Bijna tot het einde leuk

Veel van de jeugdfilm De Boskampi’s is amusant. Dat begint al bij de credits die eruitzien als een oude videoband, met strepen door het beeld en geluid dat op gang moet komen. Ook de maffiafilm-in-de-film is grappig, met een expres slecht nagesynchroniseerde Cees Geel als gangsterbaas.

Door deze video komt de op school gepeste Rik op het idee een andere identiteit aan te meten als hij en zijn sullige vader Paul Boskamp naar een ander dorp verhuizen. Rik doet alsof pa (een leuke rol van cabaretier Henry van Loon) een vervaarlijke maffiabaas is, Paulo Boskampi. Hij zorgt ervoor dat ze zich kleden als gangsters uit jarenzeventigmisdaadfilms, gedraagt zich stoer op school en jaagt de buren schrik aan. Ook dit is allemaal sterk uitgewerkt, waarbij regisseur Arne Toonen, net als in zijn eerdere Dik Trom-remake, blijk geeft van een licht absurdistisch gevoel voor humor en voorkeur voor een over the top vormgeving.

Maar als alles op de rails staat, gaat De Boskampi’s, naar een jeugdboek van Marjon Hoffman, opeens slepen. Dat komt vooral door René van ’t Hof, die iets te veel nummertjes slapstick à la The Pink Panther mag opvoeren. En wat wil de film nou eigenlijk zeggen over pesten? Doe stoer en alles komt goed?