Column

Hé schatje, in voor een lening in die steeg?

Vergelijk het met de Wallen. Het is niet allemaal fraai wat daar gebeurt, maar het voordeel is wél dat je weet wáár het gebeurt. Druk het Amsterdamse Red Light District de kop in en het schemergebied zal zich verspreiden over de hele stad. Les: concentratie heeft nadelen, maar het voordeel is wel dat het duidelijk is waar je die nadelen moet zoeken.

Niet dat banken nu te vergelijken zijn met nachtclubs en huizen van plezier – ze zijn nu wel genoeg beledigd – maar toch is hier een analogie met de financiële sector. Sinds 2008, en eigenlijk al daarvoor, willen we dat banken kleiner worden, bescheidener en veel beter gereguleerd. Dat is een goed streven, dat deels al is uitgevoerd. Het aantal regels dat inmiddels over bankiers is neergedaald is fors.

Maar actie geeft reactie: de kans is groot dat door al die druk een flink deel van de activiteiten van banken simpelweg verhuist naar andere delen van de financiële habitat. Vergelijk het, om bij de beeldspraak van hierboven te blijven, met een waterbed. Druk je hier een deel in, dan stulpt het elders juist uit.

Hoewel de Griekse minister Varoufakis (zoals voorspeld inmiddels op een zijspoor) vorige week vrijdag wederom de hoofdrol opeiste op de informele bijeenkomst van de EU-ministers van Financiën in de Letse hoofdstad Riga, stond er ook een heel ander onderwerp op de agenda. Dat is de zogenoemde ‘kapitaalmarktunie’ van de EU. Denktank Bruegel bracht in Riga het discussiestuk in: Capital Markets Union: a Vision for the Long Term. Kern daarvan is de lang gekoesterde wens om Europa’s financiële sector meer te laten lijken op die van de VS. Financiering in de EU gaat vooral via banken, hun rol is tussen drie en vier maal zo groot als in de VS. Daar zijn de aandelen- en obligatiemarkt twee tot drie maal zo belangrijk voor de bedrijfsfinanciering als hier. Met name de schuldenmarkt is veel groter: Amerikaanse bedrijven geven relatief makkelijk obligaties uit, waar hun Europese tegenhangers hun leningen vooral bij banken hebben.

En dus is het Europese streven: een grotere openbare kapitaalmarkt – lees: beurs – ten koste van de bankensector, die we door onze crisistrauma’s toch al kleiner wilden hebben. Probleem: er is in Europa eigenlijk geen uniform stelsel van regels en gebruiken. En dus moet er een kapitaalmarktunie komen. Dat was zo ongeveer het eerste waar de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker vorig jaar mee kwam.

En zo leidt het voornemen om de banken de kop in te drukken tot twee conclusies die veel voorstanders minder aardig in de oren zullen klinken. De eerste: méér Europese integratie. Want zonder gemeenschappelijke kapitaalmarkt lukt het niet. De tweede: de verhuizing van de financiering van burgers en bedrijven naar delen van de financiële habitat waar we veel minder zicht op hebben. Bij ‘schaduwbanken’ denken we intuïtief misschien aan half-criminele praktijken. Maar de term staat gewoon voor veel legitieme instellingen die geen bank zijn en toch bemiddelen in krediet. Geldmarktfondsen bijvoorbeeld, en sommige soorten beleggingsfondsen. Hedgefondsen, bundelaars van verhandelbare leningen, financiers van de effectenhandel en beleners van obligaties. Onder meer.

Zij houden de openbare kapitaalmarkt, die we zo graag willen in plaats van de banken, aan de gang. De internationale branchevereniging CFA Institute schreef er maandag een uitstekend rapport over. CFA voorziet voor de ‘schaduwsector’ meer regels, meer handhaving, meer toezicht. Opdat we het nieuwe monster op tijd aan de ketting krijgen. In plaats van ons af te vragen hoe de gehele financiële sector niet gewoon wat simpeler en kleiner kan.