NOS en NPO waren ‘onvoldoende voorbereid’ bij gijzeling

Politie dringt de studio binnen waar Z. naartoe was geleid. Foto ANP / Marten van Dijl

Bij de gijzeling in het NOS-gebouw van 29 januari was de publieke omroep onvoldoende voorbereid, de verschillende onderdelen voerden geen gezamenlijke regie. De NPO (het centraal bestuur), de NOS en de politie hebben onvoldoende overlegd en werkten langs elkaar heen.

Het onderbreken van de uitzending op zender NPO 1 was onvermijdelijk, maar had korter gekund. De zender heeft, anders dan velen denken, geen officiële rol als rampenzender. Hoe lang de zender uit de lucht mag zijn, is onduidelijk. De aanpak van de gijzeling door de beveiliging was effectief, maar risicovol. De ontruiming van het NOS-gebouw is nagenoeg goed verlopen.

Dat zijn de conclusies van het rapport Het nieuws gegijzeld, dat het COT, een adviesbureau over veiligheid en crises, vandaag uitbracht. COT werkte in opdracht van de NPO en NOS.

Geen gezamenlijk rampenplan

Op 29 januari drong de student Tarik Z., onder dreiging van een pistool de NOS-studio’s binnen en eiste spreektijd in het Achtuurjournaal. De man werd snel overmeesterd door de politie, zijn wapen bleek nep. Het gebouw werd ontruimd, de zender NPO 1 was van acht uur tot 21.05 uit de lucht.

Daarna werd de uitzending hervat vanuit de Haagse studio. Omdat vlak daarvoor in Parijs een moordaanslag was gepleegd op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo, was de situatie zeer gespannen. Tarik Z. staat op 12 mei voor de rechter.

Volgens het rapport hebben NOS en NPO langs elkaar heen gewerkt, en is er die avond geen contact geweest tussen de omroepleiding en de politie. Ook schieten de rampenplannen te kort. Er is ook geen gezamenlijk rampenplan:

“Er was grote betrokkenheid en inzet bij medewerkers, directie, bestuurders, maar er was geen eenduidig beeld van de situatie en mede daardoor geen effectief crisismanagement. Er is een groot deel van de avond geen effectief overleg met de politie tot stand gekomen.”

Geen gezamenlijk rampenplan

Doordat er langs elkaar heen werd gewerkt, duurde het ook meer dan een uur voordat de zender weer in de lucht was:

“Onder de gegeven omstandigheden was een zekere verstoring van de uitzending op NPO 1 onvermijdelijk, waarbij de periode dat niet is uitgezonden wel had kunnen worden beperkt. Uitzendingen op de radio zijn doorgegaan.”

Kwaad bloed en ergernis

Ook de communicatie was te ongecoördineerd. Zo zette het kwaad bloed bij NOS- en Nieuwsuur-redacteuren dat het NPO-bestuur tijdens de crisis in de auto stapte om te gaan optreden in de talkshows RTL Late Night en Jinek. De NPO had zich op zijn beurt geërgerd aan uitspraken van NOS-medewerkers.

De beslissing van de beveiliging om de gijzelnemer niet naar de studio van het journaal te leiden, maar naar een lege studio bleek effectief. Het rapport stelt echter dat dit ook een risico in zich droeg: op de verdieping waar Tarik Z. naartoe werd gebracht, zaten veel meer mensen.

“Onbedoeld is hiermee een veiligheidsrisico ontstaan. Het begeleiden van de gijzelnemer naar Studio 10 heeft mede tot gevolg dat hij niet terechtkomt op de vloer waar vandaan het NOS Journaal wordt uitgezonden maar op de vloer met de meeste medewerkers, wat geleid heeft tot ervaren onveiligheid bij een deel van de op deze vloer aanwezige NOS-medewerkers.”

De ontruiming is volgens het rapport goed verlopen. Omdat zij echter gefaseerd verliep, hadden medewerkers het gevoel dat ze vergeten werden. Een paar werden ook daadwerkelijk vergeten. Andere negeerden juist de aanwijzingen en gingen voortijdig het gebouw weer in. Eén medewerker had de politie sowieso genegeerd en had zich verstopt. Het rapport vindt dit tekenend voor de bevlogenheid en de betrokkenheid van de medewerkers, maar vinden het toch niet juist om in tijden van crises de politie te negeren