Column

Een nieuwe Drees

Yara Rahimi, 30 jaar, zoekt na een burn-out rust. Tot voor kort werkte ze als klantmanager bij de Dienst Werk en Inkomen, in Amsterdam. Aan haar bureau verschenen werklozen die zij met bijscholing aan een baan moest zien te krijgen. Dat kost de gemeente zo’n 110 miljoen euro per jaar.

„Ik ga mensen helpen, dacht ik”, zegt ze. „Maar het is geen sociale instelling, het is social business.” De dienst sluit contracten met bedrijven die de werklozen bijscholen. Werklozen die niet tijdig inzage geven in hun inkomsten, krijgen een boete. „In een fraudeklasje krijgen klantmanagers de regels uitgelegd.”

De managers moeten targets halen. Van haar caseload – toegewezen werklozen – moest Yara Rahimi er elke maand drie aan betaald werk helpen. „Op onze vergaderingen werd geapplaudisseerd als iemand vijf klanten had bemiddeld.”

Het is „de ontmenselijking van de sociale zekerheid”, zegt Rahimi. Ze kreeg een man op spreekuur die als verzorger in een bejaardenhuis had gewerkt. Hij moest op zoek naar een nieuwe baan, maar wilde eigenlijk voor zijn moeder zorgen die alzheimer had. Dat kon niet. „Ik dacht: hoeveel zou de staat besparen als deze man zelf voor zijn moeder kan zorgen?”

Ze werd ziek van haar baan waarmee ze anderen tot werk moest brengen. Waarbij de werkloze werd beschouwd als iemand die de samenleving iets aandoet en die gestraft wordt als hij daar niet helemaal van doordrongen lijkt. In dat systeem, zag Rahimi, staat iedereen onder hoogspanning.

Met haar vriend, econoom Joeri Oltheten, bedacht ze hoe je de sociale zekerheid anders zou kunnen inrichten. Geen uitkering voor klaplopers, maar een basisinkomen voor iedereen. „Met 1.500 euro in de maand kan iedere Nederlander aangenaam leven. Af en toe ergens een kopje koffie drinken, af en toe met de trein.”

De 150 miljard euro die Nederland besteedt aan sociale zekerheid namen ze als uitgangspunt voor die volksuitkering, de AOW van Drees was een voorbeeld. Inmiddels zijn ze aangesloten bij de vereniging Basisinkomen, die 1 mei heeft omgedoopt van Dag van de Arbeid in Dag van het Basisinkomen.

De ontspannen samenleving – het is al sinds de jaren 80 een pleidooi van Bram van Ojik, fractievoorzitter van GroenLinks. Het basisinkomen kan daarvoor een „instrument” zijn. Het kan een eind maken aan de tweedeling tussen hardwerkende burgers en thuiszitters.

Heel vaak vragen mensen in zaaltjes hem: wat vindt u van het basisinkomen? Dan antwoordt hij: „Het past in mijn ideale samenleving, maar het heeft alleen een kans als het in kleine stapjes wordt ingevoerd. Laten we beginnen te zeggen: die bijstandsuitkering krijg je gewoon en we laten aan jou over of je solliciteert. Daarna kunnen we WW’ers en arbeidsongeschikten dezelfde rechten geven.”

Rahimi gelooft juist niet in al te kleine stapjes. Die nam Drees ook niet. De uitkering voor de ‘ouden van dagen’ werd meteen landelijk ingevoerd, eerst als noodwet; 400.000 65-plussers kregen vanaf hun verjaardag in 1947 een bedrag van maximaal 936 gulden per jaar.

Wie zal nog solliciteren met een basisinkomen? Van Ojik vertelt dat hij een week meeliep met de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen. „De werklozen waren zo gretig om een baan te vinden, alleen konden ze niet voldoen aan de eisen van de dienst en aan de verlangens van de werkgevers.”

Nu nog wachten op een nieuwe Drees die het durft in te voeren.