Geen kapitaal maar creativiteit

Een club met een piepklein stadionnetje promoveert naar de Serie A. Een sprookje zonder financiële weldoener.

Spelers, trainer Fabrizio Castori (links op middelste foto) en fans van Carpi FC vieren de promotie naar Serie A. foto’s ELISABETTA BARACCHI/epa

Het ene mirakel was nog niet voltooid of de supporters vroegen alweer om het volgende. Maar juist in Carpi, een kleine stad in het hart van Italië (zeventigduizend inwoners), lijkt niets onmogelijk dezer dagen. Dinsdagavond promoveerde Carpi FC, de Italiaanse voetbaldreumes (begroting vier miljoen euro), voor het eerst in de historie naar de Serie A dankzij een gelijkspel tegen Bari (0-0).

Maar dat was niet genoeg, vond het publiek van Carpi FC. Meteen werd een nieuw mirakel gevraagd. De tifosi wensen dat Carpi FC volgend seizoen de thuiswedstrijden ‘gewoon’ speelt in Stadio Sandro Cabassi, dat slechts plaats biedt aan vierduizend toeschouwers. Veel te klein, waarschuwde eerder de Italiaanse voetbalbond, dat voor iedere club op het hoogste niveau een stadion eist met plaats voor minimaal zestienduizend mensen. Daarnaast is de veiligheid in het geding. Maar uitwijken naar een andere thuisbasis? In Carpi zien ze dat liever niet. Francesco Totti, Carlos Tevez en Andrea Pirlo moeten bewonderd kunnen worden in Carpi. Want de club, opgericht in 1909, verdient dat.

Het succes van Carpi FC is het verhaal van bescheidenheid en inventief beleid. Toen de competitie eind augustus begon, waren er nog temperende woorden over de kansen voor dit seizoen. Lijfsbehoud was het voornaamste doel, sprak voorzitter Claudio Caliumi, want Carpi, een jaar eerder pas gepromoveerd naar de Serie B, had zich maar weinig kunnen veroorloven op de transfermarkt. Er is slechts een ton uitgegeven voor versterking van de huidige selectie. Technisch directeur Cristiano Giuntoli heeft echter een scherp oog voor talent, bewees hij. Uit alle delen van Italië haalde hij (semi-)profs en amateurs naar de provincieclub uit Emilia Romagna. Dat kostte hem vrijwel alleen salaris; maximaal 100.000 euro per speler. Gretige jeugd, gecombineerd met wat geroutineerde verdedigers (slechts 25 tegentreffers in 38 duels), bleek het ideale recept voor promotie naar de Serie A. Treffend voorbeeld is spits Jerry Mbakogu uit Nigeria. Afgedankt door Juve Stabia, een andere club uit de Serie B, maar opgebloeid in Carpi. Dit seizoen is hij clubtopscorer met veertien doelpunten.

Italiaanse sportkranten schrijven met genoegen over het „sprookje van Carpi”. Het verhaal van Carpi FC doet denken aan Het wonder van Castel di Sangro? Dit boek, geschreven door de vorig jaar overleden Amerikaan Joe McGinniss, vertelt het waar gebeurde verhaal van de Italiaanse voetbalclub Castel di Sangro. Het is een spectaculair relaas. Over een slapend dorpje (vijfduizend zielen) met een vervallen bioscoop, een gokkantoor en wat buurtsupermarkten. Maar dan, eind jaren negentig, gebeurt het wonder van Castel di Sangro. De lokale voetbalclub, gesponsord door een duistere suikeroom, promoveert jaar na jaar en speelt uiteindelijk zelfs één seizoen in de Serie B. Alsof IJsselmeervogels de Champions League haalt.

Even zo groots is de prestatie van Carpi FC, al is er ditmaal geen duistere suikeroom actief, maar een veel bescheidenere, realistische voorzitter. Verder heeft Carpi FC de gunst van de Italianen, niet ongevoelig voor verhalen doorspekt met heroïek. Want Carpi is het nietige clubje dat boven zijn stand leeft – en dat eigenlijk niet mag. Althans, dat vond Claudio Lotito, eigenaar van Lazio Roma en woordvoerder namens de Serie A-clubs richting de Italiaanse voetbalbond. Hij lag eerder dit jaar onder vuur toen een telefoongesprek van hem werd onderschept door de krant La Repubblica. „Aan Carpi en Frosinone (tweede in de Serie B, red.) verdienen we niets”, zei Lotito. „Als Carpi, Latina en Frosinone promoveren, wie is er dan nog geïnteresseerd in onze tv-rechten? Dan hebben we over twee, drie jaar geen cent te makken.” Nu zijn de tv-rechten van het Italiaanse voetbal nog 180 miljoen euro waard. Verder meende Lotito dat de promotie van dergelijke kleine clubs afbreuk doet aan het imago van de Serie A.

Dat laatste is een wat vreemde opmerking, want de laatste jaren is juist bewezen dat het Italiaanse voetbal zich in een diepe crisis bevindt. De bezoekersaantallen zijn ver teruggelopen, de nationale ploeg presteert ondermaats en er zijn nog regelmatig schandalen. Dit seizoen vielen er voorzichtige tekenen van herstel te bespeuren, met Juventus in de halve finale van de Champions League en Napoli en Fiorentina, die zich bij de laatste vier in de Europa League plaatsten.

In Carpi kunnen ze hun geluk niet op. Vijf jaar geleden speelde het nog in de Serie D, een niveau dat te vergelijken is met de Nederlandse hoofdklasse, en sindsdien volgden drie promoties. Komend seizoen gaat het de strijd aan met grootmachten als Juventus, Internazionale, AC Milan en AS Roma. Maar of dat ook gebeurt in Stadio Sandro Cabassi? Een nieuw mirakel is vereist.