Bloedbank, stop met dat discriminerende beleid

Homoseksuele mannen mogen in Nederland niet zomaar bloed doneren. Die uitsluiting moet stoppen, oordeelde het College voor de Rechten van de Mens gisteren. Deze uitspraak moet de (bloed)druppel zijn, vindt Wouter van Dijke.

Foto Marco Okhuizen / HH

Een held. Dat ben je volgens bloedbank Sanquin als je bloed doneert. En terecht, want bloeddonaties redden talloze levens. Maar als het aan Sanquin ligt, zal ik nooit een held worden. Ruim een miljoen mannen mogen van de bloedbank geen heldendaad verrichten, omdat ze ooit in hun leven seks hebben gehad met een andere man. Met wie, hoe en waarom maakt Sanquin daarbij niet uit: bij het minste, meest vluchtige seksuele contact verandert je bloed volgens Sanquin in paars-roze gif met glitters en hiv.

Want hiv, dat is waar het discriminatiebeleid van Sanquin op is gebaseerd. De bloedbank wil voorkomen dat de ontvangers van donorbloed besmet raken met hiv en móét dus mannen die seks hebben met mannen wel weigeren.

De regels zijn wat Sanquin betreft simpel: elke man die ooit in zijn leven enige vorm van seks heeft gehad met een andere man wordt stante pede de deur gewezen en komt er nooit meer in. Een volstrekt monogame homo, die altijd veilige seks heeft gehad en van wie de kans op besmetting te verwaarlozen is, mag dus nooit bloed geven, terwijl een hetero die drie keer per week bij een andere vrouw het bed in duikt zonder een condoom te gebruiken met open armen wordt verwelkomd.

Daar wringt het beleid van de bloedbank: er wordt in de donortest nauwelijks gevraagd naar seksueel risicogedrag. Er wordt bijvoorbeeld niet gevraagd of de aspirant-donor onbeschermde of risicovolle seks heeft. Zo kan nooit een realistische inschatting worden gemaakt van het risico op de verspreiding van ziektes via donorbloed en worden wél ruim en miljoen mannen stelselmatig gediscrimineerd.

In het buitenland kan het wél

Al het donorbloed wordt uitgebreid getest op hiv en andere ziektes, maar de testen zijn volgens de organisatie niet goed genoeg om een recente besmetting te kunnen ontdekken. Een vreemd argument als je bedenkt dat het in andere landen wel kan. In het Verenigd Koninkrijk en later dit jaar de Verenigde Staten is het beleid al een stuk minder streng: alleen seksueel contact tussen twee mannen in het afgelopen jaar is basis voor uitsluiting. In Zuid-Afrika en Australië ligt de grens op zes maanden.

Zelfs deze termijn is nog veel te lang: hiv kan na 45 dagen worden aangetoond in het bloed. In Spanje en Italië is uitsluiting dan ook niet gebaseerd op zo’n termijn maar op een inschatting van het individuele besmettingsrisico. In vergelijking daarmee is de permanente verstoting van mannen die seks hebben met mannen door Sanquin een draconische maatregel.

Niet voor niets wordt er al jaren geroepen dat Sanquin een einde moet maken aan dit beleid, dat al 30 jaar over datum is. Al drie jaar geleden nam de Tweede Kamer een motie aan waarin daartoe werd opgeroepen. De reactie van Sanquin: „We zijn niet van plan ons beleid aan te passen.” Eind vorig jaar maakte de Amerikaanse Food and Drug Administration bekend dat het Amerikaanse beleid zou worden aangepast, maar in Nederland gaf Sanquin geen krimp.

In januari werd in een onderzoeksrapport van de Universiteit van Maastricht en nota bene Sanquin zelf bewezen dat er geen medische grond is om het huidige beleid vol te houden. In datzelfde rapport: van de mannen die seks hebben met mannen wil 35 procent bloed doneren, twee keer zoveel als heteromannen. En: mannen die seks hebben met mannen zijn beter in staat hun individuele risico op besmetting in te schatten én zich ertegen te beschermen dan vrouwen en heteromannen.

Vorige maand schreef minister van Volksgezondheid Edith Schippers in een brief aan de Tweede Kamer dat op basis van dit onderzoek het beleid van de bloedbank kan worden aangepast. Een biseksuele man stapte met het onderzoeksrapport naar het College voor de Rechten van de Mens, dat hem in het gelijk stelde en oordeelde dat Sanquin hem onterecht heeft uitgesloten van donatie. In zijn uitspraak was het College weinig dubbelzinnig:

„Het College concludeert dat uit het onderzoek van Stichting Sanquin en de Universiteit Maastricht blijkt dat het voor de veiligheid van bloedproducten niet meer noodzakelijk is om mannen die seks hebben met mannen permanent uit te sluiten van bloeddonatie. [...] Op basis van de huidige inzichten kan een permanente uitsluiting van mannen die seks hebben met mannen als bloeddonor dan ook niet meer worden gerechtvaardigd.”

Hoe vaak moeten we het herhalen?

Hoe vaak moet Sanquin nog te horen krijgen dat zijn discriminatiebeleid niet te rechtvaardigen is? Honderdduizenden mannen staan te popelen om hun bloed te doneren en vanuit de bevolking, politiek én collega’s uit het buitenland wordt volstrekt duidelijk gemaakt wat er moet gebeuren, maar de bloedbank staat met zijn vingers in de oren en roept heel hard ‘lalala’. Mannen die zonder enig eigenbelang letterlijk hun vlees en bloed willen geven wordt op basis van een oeroud stereotype nog steeds de deur gewezen.

Honderdduizenden mannen die seks hebben met mannen willen bloed geven en er is medisch niks wat hen in de weg staat. Deze uitspraak van het College van de Rechten van de Mens moet de (bloed)druppel zijn. Sanquin, stop met dwarsliggen. Stel ook geen laffe termijn in, maar volg het voorbeeld van de Zuid-Europese landen waar een persoonlijke inschatting van het risico wordt gemaakt. Het is nu echt wel bewezen dat dat prima kan.

Maak een einde aan het krankzinnige, achterhaalde en discriminerende uitsluitingsbeleid en sta mij toe om die heldenstatus te bereiken.