Column

Succes komt als frikandel uit de muur

Onze bondscoach Johan Lammerts laat er geen gras over groeien. Begin deze week ging hij alvast het WK-parcours In Richmond verkennen in het gezelschap van Sebastian Langeveld. Gelijk heeft hij, je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn. Ik las het bericht in De Limburger, mijn baken bij het ontwaken in een tumultueuze wereld.

Johan vind het prettig met Sebastian te klankborden. „Hij weet de dingen goed te verwoorden”. Ik spreek hem niet tegen. Van klankborden met Sebastian Langeveld wordt niemand dommer.

In het artikel analyseert de bondscoach meteen ook de voorjaarsklassiekers, althans de Nederlandse inbreng. Die was vrij mager. Nederlandse renners botsten vooral tegen virussen op, of ze braken hun botten voor dit of dat virus zelfs maar in beeld was.

Johan zegt dat je niet zomaar valt. En ziek word je ook niet zomaar.

Dit, beste lezer, is zo verschrikkelijk waar dat mijn hart krimpt van herkenning.

Valverde, zegt Johan, viel niet, en werd ook niet ziek. Johan denkt dat Valverde reeds in de wintermaanden het zaad van de onaantastbaarheid heeft gezaaid. En dus staan de twee Waalse klassiekers op zijn naam. Waarom doen de Nederlanders niet hetzelfde, vraagt hij zich af.

Welk toverstokje heeft Valverde in de winter gehanteerd? En zou hij zelf geweten hebben dat hij een toverstokje in handen had?

We betreden hier het terrein van het occulte. Het terrein waarop topsport, en waarschijnlijk ook het volle leven, zijn beslag krijgt.

Ik herinner me de momenten helder waarop het absoluut onmogelijk was ziek te worden, laat staan te vallen. Dit waren de gezegende momenten. Maar ik herinner me ook de dagen waarin ik rondzwierf in een wereld die volstrekt onhanteerbaar was. Je zou denken dat ik toen wijs ben geworden, dat ik het geheim van de pech en het geluk heb leren kennen. Maar ik werd niet wijs.

Was het maar waar. Ik zou allang een inspirerende bestseller hebben geschreven: Succes komt als een frikandel uit de muur!

Soms lag ik er om de haverklap bij, en soms stond ik als enige overeind in een berg schroot en lichamen. Ik herinner me een natte etappe in de Ronde van Italië waarin dit laatste tot drie keer toe gebeurde. Geloof het of niet, maar ik zag toen duidelijk de beschermende vleugels van de engelbewaarder uit mijn kindertijd om me heen. O, de geslachtsloze engelbewaarder bleek het meest positieve trauma dat ik van mijn katholieke opvoeding had overgehouden.

Maar verder werd het niks in die Giro.

Ondanks alle wetenschap in zijn voorbereiding doet Valverde, zo lees ik elders, in laatste instantie een beroep op god. Dat is een goede zaak. Vooralsnog lijkt het erop dat god hem meer dan gulhartig bijstaat om de stevige alimentatie aan zijn ex-vrouw te kunnen voldoen. Maar met god weet je het nooit. Morgen kan hij in een sardonische bui zomaar een portie pech op Valverde afvuren. Voor zijn bestwil, dat dan weer wel.