kreeg twee kinderen en werd in de steek gelaten zonder inkomsten of opleiding.

Zoals zoveel Filippijnse vrouwen trok ze naar het buitenland om als dienstmeid te werken. De vrouwen werken keihard in Saoedi-Arabië, Qatar of, zoals Veloso, Dubai. Het blijft een gok. Sommigen verdienen er goed geld en weten een beter leven op te bouwen. Anderen worden mishandeld, gevangengehouden, als een voorwerp doorverkocht aan andere eigenaren of, zoals Veloso beweert, bijna verkracht.

In april 2010 wilde Veloso het nog één keer proberen als huishoudelijk hulp, ditmaal in Kuala Lumpur. Ze werd begeleid door de 47-jarige Sergio, familie van haar peetmoeder. Aangekomen in Maleisië bleek er geen werk te zijn. Sergio beloofde een klus in het Indonesische Yogyakarta. Hij had de dag daarvoor met twee mannen een koffer en kleding voor haar gekocht, beweert Veloso.

Rammelende rechtszaken

Op het vliegveld werd Veloso opgepakt. In de koffer zat 2,6 kilo heroïne. Sergio was verdwenen. Veloso heeft altijd haar onschuld volgehouden, maar dat weerhield Indonesische rechters er niet van haar in rechtszaken die volgens juristen aan alle kanten rammelden, de doodstraf te geven.

In één nacht is Veloso het gezicht geworden van wat volgens critici mis is met de doodstraf in Indonesië: er is onvoldoende zekerheid dat in het corrupte, fluïde en duistere rechtssysteem voldoende aan waarheidsvinding gedaan wordt. Dat leidt tot onacceptabele willekeur, zeggen mensenrechtenactivisten.

De zaak tegen Veloso rammelde, maar zij leeft, al scheelde het weinig en hechtte geen enkele rechter waarde aan haar verhaal. De zaak tegen de Braziliaan Rodrigo Gularte was ook twijfelachtig. Hij leed aan schizofrenie en mag volgens de Indonesische wet daarom niet voor het vuurpeloton worden gezet. In de zaken tegen de Australiërs Andrew Chan en Myuran Sukumaran zijn ernstige aanwijzingen dat de rechters geld wilden zien. Maar zij werden deze week wel gefusilleerd. Volgens een geestelijke die als ooggetuige diende, droegen ze geen blinddoek en zongen ze Amazing Grace toen het vuurpeloton de dodelijke schoten afvuurde.

Wat er nu gebeurt met Veloso en met de Fransman Serge Atlaoui (die eerder uitstel van executie kreeg) is onduidelijk. Wellicht moet Veloso getuigen in de zaak tegen Maria Kristina Sergio. Voor heel even maakt dat niet uit. Veloso’s twee zoontjes sliepen in een bestelbusje langs de kant van de weg in Cilacap, het havenstadje dat toegang biedt tot het gevangeniseiland. Toen ze hoorden dat hun moeder niet dood was, zo meldden journalisten ter plekke, schreeuwden ze: „Mama leeft nog, mama leeft nog.”