God is er altijd. Ook als een som moeilijk is

Rotterdam telt steeds meer gezinnen die hun kinderen om ‘richtingbezwaren’ thuis les geven. „We doen niets verkeerd”, zeggen ze. De gemeente wil het controleren.

Ouarda Aoulad L Hadj en haar man geven hun zoons thuis les. „We sluiten ons niet op, participeren in de samenleving.” Foto Aaldert van Soest

De oudste zoon van Ouarda Aoulad L Hadj en Abdelali Ameziane rent naar binnen. Of hij bij de buren op de trampoline mag. Of de buren dat goed vinden, vraagt zijn moeder. Oké, dan is het prima. En weg is hij.

De jongen is vijfenhalf en is sinds een half jaar leerplichtig. Maar hij gaat niet naar school. Zijn moeder heeft een vrijstelling van de leerplicht aangevraagd en geeft hem thuis les. Want, zegt ze, in Rotterdam is er geen school die past bij hun salafistische geloofsovertuiging.

Gisteren sprak de onderwijscommissie van de gemeente Rotterdam over de familie Ameziane en viertien andere gezinnen in de stad die ‘op basis van richtingbedenkingen’ een vrijstelling van de leerplicht voor hun kinderen hebben aangevraagd. En thuis lesgeven. Wethouder van onderwijs Hugo de Jonge (CDA) vindt thuisonderwijs onwenselijk en zou dit het liefst verbieden. Maar dat gaat niet. En dus wil hij voortaan controleren of ouders terecht het recht op thuisonderwijs claimen.

Een meerderheid van de onderwijscommissie ziet dat wel zitten. Maar De Jonge moet van de raadsleden wel de banden met de ouders en thuisorganisaties herstellen. Want die is beschadigd de afgelopen weken. Dat komt onder meer door een brief die de wethouder naar alle vijftien gezinnen stuurde – zes daarvan zijn salafistisch, zes orthodox christelijk, twee holistisch en een is moslim. Of ze langs konden komen op het gemeentekantoor om tekst en uitleg te geven.

Dat kwam kwam hard aan bij Ouarda Aoulad L Hadj en haar man. Maar ook bij de andere gezinnen, vertelt Aart-Jan Dingemanse, die vanuit zijn conservatief-christelijke geloof zijn oudste kind thuis onderwijst. Hij heeft contact met alle families. „De toon van de brief was erg intimiderend”, vertelt hij. „Mensen waren aangeslagen. We moesten binnen twee of drie dagen op het stadhuis verschijnen. Ik heb gezegd: dat doen we niet. Want we doen niets verkeerd. We houden ons volledig aan de wet. En als ze willen praten, zijn ze altijd welkom. Maar niet op deze manier.”

De zorg over thuisonderwijs ontstond bij De Jonge toen hij zag dat het aantal kinderen met een vrijstelling op basis van richtingbezwaren in zijn stad toeneemt; vier jaar geleden waren het er 12, nu zijn het er 33. Kinderen moeten naar school, vindt De Jonge. Eigenlijk is het ook onnodig met ruim tweehonderd basisscholen in de stad. „Er zijn meer smaken onderwijs dan je bij de Italiaan ijs kunt krijgen.”

Angst en kennisgebrek

De moslimsgezinnen vermoeden dat het strenge optreden van de wethouder met angst te maken heeft, al zegt hij dat niet met zoveel woorden. Het lastige van het salafisme is, zegt Abdelali Ameziane, dat het meer dan ooit wordt bezoedeld door het jihadisme. Terwijl zij juist tégen de jihadisten zijn. „Onze profeet, vrede zij met hem, heeft gewaarschuwd voor mensen die het recht in eigen hand nemen. Het komt voort uit een gebrek aan kennis.”

Salafisten, legt hij uit, gaan terug naar de oorsprong. „Wij geloven dat onze vrome voorgangers, de profeten zelf, de islam het beste hebben begrepen. Sommige volgelingen hebben er later wat anders van gemaakt; daar zijn verschillende stromingen en godsdiensten uit voortgekomen. Als je de zuivere islam wil begrijpen, moet je zo ver mogelijk terug naar de bron. Die islam omvat alle aspecten van het leven. Wij proberen daar zo goed mogelijk naar te leven.”

De ouders willen het best nog even zeggen: we houden ons aan de wet en vormen geen bedreiging voor de democratische rechtsorde in Nederland. Ouarda Aoulad L Hadj: „We sluiten ons niet op, participeren in de samenleving. Mijn man werkt als fysicus bij een ziekenhuis. Ik zorg thuis voor de kinderen. En ik ga met ze naar de bibliotheek, naar de kinderboerderij, we maken uitstapjes, gaan op bezoek.” Radicalen, zeggen ze, geven geen thuisonderwijs. Die denken daarvoor niet helder genoeg.

Ook in het conservatief-christelijke gezin van Aart-Jan Dingemanse worden de kinderen niet afgeschermd van de samenleving, zegt hij. „Integendeel! Onze kinderen spelen bij alle kinderen in de buurt.” Ook spreekt het gezin vaak af met andere families die thuisonderwijs geven. „Dan huren we bijvoorbeeld een gymzaal en geeft een van de ouders gymles. Of we maken een boswandeling en leggen gekleurde herfstblaadjes in de vorm van een regenboog op de grond.” Hij laat er foto’s van zien.

Dingemanse en zijn vrouw wonen in Rotterdam-Zuid. Ze hebben alle twee een parttime baan; hij als maatschappelijk werker, zij als secretaresse. Ze zijn naar eigen zeggen bewust in een „minder goede buurt” gaan wonen. Zodat ze iets kunnen betekenen voor de mensen hier. Zo gaat Dingemanse geregeld naar de supermarkt om producten die over de datum zijn op te halen om die vervolgens in de straat uit te delen. Of zijn vrouw doet aan buurtmiddeling, als dat nodig is.

De buurt heeft niets met de keus voor thuisonderwijs te maken, zegt Dingemanse. „Er is een beperkt aantal smaken in de stad en onze smaak zit er simpelweg niet tussen.” Hij is langs verschillende scholen geweest. „Veel scholen leren wel dat er een God is en dan houdt het op.” Maar voor Dingemanse is het geloof zoveel meer. „Ik leef met Jezus, mijn dag wordt gevuld met zijn stem. En God wijst ons de weg. Dat leren wij onze twee jongens van 3 en 5 jaar oud ook. God is er altijd. Ook als je een som moeilijk vindt.”

Wij volgen de waarheid

Ook de salafistische ouders zien geen school die bij hun geloof past. Ze hebben overwogen om naar Engeland te verhuizen. „Waar wel scholen zijn van onze richting.” De islamitische basisscholen hier, zeggen de ouders, volgen meestal een bepaalde stroming die naar hun idee te ver afstaat van de bron. „De kennis die zij uitdragen is door allerlei geleerden geherinterpreteerd, er is een eigen draai aan gegeven”, zegt Abdelali Ameziane. „Wij vinden het enorm belangrijk we onze kinderen kunnen opvoeden naar onze ideeën. Wij geloven dat wij de waarheid volgen. Wij geloven dat ons geloof ons leidt naar het paradijs.”

Thuisonderwijs geven is voor de gezinnen een serieuze aangelegenheid. Ze verdiepen zich in de verschillende methodes, houden contact met andere ouders, zitten op internetplatforms. Ze wisselen materiaal uit, geven elkaar tips en bespreken hoe je het beste de dag in kunt delen. Thuisonderwijs is zo mooi, zegt Dingemanse. „Je kunt heel goed inspelen op de ontwikkeling van je kind. Dus als onze zoon een sprong maakt met rekenen, geven we hem bijvoorbeeld meer sommen.”

Het thuisonderwijs is geen koranschool bij het salafistische gezin. Ouarda Aoulad L Hadj heeft zich zorgvuldig verdiept in de kerndoelen; dat is wat een kind op de basisschool volgens de wet precies moet leren. Zij en haar man hebben niets tegen toezicht of controle van de gemeente, mocht die wens er zijn van de wethouder. Abdelali Ameziane: „Graag zelfs. Wij willen ook graag dat onze kinderen goed onderwijs krijgen.”