‘Onze naaste is nooit een last’

Hulporganisaties vangen meeste vluchtelingen op. Ze willen bed-bad-broodregeling aanvullen.

In voormalig verzorgingstehuis De Wittenberg vangt de Lutherse Diaconie uitgeprocedeerde asielzoekers op. Foto’s Olivier Middendorp

Vergeet bed, bad en brood. De nachtopvang waar politiek Den Haag vandaag het papieren kabinetscompromis van bespreekt, is in werkelijkheid een marginale bedoening. In Amsterdam lopen naar schatting tussen de vijf- en tienduizend vreemdelingen zonder verblijfspapieren rond. Tussen de 250 en de 300 van hen hebben de afgelopen tweeënhalf jaar onder het motto We Are Here openlijk gedemonstreerd tegen het asielbeleid.

En hoeveel mensen zitten er in de bed-bad- en broodregeling? 76. Van de groep We Are Here zijn er, vanuit de ellendige Vluchtgarage, niet meer dan vijf vluchtelingen naar de nachtopvang gegaan. De rest zit weer in kraakpanden, kerken en andere particuliere panden.

De Wittenberg in Amsterdam is er daar een van. Het voormalige verzorgingstehuis aan de Kerkstraat is „de mooiste opvang waar ik ooit ben geweest”, zegt Abebe. De Ethiopiër woont met zo’n dertig anderen op de begane grond van het achttiende-eeuwse complex. Op de verdiepingen erboven wonen 25 studenten anti-kraak. Eigenaar van De Wittenberg is de Lutherse Diaconie.

De overkapte binnenplaats is keuken, eetzaal en fietsenreparatieplaats tegelijk. Hier staat de Eritreeër Reeda koffie en thee te zetten voor de gasten: Hanne Wilzing, secretaris van de Lutherse Diaconie, sociaal werker Henk Griffioen en Freek Salm aan wie de Diaconie de dagelijkse coördinatie heeft toevertrouwd. In de gangen eromheen liggen de kamers.

Het beleid wil dat wie niet in Nederland mag blijven, het land verlaat. De realiteit is dat een heleboel mensen niet terug (kunnen) gaan. Sommigen slepen stapels documenten van ambassades en VN-organisaties van adres naar adres, met daarin de bewijzen dat zij hebben geprobeerd terug te keren. Onbegrijpelijk, zegt Griffioen, dat de overheid zo zuinig is met zogeheten ‘buitenschuldverklaringen’ voor vluchtelingen die echt niet terug kunnen.

Kleinschalige opvang zoals in de Wittenberg is volgens Henk Griffioen hét model voor asielopvang. „Die grote groep van We Are Here was moeilijk te managen. Dit groepje organiseert zichzelf. Ze doen hun eigen boodschappen van ons leefgeld. Ze hebben een kookrooster. Wij hebben er nauwelijks omkijken naar.”

Voor de helft van het geld

En, zegt Freek Salm: „Voor de helft van het geld. De bed-bad-broodregeling kost in Amsterdam zo’n 50 euro per persoon per nacht. Hier zitten we op 30 euro.” In Amsterdam Zuidoost wonen tien vrouwen en vijf mannen in twee appartementen. „Daar kost het nog geen 20 euro”, zegt Griffioen.

De Eritreeërs en Ethiopiërs hebben zich vorige zomer onder de naam Smaragdgroep afgesplitst van We Are Here. Dat wilden ze eigenlijk al doen in de zogeheten Vluchtkerk, zegt Abebe. Daar zat de groep in de winter van 2012/2013 in een lek en winderig kerkgebouw met tegen de tweehonderd mensen. „Elke twee dagen laaide er wel ergens een ruzie op”, zegt Griffioen. „Al die verschillende culturen”, zegt Abebe. „Ethiopiërs en Eritreeërs zijn bedaard en bescheiden. Anderen zijn soms meer uitdagend. Wij hebben van de grote groep afscheid genomen, omdat we bang waren dat het uit de hand zou lopen. Dat was voordat in de Vluchtgarage een van de bewoners bij een vechtpartij zou worden doodgeslagen.” Het ligt niet aan religie of nationaliteit, vult Griffioen aan. „Als de groep klein genoeg is, kunnen ook Ethiopiërs, Eritreeërs en Somaliërs samenleven.”

Kerken – en andere vrijwilligers – helpen hen, onder protest, zegt Hanne Wilzing. „Wij vinden dat er een fatsoenlijke regeling moet komen. Maar zo lang die er niet is zeggen wij: onze naaste is nooit een last.”

Griffioen zegt dat hulporganisaties als het Rode Kruis en het Leger des Heils met de kerken hebben besproken dat zij gezamenlijk de bed-bad-en-broodregeling wel zouden willen aanvullen. Naast de door de gemeente gefinancierde nachtopvang kunnen zij een dagprogramma opzetten en (juridische) begeleiding verzorgen. In de Rotterdamse Pauluskerk gebeurt dat al. Met succes, een derde van de vluchtelingen keert terug naar het land van herkomst, bijna een kwart krijgt alsnog een verblijfsvergunning. Burgemeester Van der Laan van Amsterdam aarzelt: hij heeft er geen dertig zoals de Pauluskerk, maar honderden.