Rembrandt is voor iedereen. Dus is het (soms heel) druk

De belangstelling voor ‘De Late Rembrandt’ in het Rijksmuseum noemt directeur Wim Pijbes overdonderend. „Bij momenten zijn we tegen de grenzen van een plezierig bezoek aangelopen.”

Dringen ‘uit kunstliefde’ bij de opening van het Rijksmuseum in 1808, toen nog in het Paleis op de Dam. Tekening Christiaan Andriessen

Over een maand bestaat het Rijksmuseum 215 jaar. In 1800 opgericht als Nationale Kunstgalerij in Den Haag. Met de komst van koning Lodewijk Napoleon verhuist de collectie naar Amsterdam waar de Nachtwacht wordt toegevoegd. Lodewijk Napoleon wil naar Frans voorbeeld dat het museum Nederlanders verbindt en trots maakt op hun land. Een museum van alle Nederlanders en voor alle Nederlanders.

Het is deze gedachte die nog steeds de basis is van het Rijksmuseum in 2015. Met de afscheiding van België van Nederland wordt ook de culturele inboedel verdeeld. België krijgt Rubens en Nederland Rembrandt als schilder des vaderlands. Kort nadat in Antwerpen een prominent standbeeld van Rubens wordt opgericht, onthult koning Willem III een beeld van Rembrandt op het naar onze nationale held genoemde, nieuw ontworpen plein. Het is het oudste vrijstaande beeld van Amsterdam. In het nieuwe Rijksmuseum dat in 1885 wordt geopend krijgt zijn Nachtwacht eveneens een hoofdrol en ereplaats. In het tot dan toe grootste gebouw van het land is voor iedereen duidelijk: Nederland, Amsterdam en Rembrandt horen bij elkaar. Vrijgevochten, ondernemend en creatief.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat alle Rembrandt-tentoonstellingen in de afgelopen eeuw zeer druk bezocht waren en telkens tot lange rijen leidden met als uitschieters de grote Rembrandt-tentoonstellingen van 1956, 1969 en 1991, die respectievelijk 329.917, 460.489 en 328.140 bezoekers op de been brachten. De dubbeltentoonstelling Rembrandt-Caravaggio in het Rembrandtjaar 2006 trok 460.000 bezoekers.

Tijdens dat Rembrandtjaar werd een ambitieus plan opgevat door de National Gallery en het Rijksmuseum; een overzicht van de laatste 18 jaar van zijn leven. De periode waarin hij zijn meest gedurfde en ontroerende werken maakte. Het kostte uiteindelijk bijna 10 jaar overtuigingskracht, onderzoek en heel veel inzet van vele conservatoren en andere collega’s in meer dan 35 musea en instellingen wereldwijd die meewerkten en bruiklenen beschikbaar stelden. Deze tentoonstelling kon alleen tot stand komen dankzij nauwe samenwerking met de National Gallery, onze partner en medeorganisator.

De National Gallery kon de tentoonstelling tegen aanzienlijk lagere kosten maken aangezien in het VK de nationale musea een beroep kunnen doen op een ruimhartige staatsgarantie (indemniteit) waar het gaat om verzekeringen. Voor het Rijksmuseum lagen de kosten aanzienlijk hoger. Om deze hoge kosten te dekken, nog voor de dag van opening een investering van ruim 5 miljoen euro, waren vele begunstigers bereid om het Rijksmuseum extra te steunen. Zonder hoofdsponsors als KPN en Philips, de BankGiroLoterij en de AMMODO Foundation zijn dure tentoonstellingen als Late Rembrandt niet te realiseren. Daarnaast is een bescheiden toeslag nodig per bezoeker van 7,50 euro. Voor kinderen onder de 18 is toegang overigens altijd gratis, evenals voor vrienden van het museum en leden van de Vereniging Rembrandt.

En na al dat harde werken en die inzet kon men vanaf 12 februari deze unieke tentoonstelling bezoeken. Na de wereldwijd lovende recensies was de aandacht van met name het Nederlandse publiek (70 procent van de bezoekers) overdonderend en hoger dan voorzien.

De Late Rembrandt was vrijwel vanaf de eerste dag drukbezocht en op veel momenten van de dag vol. Ondanks ervaringen uit het verleden en de maximum aantallen die door de brandweer vooraf waren bepaald, werd het aantal kaartjes per tijdsblok al in de eerste week naar beneden bijgesteld om bezoekers die langer wilden blijven kijken de ruimte te geven. In eerste instantie was de tentoonstelling 10 avonden open voor het publiek. Nadat deze avonden binnen twee weken waren uitverkocht is dit drastisch uitgebreid met alle avonden waarop het mogelijk was. In totaal is de tentoonstelling op 51 avonden open voor het publiek. De overige 44 avonden waren voor relaties, sponsors en speciale ontvangsten.

Om bezoekers beter te begeleiden zijn er extra gastvrouwen en -heren ingezet en vanuit de hele organisatie werd meegewerkt om onze bezoekers goed op te vangen.

Naast bezoekers voor De Late Rembrandt komen er ook dagelijks vele bezoekers voor de ‘gewone’ collectie van het Rijksmuseum. Voor een wandeling door het verhaal van Nederland met het melkmeisje van Vermeer tot het vliegtuig van Koolhoven. Onder deze bezoekers bevinden zich per week ruim 5.000 schoolkinderen uit heel Nederland. En met al deze bezoekers bij elkaar ervaren sommige bezoekers het terecht als druk.

Als dat het bezoek voor mensen minder plezierig maakt, vinden mijn 675 collega’s en ik dat enorm vervelend. Want wij hebben gezamenlijk één doel: iedere bezoeker blij naar buiten.

Gelukkig zien wij merendeels blije gezichten, maar misschien zijn wij de afgelopen maanden op sommige momenten met zowel de Rembrandt-tentoonstelling, het bollenseizoen dat veel toeristen naar Nederland brengt, en het slechte voorjaarsweer (hetgeen museumbezoek bevordert) tegen de grenzen van een plezierig bezoek aangelopen.

Tegelijkertijd is Rembrandt van iedereen en voor iedereen. De laatste kaarten voor de tentoonstelling Late Rembrandt worden nu verkocht. Wij doen er alles aan om onze bezoekers ook in deze laatste weken te laten genieten. En wij genieten met onze bezoekers mee van al het mooie werk dat Rembrandt ons heeft nagelaten.