Sinfonia Rotterdam overtuigt door de muzikale gretigheid

Aan bevlogenheid zal het niet liggen. Sinfonia Rotterdam, een professioneel projectkamerorkest dat zo’n 30 concerten per jaar geeft, viert dit jaar zijn 15-jarig jubileum met concerten met echt goede solisten en – recentelijk– een tournee naar Chili. Dat het orkest toch vooral bekend is in een kleine kring, heeft met de opzet te maken. De gemeente Rotterdam ondersteunt het orkest en er zijn voor een zelfde bedrag sponsors aangeworven, maar dan nog moet dit kamerorkest het rooien met circa 5 procent van het budget van een fulltime symfonieorkest. Gevolg: marketingbudget is schaars. De zakelijk directeur reikt zelf de programma’s uit. En de twintig musici zijn freelancers die ook in andere ensembles spelen.

Dat de Kleine Zaal van het Concertgebouw gisteren tot vrijwel de laatste stoel vol zat, hing samen met de naam en faam van de soliste, sopraan Lenneke Ruiten, afgelopen zomer nog te beluisteren op de Salzburger Festspiele.

Sinfonia Rotterdam is het geesteskind van de Zuid-Afrikaanse dirigent Conrad van Alphen, die nu echter het podium gunde aan de jonge Italiaan Alessandro Crudele. Crudele is een dirigent met sierlijke gebaren en je hoorde in de twee gespeelde symfonieën van Mozart (de prille nr. 1 en de geraffineerde nr. 29) stijlbewustzijn en een gretige speelhouding. Maar het samenspelniveau was niet overal stabiel: passages van strakke, energieke overtuigingskracht overschaduwden wankele inzetten en verbeterpunten in de homogeniteit, vooral tussen eerste en tweede violen. Dat maakte dat, overall, Ruiten het meest imponeerde in warm en helder gezongen Mozart-aria’s: soms rauw dramatisch, soms breekbaar.