‘Verhef de mbo’er. Hij kan wel degelijk leren’

Nederland heeft goed beroepsonderwijs, maar het kan beter. Pleidooi voor een ‘moderne middenschool’.

Voeg de hoogste vmbo-niveaus samen met de havo. Zorg dat leerlingen op deze moderne versie van de middenschool een breed pakket aan vakken krijgen. Bepaal na vier of vijf jaar welk niveau ze hebben en of ze doorstromen naar mbo of hbo. En laat het mbo nog beter aansluiten op de arbeidmarkt.

Daar pleit de MBO Raad voor in een manifest dat voorzitter Jan van Zijl vandaag aanbiedt aan de vaste Kamercommissie voor Onderwijs. Hij wil vmbo en mbo aantrekkelijk maken. En vakbonden, werkgevers en scholen steunen hem daarin.

Wat is er mis met het vmbo en het mbo in de huidige vorm?

„Enerzijds niets. De inspectie is tevreden en volgens de OESO [organisatie van welvarende landen] staat het mbo internationaal in de topdrie van goed beroepsonderwijs.

„Van de andere kant is er wel iets mis. Het imago van het vmbo en het mbo is beroerd. Ouders duwen hun kind met man en macht naar de havo. Het vmbo, dat is voor losers. Net als het mbo. Totaal onterecht.

„Dat neemt niet weg dat de aansluiting van mbo-opleidingen op de arbeidsmarkt beter kan. Die wordt steeds dynamischer; bedrijven willen soms een breed opgeleide werknemer, soms een vakspecialist. Daar moeten we sneller op inhaken. We moeten ook meer bieden voor ‘een leven lang leren’, want in de toekomst zullen werknemers zich veel meer dan nu moeten blijven ontwikkelen.”

Waar komt dat negatieve beeld vandaan?

„In de jaren 90 heeft de minister van Onderwijs de laagste schoolniveaus, zoals lbo en lts, aan de mavo en het mbo geplakt. Zo ontstonden het vmbo en het mbo, met vier niveaus. Begrijp me goed, ik ben een groot voorstander van verheffing. Maar niet ten koste van anderen. En dat gebeurt hier wel; jongeren van de hoogste mbo-niveaus worden onterecht neergezet als laaggeschoold.”

En dat moet veranderen?

„Absoluut. Op de laagste niveaus zitten kwetsbare kinderen, vaak met een laag IQ, die worden opgeleid voor basaal schoonmaakwerk of het vullen van vakken in de supermarkt. Dat is hartstikke goed. Maar ze horen niet bij de hogere niveaus. Aan de bovenkant zitten jongeren die worden opgeleid tot controller, bouwtechnicus en interieurontwerper – dat zijn stevige, verantwoordelijke functies. Bovendien zijn deze leerlingen eerder gelijk aan de havisten. Ze hebben allemaal het vermogen om te leren, maar het zijn vooralsnog geen academici.

„We pleiten er nu voor de laagste niveaus van vmbo en mbo los te maken. En de hoogste niveaus van het vmbo samen te voegen met de havo tot een moderne variant van de middenschool. Dat noemen we dan voorbereidend beroepsonderwijs; het moet een gerespecteerde opleiding zijn waar ouders hun kind met een gerust hart heen sturen. Maar belangrijker: het biedt ook meer perspectief voor de leerlingen. Als kinderen 12 jaar zijn, bepaalt Nederland al of ze naar vmbo, havo of vwo gaan. En eenmaal op een bepaalde route, is er niet veel mogelijk. Op de middenschool kunnen we zowel theoretische als praktijkvakken aanbieden. Als leerlingen 16 of 17 zijn, bepalen we welk diploma ze krijgen. Ze worden zo beter voorbereid op het mbo of hbo.”

Vanmiddag zijn de vakbonden, werkgevers en scholen aanwezig bij de presentatie. Gaat iedereen zijn handtekening zetten?

„Jongerenorganisatie JOB en de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding tekenen mee. Andere organisaties zullen steun betuigen, denk aan MKB Nederland, de Algemene Onderwijsbond en Stichting Platforms VMBO. Van de VO-raad, de koepelorganisatie van de middelbare scholen, weet ik dat ons idee best oké ligt. Zij willen ook af van het vroege voorselecteren en ze pleiten voor maatwerkdiploma’s.”