Het lijkt wel alsof Van Rijn geen grip op de situatie heeft

Staatssecretaris Van Rijn moest de Kamer uitleggen hoe het kan dat mensen zitten te wachten op geld voor zorg. Maar de chaos wordt hem niet aangerekend. Nog niet.

De grote, gehaaste decentralisaties van de jeugdzorg en de langdurige zorg voor ouderen en gehandicapten, dáár zou staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) zich ongekende problemen mee op de hals halen, zo waarschuwden de critici. Sinds gemeenten daar op 1 januari verantwoordelijk voor zijn gemaakt, zijn er inderdaad wat moeilijkheden. Die gaan dan over de enorme ontslagen in de thuiszorg en gedoe over geld voor de jeugdzorg.

Maar Van Rijns voornaamste politieke probleem is op dit moment de aanhoudende chaos rond het uitbetalen van persoonsgebonden budgetten (pgb’s) door de Sociale Verzekeringsbank – een centralisatie, bedoeld om fraude tegen te gaan.

De staatssecretaris lijkt nog geen grip te hebben op de situatie en moest zich gisteren opnieuw verantwoorden in de Tweede Kamer. „Ik baal er ontzettend van”, zei Van Rijn, dat er mensen al sinds begin dit jaar op hun geld zitten te wachten. Toch had hij niet overwogen de veranderingen na 1 januari uit te stellen en zag hij „lichtpuntjes” nu steeds meer declaraties wel worden uitbetaald.

Het is zelfs bij betrokken instanties onduidelijk hoeveel ouderen, gehandicapten en chronisch zieken sinds begin dit jaar niet het geld hebben ontvangen waarmee ze hun eigen zorgverleners moeten betalen. „(Frans) Weekers is om minder opgestapt”, werd er afgelopen weekend woedend getwitterd. Maar die woede deelt een meerderheid van de Tweede Kamer niet.

Ze blijven hem vertrouwen

In tegenstelling tot ruim een jaar geleden bij het vertrek van de toenmalige staatssecretaris van Financiën, die viel nadat in een vergelijkbare anti-fraudeoperatie duizenden mensen geen huur- of zorg- of kinderopvangtoeslag ontvingen, is de roep om Van Rijns aftreden tot nu toe beperkt. Een motie van wantrouwen van de SP werd vorige maand alleen gesteund door de PVV, Partij voor de Dieren en 50Plus.

Het voorlopig aanhoudende vertrouwen heeft sterk te maken met de persoon Van Rijn. De voormalig topambtenaar spreekt met grote kennis van de zorg en weet met zalvende woorden en een overdaad aan bereidwilligheid de Kamer tot nu toe te overtuigen dat hij dé man is om de problemen op te lossen.

Maar het aanhoudende vertrouwen komt ook doordat de drie ‘constructieve’ oppositiepartijen, D66, ChristenUnie en SGP, zich enthousiast aan de zorgplannen van de staatssecretaris hebben verbonden. Zij maakten zich er, samen met GroenLinks, sterk voor dat zoveel mogelijk mensen een persoonsgebonden budget konden houden. Ook onderschrijven Kamerleden het doel van de fraudebestrijding. Zij kunnen de staatssecretaris die hun verregaand tegemoet kwam niet zomaar afschrijven.

Toch wordt de komende maand spannend voor Van Rijn, want de Kamer eist dat het uitbetalingssysteem van de pgb’s uiterlijk op 15 mei functioneert. Vlak daarna rapporteert de Algemene Rekenkamer over de zorghervormingen. Die conclusies kunnen een nieuwe dynamiek veroorzaken.

En één zonde kan een bewindspersoon altijd fataal worden: het niet goed informeren van de Tweede Kamer. Het is gebleken dat Van Rijn diverse malen door deskundigen was gewaarschuwd dat de SVB zijn taak niet aankon. De Kamer ontving die signalen niet, of pas nadat kranten ze boven tafel hadden gekregen. Elk volgende document dat uitlekt, kan dus ook een probleem worden voor de staatssecretaris.