‘Laagopgeleiden zijn trendsetters’

Dat zei onderzoeker Martijn Lampert van Motivaction in NRC Handelsblad

illustratie Tamara Pruis

De aanleiding

Vorige week verscheen de MentaliteitsMonitor van onderzoeksbureau Motivaction. Dit tweejaarlijkse onderzoek ‘peilt de waarden en oriëntaties van Nederlandse consumenten’ en trekt op basis daarvan conclusies over het volksgemoed. Dit jaar bleek uit het onderzoek iets interessants, vertelde Motivaction-onderzoeker Martijn Lampert vorige week in NRC Handelsblad. Als het gaat om waarden en oriëntaties, blijkt uit het onderzoek dat laagopgeleiden steeds vaker trendsetters zijn. Dat gaat tegen onze intuïtie in, zei Lampert. ‘Vaak denken mensen dat hippe hoogopgeleiden de trends bepalen. Niets is minder waar. De behoefte aan collectieve ervaringen komt bijvoorbeeld van de laagopgeleiden.’ Andere groepen (midden- en hoogopgeleiden) volgen in zulke gevallen de ‘trend’ die laagopgeleiden zijn begonnen. Klopt het dat laagopgeleiden trendsetters zijn?

Waar is het op gebaseerd?

Motivaction vraagt sinds 1998 elke twee jaar aan ruim 1.250 mensen hoe ze zich voelen, hoe ze denken over de samenleving en wat hun drijfveren zijn. Hiervoor moeten de deelnemers thuis een boekje met stellingen en vragen invullen. Uit de tweehonderd stellingen heeft Motivaction acht trends gedestilleerd die iets zeggen over het sociale klimaat in Nederland, vertelt Lampert. In twee van de acht gevallen fungeren de laagopgeleiden als trendsetters: bij de groeiende waardering voor hiërarchie en bij de toegenomen behoefte aan collectief gedeelde ervaringen.

En, klopt het?

Lampert laat ter onderbouwing de cijfers zien. Met de stelling ‘De vader behoort de baas in huis te zijn’ (die volgens Motivaction iets zegt over de behoefte aan hiërarchie) waren in 1998 vooral laagopgeleiden het eens: 24 procent, tegen 15 procent van de middelbaar- en 9 procent van de hoogopgeleiden. In 2014 blijkt dat het percentage op alle opleidingsniveaus is gestegen: die zijn nu respectievelijk 35, 23 en 15 procent. Als je hiërarchiebehoefte ziet als een trend, zou je kunnen zeggen dat de laagopgeleiden de trendsetters waren: bij hen was die behoefte in 1998 al het grootst.

Bij de stelling ‘Ik geniet ervan om met een grote groep mensen dezelfde ervaring te delen’ zie je een vergelijkbare ontwikkeling. (Het kan hier trouwens gaan om een massabegrafenis of een voetbalwedstrijd; het gaat om het collectief beleven op zich, niet om de inhoud ervan.) Een meerderheid van de laagopgeleiden (55 procent) was in 2000 al een liefhebber van collectieve ervaringen, terwijl hoogopgeleiden ietsje minder enthousiast waren over grote mensenmassa’s (46 procent). In 2014 waren die percentages 72 en 67 procent.

Je kunt je afvragen wat een ‘trendsetter’ precies is. Moet zo iemand zijn landgenoten beïnvloeden, of hoeft hij er alleen maar vroeg bij te zijn met een trend? Motivaction bedoelt het tweede: de groep die vijftien jaar terug het hoogst scoorde op een bepaalde stelling die nu een trend aanduidt, blijkt trendsettend te zijn.

Maar andersom gebeurt het ook, geeft Lampert toe. Bij de trends ‘global village’ (de wereld wordt kleiner) en ‘tolerantie’ zijn het juist de hoogopgeleiden die de toon aangeven. Steeds vaker antwoorden mensen bevestigend op de stelling dat allochtonen de samenleving verrijken, en op de stelling dat contact met mensen uit andere werelddelen steeds gemakkelijker wordt. Hoogopgeleiden waren het daar in 1998 al in meerderheid mee eens.

Conclusie

Om te beginnen: het is lastig te checken of een groep mensen bestaat uit ‘trendsetters’. De term trendsetter is immers zoals die hier wordt gebruikt niet feitelijk te controleren. Motivaction bedoelt ermee dat een groep (in dit geval laagopgeleiden) een tijd geleden al relatief hoog scoorde op een attitude die nu invloedrijker is geworden. Dit blijkt voor laagopgeleiden in twee van de acht trends te kloppen, maar in twee andere trends geldt het juist weer voor hoogopgeleiden. Zo bezien zijn wij allen in ons leven wel eens trendsetter. Een vrolijke gedachte, maar niet een om sterke uitspraken aan te verbinden. De stelling ‘laagopgeleiden zijn trendsetters’ beoordelen wij als half waar.