Waarom bouwde het arme Nepal niet veiliger?

Zware bevingen komen zo weinig voor dat Nepalezen het belang van stevig bouwen niet inzien. Terwijl het vrij simpel beter had gekund.

Bewoners ruimen puin rond hun huis in een dorp in het district Sindhupalchok, ten noordoosten van de hoofdstad Kathmandu. Gebruik van lichte materialen bij het bouwen had slachtoffers kunnen voorkomen. Foto’s Danish Siddiqui/Reuters

Veel huizen in Nepal, zeker op het platteland, zijn gebouwd van bergstenen. Met aardmortel ertussen. „Vaak is een muur meerdere rijen stenen dik”, zegt de Nederlandse architect Martijn Schildkamp, die in het land aardbevingsbestendige gebouwen neerzet. „Maar samenhang tussen de rijen is er weinig. En de aardmortel geeft minder stevigheid dan cementmortel. Zulke gebouwen zijn niet bestand tegen zware aardbevingen.”

Wat zou je moeten doen om in een arm land als Nepal de gebouwen aardbevingsbestendig te maken? En zijn die aanpassingen dan ook betaalbaar? Volgens Schildkamp wel. Met zijn Smart Shelter Foundation heeft hij in het land inmiddels 15 scholen, een dierenkliniek en een hostel voor blinde studenten gebouwd, vooral in bergdorpen. „We blijven met de bouw bij wat de mensen kennen”, zegt Schildkamp via de telefoon. „We werken met steen of betonframes. Steen is goedkoper.”

Toch is zijn bouwwijze nog uitzondering in het land dat zaterdag werd getroffen door een zware aardbeving. „Mensen maken eens in de tachtig jaar zo’n aardbeving mee”, zegt Schildkamp. „Ze zien het belang niet van aardbevingsbestendig bouwen.”

Gebrek aan kennis

Volgens Ahmed Elghazouli, hoogleraar bouwkunde aan het Imperial College in Londen, komt dat ook door een gebrek aan kennis. Zijn groep van promovendi en postdocs werkt in Latijns-Amerika aan goedkope, aardbevingsbestendige gebouwen. „Als er al bouwrichtlijnen zijn, worden ze als je geluk hebt toegepast in de grote steden, maar niet daarbuiten.”

Cruciaal is dat gebouwen in aardbevingsgebied de krachten die de trillende bodem veroorzaakt, goed moeten kunnen opvangen. Het handboek Ontwerpen voor aardbevingen van het Amerikaanse agentschap voor noodgevallen schrijft daarover in hoofdstuk 4: „Het belangrijkste is dat alle structurele elementen veilig met elkaar verbonden zijn zodat, als ze tegen elkaar trekken en duwen bij een aardbeving, de verbindingen sterk genoeg zijn om de krachten over te dragen en de integriteit van de constructie te behouden.”

Volgens Schildkamp worden in Nepal vaak de verkeerde combinaties toegepast. Veel gebouwen, ook in een stad als Kathmandu, zijn opgetrokken uit bakstenen muren in een betonnen frame. Maar het beton is niet altijd van even goede kwaliteit. „En bij een aardbeving willen de betonnen frames aan de onder- en bovenkant gaan buigen en draaien, terwijl het stijve metselwerk die beweging juist tegenwerkt. Daardoor begeeft de constructie het eerder.”

Bij hoogbouw, zoals die in Kathmandu de laatste decennia veel gebouwd is, gaat het ook vaak mis. Op de begane grond, waar bij een beving de grootste belasting op komt, worden binnenmuren opgeofferd aan winkelruimte. Verder zijn muren en plafonds vaak niet goed met elkaar verbonden. Als bij een aardbeving de muren gaan bewegen schommelen de vloeren en plafonds niet mee en kan de constructie als een kaartenhuis in elkaar zakken. Dat laatste speelt overigens ook bij de door gaswinning veroorzaakte aardbevingen in Groningen.

Niet te groot en met de juiste vorm

Volgens Schildkamp zijn er vrij eenvoudige maatregelen te nemen: maak het gebouw bijvoorbeeld niet in de vorm van een L, H of U. Bij een beving begeven die muren het eerder en kunnen ze bloot komen te staan aan torsie: de constructie wordt dan ineengedraaid, net als een natte handdoek die je uitwringt. En maak ruimtes niet te groot, zegt Schildkamp, die zijn lokalen niet langer dan 6 meter maakt en niet hoger dan 2,5 meter.

De Britse hoogleraar Elghazouli noemt een aanpassing die al veel in ontwikkelde, aardbevingsgevoelige landen wordt toegepast: base isolation, een soort grote schokdempers. Vaak gaat het om een combinatie van lood, rubber en staal tussen de bodem en het gebouw. Volgens Schildkamp ligt dat minder voor de hand in ontwikkelingslanden zoals Nepal. „Het is vaak erg hightech. Maar we willen wel gaan kijken naar goedkope, lowtech base isolation.”

En houtbouw? Denkt Schildkamp daar niet over? Hout is flexibel en geeft makkelijk mee. „Klopt, maar hout begint schaars te worden”, zegt Schildkamp. „En hoe duurzaam verantwoord is het om hardhout te gebruiken?”

Toch gebruikt hij soms hout, zegt hij. „Op de muren bevestigen we op een aantal hoogtes horizontale houten ladders. Dat geeft extra versteviging.”

Hij heeft daarover een anekdote. Een van de zwaarste aardbevingen in de geschiedenis van Nepal was die in 1934. Kathmandu lag vrijwel geheel in puin. „Veel tempels gingen plat. Maar juist die met die houten ladders bleven staan.”