Column

Compassie

Eerst las ik het boek, daarna de recensies. Ik vond het een mooi boek en begon daarom gretig aan de recensies; onwillekeurig verwacht je een bevestiging van je oordeel. Maar dat gebeurde niet. De recensenten gaven het drie sterren/ballen, wat betekende dat ze het niet slecht, maar ook niet geweldig vonden. Een nogal lauwe reactie dus.

Wie heeft er gelijk? Niemand natuurlijk, want we hebben het over smaak. Als de recensenten van mening hadden verschild, zou ik dit stukje niet schrijven. Dan kon het ene oordeel tegen het andere worden weggestreept. Maar omdat de recensenten het eens zijn en ze bovendien voor kranten met literair gezag schrijven, ben ik bang dat dit boek snel vergeten zal worden. En dat zou jammer zijn. Volgens mij.

De korte roman heet Compassie en is geschreven door Stephan Enter. De recensenten heten Sebastiaan Kort (NRC Handelsblad) en Arjan Peters (de Volkskrant). Beiden vonden Enters vorige roman, Grip, beter.

Dat boek had ik ook met waardering gelezen, maar toch maakte het op mij minder indruk dan Compassie. Het is het verschil tussen een knap en een aangrijpend boek. Over Grip was ik tevreden, over Compassie ben ik enthousiast. Bij Grip dacht ik aan de overeenkomsten met Nooit meer slapen, bij Compassie dacht ik aan geen enkel ander boek – ik kon me niet herinneren ooit iets dergelijks te hebben gelezen.

Enter beschrijft hoe twee nog tamelijk jonge mensen – Frank en Jessica – zielsveel van elkaar houden, maar toch uit elkaar moeten gaan omdat er lichamelijk geen vonk overspringt. Jessica is frigide, en wat Frank ook probeert – het lukt niet. Dat klinkt loodzwaar, maar zo beschrijft Enter het niet.

„Terwijl ik doorga, met mijn tong eerder een beetje plat dan puntig tussen de bovenkant van haar schaamlippen, het is eigenlijk meer schuiven dan likken, bekruipt me de voorstelling dat ik in een cartoon van Peter van Straaten zit: een vrouw op haar rug, een man met zijn hoofd tussen haar benen, en zij kijkt met haar kin op haar borst omlaag en zegt droogweg: kun je ’t vinden?”

Ondanks zijn vaak lichte toon maakt Enter duidelijk dat het voor beiden een hartverscheurend drama is. Voor Jessica voltrekt zich de zoveelste mislukking in de liefde, zij zal zich opnieuw afgewezen kunnen voelen. Maar ook Frank beseft terdege dat hij bij een breuk veel zal verliezen.

Klaarwakker naast haar in bed piekert hij: „Ik heb relaties gehad, ik dacht dat ik wist wat het betekende een relatie te hebben. Maar nu bedenk ik, dat ik oud had kunnen worden en sterven zonder ooit iemand te hebben toegelaten, zonder een zielsverwant te hebben gevonden en ook zonder dat te hebben gemist.”

Jessica is wel zo’n zielsverwant, eindelijk voelt hij zich ‘persoonlijk betrokken’ bij iemand, hij die beseft dat hij altijd ‘een eiland’ is geweest „met tussen mij en het vasteland een angstvallig bewaakte ophaalbrug”. Desondanks zal hij haar moeten laten schieten. Of toch maar niet? Hij bedriegt zichzelf en haar als hij doorgaat, maar zónder haar wacht hem misschien weer de seks zonder liefde – ook een vorm van zelfbedrog.

In de handen van een minder goede schrijver had Compassie een klef melodrama kunnen worden, maar Enter heeft er, ook dankzij zijn nooit falende, indringende stijl, een klein meesterwerk van gemaakt met een bespiegelend slot dat van grote schoonheid is. Nogmaals: wat mij betreft.