Taalunie, laat lessen Nederlands intact

Tegen de Taalunie

Wil het Nederlands internationaal zichtbaar blijven, investeer dan in docenten en vertalers, betogen tachtig academici wereldwijd.

Illustratie Hajo

Als je een taal wil koesteren moet je er voor zorgen dat steeds nieuwe mensen die taal leren. Wie er bijvoorbeeld voor wil zorgen dat een middelgrote taal als het Nederlands op het internationale toneel zichtbaar blijft, moet er voor zorgen dat er steeds weer nieuwe docenten en vertalers worden opgeleid die de taal voldoende beheersen – die de literatuur kunnen vertalen, die ontwikkelingen in de Lage Landen kunnen toelichten in de eigen media, enzovoort.

De belangrijkste taak voor een overheidsorganisatie die tot doel heeft om een taal te beschermen, is daarom: investeren in het onderwijs. Het Nederlands beschikt over zo’n organisatie, de Taalunie, waarin de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse regeringen samenwerken. Tot onze verontrusting blijkt deze organisatie onlangs te hebben besloten een groot deel van de steun voor het onderwijs Nederlands in het buitenland in te trekken. De klap treft veel opleidingen; hij zal de positie van het Nederlands wereldwijd aantasten. Aan de belangstelling onder studenten ligt het niet. In tal van landen – ook buiten Europa – zijn er grote groepen studenten geïnteresseerd in het Nederlands, in Nederland en Vlaanderen en hun cultuur. Naar een eigen opgave van de Taalunie leren momenteel ongeveer 400.000 mensen buiten het taalgebied Nederlands op allerlei niveaus.

De Taalunie heeft het belang hiervan decennialang ingezien en het onderwijs in het Nederlands als Vreemde Taal in het buitenland op allerlei manieren gesteund. Zo zijn er zomerscholen waar studenten uit de hele wereld naartoe komen, om direct in aanraking te komen met de Nederlandstalige cultuur. Ook krijgen Nederlandse en Vlaamse docenten die in bijvoorbeeld Hongarije of Roemenië lesgeven aan de universiteit een toelage van de Taalunie om hun salaris op een redelijk niveau te houden. Een beginnende docent in Hongarije krijgt van de universiteit bijvoorbeeld slechts 300-400 euro per maand voor een voltijds aanstelling.

Het gaat alles bij elkaar maar om kleine bedragen – de totale begroting voor dit onderdeel bedraagt niet meer dan 2 miljoen per jaar –, maar voor de positie van onze taal zijn ze van wezenlijk belang. Je kunt een taal niet goed leren wanneer je nooit de landen kunt bezoeken waar die taal gesproken wordt, of wanneer er onder je docenten niemand is die de taal als moedertaal spreekt. Zo’n docent kan aan de andere kant niet iemand zijn die toevallig in een universiteitsstad woont en een bijbaantje zoekt – het doceren van een taal eist professionele kennis en ervaring. Vakgroepen Nederlands zijn in deze tijd in sommige opzichten minstens even belangrijk als ambassades. Ze zorgen ervoor dat de culturele dynamiek in Europa gehandhaafd blijft. Op die manier ontstaat een Europees bewustzijn. Vakgroepen moderne talen zijn de steunpilaren van deze dynamiek. Dat geldt ook buiten Europa, waar door de bezuinigingen bijvoorbeeld het Erasmus Talen Centrum in Indonesië gesloten dreigt te worden. De Taalunie kan zich niet permitteren de Nederlandse taal en cultuur op deze manier te benadelen.

Sinds enkele jaren is er bij de Taalunie een andere, ‘zakelijkere’ managerscultuur gaan heersen. Naar nu blijkt is het onderwijs daarin in tijden dat er bezuinigd wordt, kennelijk minder belangrijk. Van de Nederlandse en Vlaamse politiek heeft de Taalunie grote bezuinigingen opgelegd gekregen. Naar onze indruk worden deze bezuinigingen nu onevenredig op het onderwijs Nederlands in het buitenland afgewenteld.

Door deze bezuinigingen dreigen op termijn allerlei culturele contacten verloren te raken. Vanwege een paar eurocenten zal de wereld in de toekomst minder weten over Nederland en Vlaanderen en hun literatuur en cultuur. De Taalunie maakt zich daarover weinig zorgen, lijkt het; tegelijk met de bezuinigingen kwam naar buiten dat ze dit najaar een grootse feestelijke ‘Week van het Nederlands’ houden, om te vieren dat er een nieuw Groen Boekje verschijnt. Als de bezuinigingen niet worden teruggedraaid, wordt dat een wrange feestweek voor de taal die de Taalunie eigenlijk zou moeten dienen.