Adviesorgaan kraakt nieuwe terrorisme-aanpak kabinet

De Oasedreef in de Utrechtse wijk Overvecht, waar de politie huiszoeking heeft gedaan in de ouderlijke woning van een 18-jarige Utrechtse jihadverdachte. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

De kabinetsplannen tegen jihadisme lijken vooral symptoombestrijding en tasten de privacy aan. Dat stelt het College voor de Rechten van de Mens, dat de wetsvoorstellen in het kader van het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme heeft bekeken. De instantie, die de regering adviseert over mensenrechten, roept het kabinet op de wetsvoorstellen te heroverwegen.

De maatregelen bieden onvoldoende rechtsbescherming. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bewegingsvrijheid komen daarnaast in het geding. Wetten die inbreuk maken op de mensenrechten moeten “noodzakelijk en proportioneel” zijn, stelt het College, en “hieraan ontbreekt het bij de wetsvoorstellen”. Een visie op het onderliggende probleem - de oorzaken van radicalisering- ontbreekt eveneens.

Kabinet omzeilt rechtsbescherming

De voorgestelde ‘tijdelijke wet bestuursrechtelijke maatregelen terrorismebestrijding’ is bovendien vaag over aan wie de maatregelen kunnen worden opgelegd. De wet regelt dat vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen worden opgelegd aan mensen die worden gezien als een gevaar voor de nationale veiligheid of die “voornemens zijn zich aan te sluiten bij terroristische strijdgroepen”.

Met de keuze om de wet te verankeren in het bestuursrecht in plaats van het strafrecht, omzeilt het kabinet de sterke rechtsbescherming in het strafrecht, waar de rechter moet toetsten of een opgelegde maatregel terecht is. Het College “onderschrijft de noodzaak om de democratie, rechtsstaat en de bevolking in Nederland te beschermen tegen terroristisch geweld”. Maar:

“De maatregelen die het kabinet neemt moeten wel in overeenstemming zijn met de principes die men beoogt te beschermen en voldoen aan de mensenrechtenstandaarden. Juist in moeilijke tijden moeten mensenrechten hun waarde bewijzen.”