Vier vragen over private equity in de polder

Foto iStock

Bij kinderdagverblijf Estro, Hema, Van Gansewinkel en ook NRC Media ging het in het bezit van private-equityfirma’s fout. Allemaal omdat de firma’s “wettelijke en fiscale constructies gebruiken om bedrijven niet te versterken, maar leeg te trekken”.

Dat stelt althans de PvdA. De partij is initiatiefnemer van de hoorzitting over private-equityfinanciering vandaag in de Tweede Kamer.

Vier vragen over private equity in de polder.

1. Wat is de omvang in Nederland?

Uit recente cijfers van brancheorganisatie NVP blijkt dat private-equityfirma’s vorig jaar voor 3,1 miljard euro in Nederlandse bedrijven pompten, het hoogste bedrag in jaren.

En vanwege de lage rentestand is de verwachting dat beleggers, op zoek naar rendement, nog meer geld richting private equity sluizen.

2. Hoe doen Nederlandse spelers het?

Die zijn verantwoordelijk voor de helft van die 3,1 miljard euro.

Volgens de NVP hadden ze in 2014 liefst 25,5 miljard euro onder beheer. Uit NVP-data blijkt dat er meer dan 150 ‘participatiemaatschappijen’ zijn (inclusief ‘durfinvesteerders’ in start-ups).

Waterland, een van de grootste spelers, haalde deze maand nog 1,55 miljard euro op voor weer een investeringsfonds. Een recordbedrag voor Waterland én een recordbedrag voor een Nederlandse private-equityfirma, volgens de NVP.

In onderzoek van Dow Jones en de Franse businessschool HEC naar de best presterende partijen prijkt Waterland al jaren bovenaan. Van 329 onderzochte firma’s eindigt Waterland op plek 2. Hoger dan bijvoorbeeld V&D-eigenaar Sun Capital (plek 10).

Die plek dankt het aan deals zoals die rond brievenbusbedrijfbeheerder Intertrust. Het trustkantoor kwam na de nationalisatie van Fortis in 2008 in handen van de Nederlandse staat. Die verkocht het in 2010 voor 210 miljoen euro aan Waterland. Drie jaar later werd Intertrust doorverkocht aan de Amerikaanse investeerder Blackstone voor 675 miljoen.

3. Kunnen ze zich meten met KKR en consorten?

Qua schaal niet. “Nederlandse partijen zijn een paar maten kleiner”, zegt Peter Roosenboom, EUR-hoogleraar Entrepreneurial Finance and Private Equity.

Hij is vandaag spreker bij de hoorzitting en legt uit dat grote internationale spelers zoals KKR (98,6 miljard dollar onder beheer) automatisch een andere wedstrijd spelen vanwege hun omvang en niet geïnteresseerd zijn in “kruimelwerk”.

Veel private-equityfirma’s werken met investeringsfondsen waarvoor ze geld inzamelen. In Nederland is een Waterlandfonds van 1,55 miljard groot nieuws. Bij de Angelsaksische wereldspelers niet. KKR heeft fondsen van 9 of zelfs 18 miljard dollar.

Aan de NVP-cijfers zie je ook dat de buitenlandse partijen vooral grote deals doen.

De enige Nederlandse uitzondering is Alpinvest (38 miljard euro onder beheer). Maar Alpinvest is primair een belegger in andere private-equitypartijen en telt dus eigenlijk niet mee.

4. Zijn er andere verschillen?

Het speelveld: de wereld versus Nederland. Nederlandse private-equitybedrijven investeren dus vooral in Nederland.

Maar groot of klein, de aanpak is volgens Roosenboom hetzelfde.

“Tussen de strategieën zit niet heel veel verschil, ze werken allemaal met dezelfde gereedschapskist.”

Hij wijst op onderzoeken waaruit blijkt dat Europese en Amerikaanse private equity-partijen hetzelfde te werk gaan. Zo behalen ze een derde van het rendement via de renteaftrek van de schuld waarmee de overname wordt gefinancierd.

Over die gereedschapskist zal het vandaag veel gaan. Roosenboom vindt in ieder geval dat je je niet alleen op de incidentele (foute) gevallen moet focussen. “In de wetenschap gaat het over gemiddelden. Dan komt er een genuanceerd beeld naar voren.”