‘Ik teken graag hoe Olga’s billen acteren’

Na elf jaar valt eindelijk weer een nieuw album van Agent 327 te verwelkomen. ‘De Daddy Vinci Code’ biedt als vanouds avonturen en woordgrappen. Tekenaar Martin Lodewijk: „Ik dacht dat ik het niet meer kon.”

Paneel uit Agent 327: De Daddy Vinci Code. Martin Lodewijk tekent zichzelf, in zijn rol van archivaris, voor het eerst nu met pistool. Tekeningen Martin Lodewijk

Elf jaar heeft het geduurd, de verschijning van een nieuw album van Agent 327. Vorig week verscheen dossier 20, De Daddy Vinci Code, opvolger van De vlucht van vroeger, uit 2004. Het recept is vertrouwd: een complexe intrige met avontuur en achtervolgingen, veel woordgrappen, knipogen naar de actualiteit, kekke auto’s, de Nederlandse geheim agent Hendrik IJzerbroot met borstelkop in grijs pak met strop en sexy compagnon Olga Lawina in kinky pakjes die met moeite haar pronte achterste en kingsize borsten in toom houden.

Het is niet de eerste keer dat de agent op zich liet wachten, vertelt tekenaar Martin Lodewijk, die vandaag 76 jaar wordt. Na 1983 duurde het achttien jaar, tot 2001, voor er weer een album verscheen. Op verzoek van stripwinkel Sjors uit Dordrecht tekende hij in 1999 een kort verhaal, De Minimiumbug, van 2,6 bij 3,7 centimeter. Lodewijk: „Verrek, ik kan het nog, dacht ik.” Vervolgens bood hij zich aan bij het AD, met succes. „Elke dag een halve pagina, vier jaar lang.”

Dat is veel. „Maar ik voelde me voor het eerst echt striptekenaar, omdat ik in een krant stond en het nieuws van de dag ervoor kon becommentariëren. Toen Willem-Alexander met Máxima in een auto door de Arena reed, heb ik daar de volgende dag in de strip een grapje over gemaakt. Fantastisch. Was er een krantekop die ik kon gebruiken: huppakee.”

Lodewijk deed alles zelf: schrijven, tekenen en inkleuren. Tijdens De vlucht van vroeger kreeg hij een aanval van artrose. „Ik kreeg ontzettende pijn in mijn handen en armen. Op paracetamol heb ik het afgemaakt. Daarna was ik gevloerd.” Toen het weer beter ging, bedacht hij De Daddy Vinci Code, dat hij voor het herrezen stripweekblad Eppo zou maken. „Maar mijn broer overleed na een lang ziekbed en twee maanden laten hoorde mijn vrouw dat ze borstkanker had. Dan heb je andere dingen aan je hoofd.” Nadat het met zijn echtgenote goed was gekomen, besloot Lodewijk het verhaal te voltooien. „Ik moest nog acht pagina’s. Heb ik twee jaar over gedaan. Hoe dat kan, vraag het me niet. Het geloof was er niet. Ik dacht dat ik het niet meer kon.”

Net als eind jaren negentig. „Ik was moe en zo depressief als de hel.” Decennia was Lodewijk een veelgevraagd illustrator in de reclame. „In de jaren zestig, zeventig, tachtig werkte ik dag en nacht en dan trad ik ook nog op met mijn band. Maar na de introductie van Photoshop in 1992 gebruikte iedereen opeens bewerkte foto’s. Illustratoren werden brodeloos. Ik dacht: hallo, kent niemand me meer?”

De Daddy Vinci Code gaat over de mogelijke vondst van een schat eind negentiende eeuw in het Franse dorpje Rennes-le-Château: mythisch, want nooit bevestigd. Ook Dan Brown schrijft erover. In het album komt het tot een botsing tussen de bewakers van de schat en Italiaanse ijsmakers uit Rotterdam. „Hier in Rotterdam staat de beste ijssalon van het land, Angelo Betti, aan de Schiekade. Via de schat, de Tempeliers en de Priorij van Sion kwam ik uit bij Leonardo da Vinci, die ijsrecepten schreef. Dat verwerk ik allemaal en breng ik bij elkaar. Dat is mijn plezier. Een van de leukste kanten van strips maken is je documenteren. Boeken lezen, grasduinen. Zulke weetjes vind ik zelf ook leuk aan strips. Als kind las ik in Buck Danny ook de tekstblokken, zoals over de slag in de Javazee. Met schema’s hoe schepen voeren.”

Van Rennes-le-Château komen Agent en Olga in Renesse, bij Slot Moermond. Lodewijk: „Al twintig jaar bezit ik een boek van ene Ernst Gideon over Homerus. Hij stelt dat de Odyssee plaatsvond rond Zuid-Engeland. De Tempel van Circe lag waar nu Zierikzee is. Waar de bemanning van Odysseus tot varkens wordt omgetoverd, ligt nu Biggekerke. Heerlijk om te lezen. Zo kwam ik op het idee dat die schat natuurlijk niet in Rennes-le-Château maar in Renesse ligt.”

Zijn associatievermogen leidt ook tot grappen over You-Troep en McRommels. Een maffiafiguur dreigt met het hilarische gezegde: „Elk vogeltje zingt als je ’m op zijn bek slaat.” Lodewijk: „Het mag niet hè, grapjes met namen. Maar ik vind het leuk en ik doe het onbeschaamd. Ik geloof niet dat het mij ooit te flauw is. Geen wereldgrappen, maar ze tikken wel aan.”

Iedereen vraagt waarom de borsten van Olga zo groot zijn, maar nooit waarom de oren van Agent zo uitgeschoten zijn, zei Lodewijk ooit. „Deels om dezelfde reden: ik teken ongedisciplineerd. De penseel zwaait uit. De oren en schoenen van Agent breng ik regelmatig terug naar menselijk formaat.” Zo niet de boezem. „Nee, maar dat heeft Olga zelf beslist. Vroeger waren de borsten die ik tekende vrij kleine, pronte borsten. Maar in De Minimiumbug komt een apparaat voor dat dingen vergroot en verkleint. Olga gebruikt het voor haar boezem.”

Dat het stripfiguur zelf beslist, is geen magische zweverij, bezweert hij. „Tekenaars die hun ideale stripfiguur vonden, zeggen ook dat die bijna uit zichzelf ontstond. Naar de mijne, Agent 327, heb ik twintig jaar gezocht. Olga was een eenmalig grapje, met Dolly Parton als aanleiding: als de Agent zich omdraait, zou hij met zijn neus tussen borsten terechtkomen.”

De karikaturale Olga oogt toch ook als de typische stripfantasie van een puberbrein. „Ongetwijfeld. Maar ik wil daar niet te bang in zijn. Zelf zie ik mijn stripvrouwen als zelfstandig en onafhankelijk.” Bij Olga is onder haar minirok geregeld een stukje witte slip te zien. „Zo’n lijf beweegt. Die billen acteren. Dat is leuk om te tekenen.”

Olga mag straks echt acteren, in de vorige week aangekondigde animatiefilm Dossier Manhattan. Lodewijk wordt speciaal adviseur. Zelf heeft Lodewijk meerdere ideeën voor albums. Maar dan moet hij naar Londen of Berlijn, foto’s maken, zich documenteren. Dat is op zijn leeftijd een hele reis, zegt hij.

Volgens collega Dick Matena denkt Lodewijk dat hij sterft als hij stopt met Agent. „Onzin”, zegt hij zelf. „Als ik doodga, stopt Agent! En wat moet ik anders? Als illustrator verdiende ik meer dan de minister-president, maar ik heb niet gespaard. Laat mij maar verhaaltjes tekenen.”