‘Als bank niets financiert doet private equity ’t wél’

In een hoorzitting in de Tweede Kamer stonden voor- en tegenstanders van durfinvesteerders tegen over elkaar. „Wij lopen óók risico.”

Zijn het nou excessen, de debacles bij Estro, Van Gansewinkel en V&D? Of staan deze bedrijven, alle drie in handen van private equity toen de problemen ontstonden, voor een breder probleem? Zijn private-equityhuizen zó bezig met winst maken dat ze de bedrijven waarin ze investeren schaden?

Daarover ging gisteren de discussie tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer over private equity, investeringsmaatschappijen die investeren in bedrijven buiten de beurs. Doel van de hoorzitting: inventariseren of strengere wetgeving nodig is. Zowel voor-als tegenstanders waren uitgenodigd om hierover mee te denken.

Ja, het zijn excessen, zeiden de verdedigers van private equity – vertegenwoordigers van private-equityhuizen KKR en 3i, branchevereniging NVP en werkgeversclub VNO-NCW.

Private equity is juist goed voor Nederlandse bedrijven, claimden zij. Zeker nu, in tijden waarin banken weinig geld uitlenen, zorgt private equity voor „alternatieve financiering”, zei voorzitter Philip Houben van de NVP, en voor „banen met toekomst”. Alleen de reputatie van private equity zou beter kunnen, vindt Houben. Liever zou hij de term ‘private equity’ vervangen door ‘participatiemaatschappijen’. Want: „Wij participéren echt in bedrijven”.

Andere misvatting volgens de verdedigers: niet alleen de bedrijven waarin private equity investeert, lopen risico. De private-equityhuizen ook. Neem afvalbedrijf Van Gansewinkel, zei Ludo Bammens van KKR. Van Gansewinkel – sinds 2007 eigendom van KKR en CVC – werd onlangs overgedragen aan de schuldeisers. Verlies voor KKR: 500 miljoen euro. Bammens: „Dat geld zijn wij verloren.”

Nee, het zijn geen excessen, zeiden de critici. In de manier waarop private equity omgaat met de bedrijven waarin wordt geïnvesteerd, zitten structurele problemen. Private-equityfirma’s zadelen hun bedrijven op met te hoge schulden, zijn te veel bezig met de korte termijn en luisteren te weinig naar de werknemers.

Een onderneming is „meer dan een geldautomaat”, zei Ruud Kuin van de FNV, die vindt dat er regels moeten komen die de „uitwassen” bestrijden. Zo wil de FNV dat de onafhankelijkheid van bestuurders groter wordt en dat de macht van de ondernemingsraad wordt uitgebreid.

Ook de uitgever van deze krant, NRC Media, werd tijdens de hoorzitting meermaals genoemd. De reden: het ‘superdividend’ van 12,5 miljoen euro dat de vorige eigenaar Egeria aan zichzelf heeft uitgekeerd – kort na een ingrijpende reorganisatie. Een teken dat Egeria vooral aan zichzelf dacht, zei voorzitter Hubert Smeets van de ondernemingsraad van NRC Media.

Egeria had de uitnodiging van de Tweede Kamer afgeslagen, maar Houben van de NVP reageerde wel. Dat superdividend is „geen exces”. Egeria heeft van NRC Media een sterker bedrijf gemaakt, zei Houben, dus het is juist „een prachtcasus” die laat zien „hoe goed private equity kan werken”.